LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Interview Jac. M. Janssen

22 jan 2026

‘Taalspel en -plezier zijn drijfveren.’

door Alja Spaan

 

 

foto © Sylvia Jansen

 

Jac. M. Janssen is tekstschrijver en vakjournalist. Hij voltooide midden in coronatijd zijn eerste roman voor volwassenen: Borsthonger. Het manuscript strandde in de congestie bij de uitgeverijen, waardoor hij het boek zelf uitbracht. Hij focust sindsdien op poëzie.

Hoe ben je bij Meander terechtgekomen? En wat doe je bij Meander?
Ik las er een mooi gedicht en kwam vaker terug. Later dacht ik: misschien passen mijn gedichten hier ook. Intussen mag ik nu en dan een recensie schrijven voor dit platform.

Wat vind je leuk aan deze klus?
Het is leerzaam om je als lezer af te vragen: wat vind ik van deze tekst en waarom vind ik dat? Wat heeft deze dichter te vertellen en in hoeverre komt dat over? Hoe maakt deze dichter gebruik van de mogelijkheden, betekenissen, gebreken en magie van de taal? Het blijkt nog niet zo gemakkelijk om een gefundeerde mening te geven over iets zo precairs als een gedicht, laat staan over een construct als een dichtbundel. Hoe kom ik voorbij mijn subjectieve indruk zodat de lezer iets heeft aan mijn opmerkingen? Dit alles biedt een intellectuele uitdaging. Liever schoffeer ik geen dichter of haal ik diens werk onderuit als resultaat van mijn smaak, vooringenomenheid of beperkt bevattingsvermogen. Al blijft objectiviteit een illusie. Het is eervol om aandacht te schenken aan een bundel, maar niet mijn taak om reclame ervoor te maken wanneer ik vind dat het poëtisch gehalte tekortschiet.

Hoe kwam je in aanraking met poëzie?
Vermoedelijk door mijn oudere zus Riet, die ook liedteksten voor mij uitschreef (zoals van Child in time van Deep Purple). Op jonge leeftijd was ik al gevoelig voor dystopische teksten. Op de lagere school begon ik stukjes te schrijven en de meester van de vijfde klas stimuleerde dat. Mijn zus schreef die in haar prachtige handschrift over in een schrift met mysterieuze tekeningen erbij. Op de middelbare school wakkerde een leraar Nederlands mijn liefde voor literatuur en poëzie verder aan. Voordat ik in 1979 Nederlands ging studeren kocht ik mijn eerste verzamelbundel, Dichters van deze tijd (van Paul Rodenko, Sybren Polet en Gerrit Borgers, 23ste druk!). Dat was het begin van een levenslange liefde.

Hoe denk je over ons poëtisch klimaat?
Voor zover ik daar zicht op heb is dat klimaat pover. Sinterklaas en uitvaarten. Er is veel matige maar ook veel mooie en goede poëzie in Nederland maar er zijn te weinig lezers. De opkomst van ‘spoken word’ is bemoedigend en ik ben blij dat ook mijn jongste dochter zulke avonden bezoekt. Maar de literaire kwaliteit vind ik nogal eens mager. En als ik mijn vrienden vraag of ze weleens een gedicht lezen, wordt er meestal moeilijk gekeken. Een enkeling uitgezonderd. Ik zou graag willen dat iedereen dagelijks minimaal één gedicht met aandacht leest. In die gecondenseerde taal gebeuren kleine wonderen. Ze openen je denkraam.

Wat betekent in dit verband een Dichter der Nederlanden voor jou?
Het feit dat deze er is, maakt de poëzie zichtbaarder dus dat is een goede zaak. Waar ik blij van word is Babs Gons’ oproep om gedichten uit je hoofd te leren, te leren declameren. Maar ik vind dat ze wel wat prominenter aanwezig mag zijn, al weet ik niet of dat aan onze media ligt of aan Gons. Het is een waardevolle traditie en een noodzakelijk tegenwicht tegen de vulgarisering van onze cultuur of wat daarvan over is.

Hoe typeer je je eigen werk?
Als ik geluk heb, pluk ik een gedicht uit de lucht. Taalspel en -plezier zijn drijfveren. Het liefst zou ik de wereld willen redden van de door menselijke hebzucht georganiseerde ondergang, maar ik ben al blij wanneer iemand even op een andere tekst komt door wat ik schrijf. Soms maak ik gedichten die recht op hun doel af gaan. Vaker bouw ik vanuit een paar ontmoetingen van beelden en woorden aan teksten die, hoop ik, een venster openen op iets wat je nog niet op die manier had waargenomen. Daarbij schuw ik het cliché niet: dat kan zowel een blinddoek als een bril zijn. Ik kan er weinig aan doen dat ik maanziek ben dus schijnen er bijvoorbeeld veel manen in mijn gedichten. Ergens tussen dat cliché en de al te persoonlijke ontboezeming zoek ik naar een archetype, een trilling die wellicht iets universeels raakt bij jou als lezer.

Helpt Meander je als dichter?
Jawel. Allereerst door andere dichters te lezen. Er zijn meer mensen zoals ik, obsessief bezig met taal-op-de-vierkante-centimeter. De redactie stelt mij reële vragen als ik niet te volgen ben of misschien iets te snel tevreden was. Het persoonlijke en directe contact is stimulerend, hartverwarmend en bemoedigend. Dichten kan eenzaam zijn en je aan de zin doen twijfelen van wat je maakt. Bij Meander doet dat nut er niet toe, ofwel het is vanzelfsprekend. Het geeft mij het gevoel dat ik ergens bij hoor, een complexe maar warme familie.

Wat mis je nog bij Meander?
Ik mis veel omdat er te veel is om alles te lezen. In grote lijnen mis ik soms een duidelijke signatuur – maar dat vind ik anderzijds ook weer sterk aan dit platform. Het is echt een platform en een podium voor zoveel verschillende stemmen. De vormgeving mag wel wat eigentijdser en strakker.

 

Drie eigen gedichten

Een avond met C.

Onder de dakspanten
van hun smalle witte huis
bracht de miraculeuze
vroedvrouw van Lourdes
(trapluik omhoog
echt geen controle)
ons heel normale thee.
Wij rookten doodgewone sjek.

We zeiden weinig maar ademden
glasheldere luchtbellen uit
groter dan ons hoofd
waarin alles dreef en spiegelde
wat er te zeggen viel.
Tsjaikovsky, Young, Bach
Tangerine Dream.

Onder het huiswaarts gaan
waait mij geurig blad mee.
Beneden in het dal glinsteren
naast elkaar Maas en kanaal.

Fiets nog in de hand
deins ik voor de achtertuin:
drie gekroonde kraanvogels
drinken uit ons vijvertje
verzilverd door de maan.
Bramen plukken voor gevorderden

Onweer bezwaart de lucht
en deze hondsdagen waren
de vliegmieren er weer
al is weer als woord verkeerd:

de horden honderden eenmalige
mannetjes om één enkele koningin

ik kijk niet op ze neer
zoals op mij die meeuw

en het braambos gonst bij
nadering wolken de vliegen op

de meeste vruchten glanzen
net buiten handbereik

soms moet je even door de knieën
zie je de mooiste bramen hangen
spuug dan de pitjes uit
Water dat dagenlang staat
in handbereik dit filmpje
erop van het staan
verdampkringen van kalkresten
maar opstaan ondenkbaar

water dat al dagenlang staat
in het glas naast je bed
daarmee moet je het doen
in handbereik en de dorst
groeit per minuut de dorst
een kraan ondenkbaar
laagje stof
water

dat er al dagenlang staat
in het glas naast je bed
binnen handbereik

maar opstaan een kraan
maar asiel ondenkbaar

in dit glas dit water
dat staat er

     Andere berichten

Interview Aleid Bos

'In mijn hoofd loopt altijd een tekstmotortje'   door Ellis van Atten   In Castricum woont Aleid Bos, oftewel Daatje. Onder dat...

Interview Liesbeth D’Hoker

Interview Liesbeth D’Hoker

'Ergens wil iedereen die schrijft voor de ander het verschil maken' door Cora de Vos   foto © Bert Potvliege   Liesbeth D’Hoker...

Interview Ron Frinks

Interview Ron Frinks

‘Poëzie is een van de dingen die het leven zin geven.’ door Alja Spaan   foto © Marjon van der Vegt   Ron Frinks is 70 jaar. Na...