Geen gedichten voor kinderen
door Hettie Marzak
–

–
Gedichten voor kinderen kunnen er nooit genoeg zijn. Door ze voor te lezen kunnen (groot)ouders en kinderen plezier beleven aan klank, ritme, herhaling en onderwerp. Zo kweek je poëzieliefhebbers voor de toekomst. Maar dan moeten het wel goede gedichten zijn, geschreven door dichters die geen onderscheid maken tussen het belang van het schrijven voor volwassenen en het schrijven voor kinderen. Gelukkig hebben we in het Nederlands taalgebied al heel lang een groot aantal fantastische dichters die dat heel goed begrijpen. Maar soms tref je een bundel aan waarbij je je gedwongen voelt kritische kanttekeningen te plaatsen. Klavertjevier van Tonko Brem is er zo een.
Tonko Brem is het pseudoniem van Antoon Van den Braembussche (1946). Hij is Vlaams cultuurfilosoof, professor emeritus aan de Vrije Universiteit Brussel en dichter. Dit is zijn eerste bundel voor kinderen ‘van 5 tot 105 jaar’. Deze bevat twintig gedichten die vermeld staan in de inhoudsopgave, maar een paginanummering ontbreekt. Dat is vervelend als je een gedicht wilt opzoeken. Bij slechts twintig gedichten lukt dat wel, maar een fatsoenlijke index was mooi geweest.
Het eerste gedicht ‘Dag meisje’, dat doet denken aan ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ van Paul van Ostaijen, eindigt met de strofe: ‘de droppels van de dauw / ze worden rinkelkinnetjes / héél klein / op de prinspinnetjes / van het zijn’. Kinderen houden van klanken en herhaling, dat is bekend, en ze zullen zich niet zo druk maken over de betekenis ervan, maar ‘de prinspinnetjes / van het zijn’? Het Zijn is een concept van Martin Heidegger om de fundamentele aard van alle dingen te beschrijven. Dat is toch niet voor kinderen? Bedoelde de dichter dat met ‘voor kinderen van 5 tot 105’? Dat er voor elke leeftijd wel iets bij staat? Dit is in elk geval een klassiek voorbeeld van rijmdwang.
De filosofische gedichten, die overigens uit de bundel springen als twee van de betere, ‘Een vreemde kikker’(‘Het kleine had hij lief / omdat het zo groot was’) en ‘Een wijze man’ (over de Vlinderdroom van Chuang-Tzu) zijn in ieder geval niet voor kinderen, maar voor volwassenen.
Brem gebruikt wel meer uitdrukkingen die niet voor kinderen bedoeld zijn. In het gedicht ‘In de zoo’: ‘wat kijkt de gorilla triest voor zich uit / terwijl mensen grapjes maken / met hem lachen, ten voeten uit.’ In het gedicht ‘Kattekwaad’ (moet dat niet ‘Kattenkwaad’ zijn?) wordt verteld over een oma die ‘sneert’ tegen een kat. Ergens anders is iedereen ‘de koning te rijk’. Zou een kind weten wat er met deze beide frasen bedoeld wordt? Brem is Belg, natuurlijk gebruikt hij woorden die vreemd klinken in Nederlandse oortjes, zoals ‘frangipanneke’, ‘japon’, ‘ambetant’ en ‘bibelotje’. Dat is ook het probleem niet, maar wel de uitdrukkingen die over de hoofden van de kinderen heen voor volwassenen bedoeld zijn.
Een gedicht als ‘Toverformule’ moet het juist hebben van vreemde klanken en zelfverzonnen woorden:
Potjandorie. Vaste flesse.
Vispandoerie. Pontiplesse.
–
Poerkieblomme. Blankiebomme.
Pontipasta. Van der domme.
‘Virga Jesse’ betekent “Twijg van Jesse” in het Latijn en verwijst naar Maria, de moeder van Jezus, als de hoopvolle loot aan de stamboom van koning David. ‘Poerkie’ is een Vlaamse biersoort. De andere woorden zullen waarschijnlijk geen betekenis hebben. Het eindrijm, dat in dit gedicht aanwezig is, is in andere gedichten vaak geforceerd. Zo rijmt ‘verrek’ vanzelfsprekend op ‘gek’ en in het al eerdere genoemde gedicht ‘Kattekwaad’ luidt de laatste strofe:
Het voelde, ‘ik heb iets misdaan’.
Het vluchtte als een heet patatje
en kwam niet meer onder het bed vandaan.’
Wie heeft er ooit een heet patatje zien vluchten onder het bed omwille van het rijm. Misschien ben ik te oud voor deze gedichten.
Er staan heus wel aardige gedichten in, zoals het gedicht dat dezelfde titel draagt als de bundel:
–
Groen groen groen
is de kikkerkapoen
in het groene gras.
–
Groen groen groen
is de knikker van de kampioen
de beste van de klas.
–
Groen groen groen
was de dinosaurus toen
hij nog in leven was.
–
Groen groen groen
klavertjevier dat ik zoen
in het groene gras.
Maar ik erger me aan de vele verkleinwoordjes die Brem schrijft als het over meisjes gaat: ‘Goedkindmeisje’, ‘Liesje’, ‘Lotje’, ‘Fientje’ (met haar ‘stemmetje’), ‘Loesje’. Terwijl in het gedicht ‘Wie is de paus?’, waar drie van deze namen in voorkomen, ene Wouter niet alleen een naam draagt waarvan geen verkleinwoord gemaakt is, maar hij krijgt ook nog als de enige jongen het adjectief ‘slim’ toegewezen:
–
Wie is de paus? vroeg de juf.
–
En Liesje zei:
de paus is de oudste man ter wereld.
–
Waarop Fientje zei, en haar stemmetje beefde:
ik wist niet dat de paus nog leefde.
–
En Loesje antwoordde met gemak:
jawel. Hij is een soort priester
die lijkt op Sinterklaas.
En hij leeft in een paleis van goud.
–
Toen werd het lange tijd stil.
–
Tot de altijd slimme Wouter zei:
de paus is als Paulus de Boskabouter:
Hij is heel wijs en oud
en leeft in een hut van sprokkelhout.
–
En iedereen knikte, de koning te rijk:
ja, Wouter; Wouter heeft gelijk.
Deze vorm van discriminatie en seksisme vind ik al erg, maar Brem maakt het nog bonter in het gedicht over de poes ‘Kroeltje’:
spleetoogjes en een platte neus.
Precies een kleine Chinees.
Dit kan toch niet? Zonder de verdenking van ‘woke’ op me te willen laden, dit mag niet. Dit is pure discriminatie. Dit mag je niet voorlezen aan kinderen. Ik begrijp werkelijk niet dat Brem zelf niet inziet hoe kwetsend dit is. Hoe het aanzet tot pesterijen. Je zult maar een kind zijn van Aziatische ouders en dit dan voorgelezen horen in de klas. Want Brem doet ook suggesties ‘Voor wie met kinderen werkt, leest en fantaseert’. Je kunt een QR-code scannen of naar de website gaan voor ‘aanvullend materiaal’ en lestips, schrijft Brem achter in de bundel. Op de dag waarop deze recensie geschreven werd, was dat materiaal nog niet voorhanden op de site. Ik hou mijn hart vast.
De tekeningen van Marieke Janssen zijn kleurrijk, in de stijl van de naïeve schilderkunst en laten voldoende ruimte voor fantasie. Maar ze kunnen niet goedmaken wat er aan de gedichten schort.
____
Tonko Brem & Marieke Janssen (2025). Klavertjevier. Uitgeverij De Wispeltuin, 56 blz.€ 19,95. ISBN 9789465319063



