foto © H. Robinson
Yvonne Salmon is schrijver, beeldend kunstenaar en filmregisseur. Haar recente gedichten verschenen in The Martello Journal, de 2025 Ver Prize Anthology en The Frogmore Papers. Ze is Brits-Iers staatsburger en was onderzoeker aan de Universiteit Maastricht.
tandstatus
–
het gebit bewaart
wat het lichaam elders verliest.
–
een kaart op tafel:
groeven, haarscheuren,
oude reparaties,
glanzend archief.
–
kies 17:
een tik met metaal.
de trilling reist
door tafel,
vloer,
raamkozijn,
door iets in mij
dat geen naam hoeft.
–
niemand spreekt.
toch:
herkenning.
–
de kaak is een geheugen
zonder stem,
een alfabet
van binnen naar buiten.
–
notitie:
mesiaal.
distaal.
occlusie hersteld.
–
op de vensterbank:
een glas water
waarin een tand
zonder oorzaak
niet zinkt.
–
wat rest
blijft aan de rand
waar het bijten
aflaat.
–
het gebit bewaart
wat het lichaam elders verliest.
–
een kaart op tafel:
groeven, haarscheuren,
oude reparaties,
glanzend archief.
–
kies 17:
een tik met metaal.
de trilling reist
door tafel,
vloer,
raamkozijn,
door iets in mij
dat geen naam hoeft.
–
niemand spreekt.
toch:
herkenning.
–
de kaak is een geheugen
zonder stem,
een alfabet
van binnen naar buiten.
–
notitie:
mesiaal.
distaal.
occlusie hersteld.
–
op de vensterbank:
een glas water
waarin een tand
zonder oorzaak
niet zinkt.
–
wat rest
blijft aan de rand
waar het bijten
aflaat.
lateraal afgeroeid
–
Geen route maar nadreun,
wijkrand op flintniveau.
De stoepvoeg bewaart nog warmte
van toen — maar niet hier.
–
Verstrooid licht over straatvlak,
saffiergrijs, nageflitste sirenes:
archief zonder index,
echo’s van echo’s.
–
Namens het lichaam:
bocht.
Namens de herinnering:
grotere bocht.
–
Vervellende gevelletters vallen
als late sneeuw van baksteen.
Het bushokje, ademglas,
houdt een naam als gespannen stilte
onder de tong.
–
Ritme van stap stap stap –
maar niet hier,
nooit hier.
Een mechanische herdenking
die het lijf weigert los te laten,
met volkomen recht.
–
Geluid in sluimerstand. Geluid dat sluipt.
Neon gespiegeld in plassen
die geen regen zagen,
maar terugkeer.
–
Onder asfalt: een datum,
half gewist door tijd, half door wil.
Nog leesbaar voor wie niet kijken wil.
Nog voelbaar voor wie niet lopen kan.
–
En de stad, ruimer dan herinnering,
kiest toch een vorm van spreken:
een zachte, ongerijmde druk
net onder de ribben,
er net naast.
–
Geen route maar nadreun,
wijkrand op flintniveau.
De stoepvoeg bewaart nog warmte
van toen — maar niet hier.
–
Verstrooid licht over straatvlak,
saffiergrijs, nageflitste sirenes:
archief zonder index,
echo’s van echo’s.
–
Namens het lichaam:
bocht.
Namens de herinnering:
grotere bocht.
–
Vervellende gevelletters vallen
als late sneeuw van baksteen.
Het bushokje, ademglas,
houdt een naam als gespannen stilte
onder de tong.
–
Ritme van stap stap stap –
maar niet hier,
nooit hier.
Een mechanische herdenking
die het lijf weigert los te laten,
met volkomen recht.
–
Geluid in sluimerstand. Geluid dat sluipt.
Neon gespiegeld in plassen
die geen regen zagen,
maar terugkeer.
–
Onder asfalt: een datum,
half gewist door tijd, half door wil.
Nog leesbaar voor wie niet kijken wil.
Nog voelbaar voor wie niet lopen kan.
–
En de stad, ruimer dan herinnering,
kiest toch een vorm van spreken:
een zachte, ongerijmde druk
net onder de ribben,
er net naast.
Inventaris
–
In de keukenkast staan glazen
die niemand meer gebruikt,
helder als pauzes
tussen gedachten.
–
We tellen ze niet,
maar weten hoeveel stilte
ze dragen.
–
Op tafel ligt een mes
dat niets snijdt behalve licht.
Het heeft dagen gekend
die nergens heen gingen
en toch voorbij zijn.
–
Je zegt dat alles terugkeert,
maar anders verpakt:
een geur in de gang,
een schaduw die niet
te verklaren is.
–
Misschien is bewaren
alleen een langzamer vergeten.
Misschien is het genoeg
hier te zijn
met wat nog niet weg hoeft.
–
In de keukenkast staan glazen
die niemand meer gebruikt,
helder als pauzes
tussen gedachten.
–
We tellen ze niet,
maar weten hoeveel stilte
ze dragen.
–
Op tafel ligt een mes
dat niets snijdt behalve licht.
Het heeft dagen gekend
die nergens heen gingen
en toch voorbij zijn.
–
Je zegt dat alles terugkeert,
maar anders verpakt:
een geur in de gang,
een schaduw die niet
te verklaren is.
–
Misschien is bewaren
alleen een langzamer vergeten.
Misschien is het genoeg
hier te zijn
met wat nog niet weg hoeft.


