door Marc Bruynseraede
foto © Doorbraak
Wie organiseerde de spraakmakende, pardon, legendarische Nachten van de Poëzie in België, in 1973, 1975, 1980 en 1984 ? Niét het Letterenhuis, niét de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde, niét de Kon. Academie voor Kunsten en Wetenschappen, niét de Arkprijs voor het Vrije Woord of het Honest Art Movement, maar de Gentse literaire gangmaker en vermetele schavuit, bekendste en beruchtste promotor van de poëzie, met onvoltooide middelbare schooljaren maar met een dosis lef: Guido Lauwaert.
Guido werd onlangs 80 en vierde zijn verjaardag onverstoord – “ik loop nog steeds voorwaarts” – met de uitgave van een nieuwe dichtbundel ‘De Schoonheid van Schemerlicht’. Sinds zijn middelbare schooljaren heeft hij niet opgehouden gedichten te lezen, te schrijven, te publiceren, te afficheren, te promoten en in het theater voor het publiek te brengen. Gedichten verschenen in literaire tijdschriften, op etalageramen van winkels of op de grootse tribunes van de Nachten van de Poëzie. Het parool van die fameuze Nachten was: hoe zotter, hoe liever. Jean Pierre Rawie gaf als kommentaar: “Het was een geweldige rotzooi, een gigantisch drama, maar” – zegt Tom Lanoye – “toch had het wel wat”.
Nog vóór de Nachten tot stand kwamen, runden Guido Lauwaert en Ann Lemaitre, in het Gentse, in de jaren zeventig de poëziewinkel “Candid”, op de Sint Kwintensberg 65A. Later zou die, onder leiding van Willy Tiberghien, uitgroeien tot het huidige Poëziecentrum en een onderkomen vinden in het vijftiende-eeuwse gildenhuis het Toreken, aan de Vrijdagmarkt 36.
Over de eerste Nacht van de Poëzie schrijft Lauwaert in zijn memoires “Alvorens alles vervaagt” (2018) dat het “een initiatief was met een niet voor de hand liggende structuur. Dankzij een georganiseerde chaos brandde er op alle vlakken een echt vuur. Ik wist dat het me voor een hoop problemen zou stellen, maar liever dàt dan een gestroomlijnde organisatie, want waar was er dan plaats voor verbeelding en verrassing ?”. Fotograaf-recensent en cultuurliefhebber Michiel Hendryckx meldde dat Lauwaert te boek staat “als een schelm en schavuit, dwarsligger en rebel. Hij neemt veel mensen op de korrel, het meest nog zichzelf.” En journalist Karel Anthierens voegt daar aan toe: “U moet niet alles geloven wat Lauwaert schrijft, dat doet hij namelijk ook niet.” Naast Anthierens zat de betrokkene zelf te grinniken. “Never a dull moment” in Lauwaerts leven en memoires, constateert filosoof en vriend Johan Braeckman.
De eerste Nacht van de Poëzie, waarvoor Lauwaert zich inzette, kwam tot stand in het francofiele Vorst Nationaal te Brussel. De burgemeester van die Brusselse gemeente kreeg klamme handjes, wanneer hij de Vlaamse invasie in zijn francofone gemeente onder ogen zag. In deze gemeente woont trouwens de bekende journalist-publicist Luckas van der Taelen. Eerst moest de burgemeeester van Vorst de neiging onderdrukken om het gebeuren te verbieden. Later kwam de eerste Poëzienacht geruisloos tot stand kwam: meteen goed voor 7.000 man publiek en 91 dichters op de affiche. Geen stoffig zoldertje of een obscuur plattelandscafé, maar ineens de grote middelen. En resultaat !
De Nachten van de poëzie, die het kruim van de binnen- en buitenlandse poëten aantrok, waren ook goed voor memorabele gebeurtenissen. Zo opende Marcel Van Maele de eerste poëzienacht met een revolverschot (van zijn alarmpistool) en de woorden: “Ik verklaar de eerste Nacht van de Poëzie voor geopend”. Even later zou het aandachtige publiek opgeschrikt worden door Johnny van Doorn – Johnny the Selfkicker – die het gedicht bracht : ‘Kom toch eens klaar klootzak’.
Bij de tweede Nacht van de Poëzie kreeg Paul Snoek het aan de stok met een ginnegappende Luc Zeebroek (Kamagurka). Verstoord door de onderbreking zei Snoek : ‘Als je het beter kunt, kom dan hier maar eens staan’, wat Kamagurka zich geen twee keer liet zeggen. Hij beklom het podium en maakte de betekeniszwangere dichtkunst van Snoek belachelijk met debiele balletgebaartjes, tot groot jolijt van het publiek. Waarop Paul Snoek – anders ook niet verlegen voor een snedige tussenkomst – op hoge poten de scene verliet.
Naast de Nachten van de Poëzie heeft Lauwaert nog een heleboel andere literaire initiatieven genomen in de loop der jaren, zowel op de scene als acteur, als in de media, als journalist. Het volstaat er even de Wikipedia-pagina op na te slaan om te bemerken in welk breed perspectief zijn belangstelling wel ging.
Rond 2010 ontstond alweer, in kringen van het weekblad Knack, wat nostalgie naar de vervlogen animositeit van de Nachten. Er werd besloten op zaterdag 2 april 2011 in de Vooruit in Gent (thans omgedoopt tot “Vier Nul Vier”) een vijfde Nacht te organiseren. Curator zou Michaël Vandebril worden die voor de stad Antwerpen al vele poëzie-initiatieven genomen had. Er werden zo’n vijftig dichters opgetrommeld en twee en een half duizend inkomkaarten verkocht. Laten we dit als een postludium beschouwen, om de roem en glorie van de eertijdse Nachten na te wuiven.
En dat Guido Lauwaert nog lang gezond moge blijven, ter inspiratie van literaire nakomelingen.
–



