‘In mijn hoofd loopt altijd een tekstmotortje’
door Ellis van Atten
In Castricum woont Aleid Bos, oftewel Daatje. Onder dat pseudoniem gaf ze bij Leporello drie dichtbundels uit, Bij de dood van mijn moeder (2018), Mag ik hier even huilen (2018) en Misschien brengen scherven nog geluk (2020). In 2022 won ze de tweede prijs bij de Rob de Vos-poëziewedstrijd met het gedicht Wikkel mij in servetjes.
foto © Christa Romp
Aleid, vanwaar een pseudoniem? En waarom Daatje?
Ik ben zelfstandig tekstschrijver bij APCtekst. Mijn zakelijke opdrachtgevers kennen mij onder de naam Aleid Bos. Ik bedacht destijds dat ik mijn creatieve werk daarom liever onder een andere naam doe. Aleid komt van Alida. Ik ben vernoemd naar mijn grootmoeder en betovergrootmoeder. Mijn grootmoeder werd Ali genoemd, mijn betovergrootmoeder heette Daatje.
Je schrijft poëzie, non-fictie en je bent tekstschrijver met een focus op juridische teksten. Wat zijn voor jou de verschillen én de overeenkomsten tussen deze tekstvormen? En heb je een voorkeur?
Als tekstschrijver help ik overheidsorganisaties hun zakelijke informatie toegankelijker op te schrijven. Ik heb enorm plezier in heel precies en eenduidig formuleren. Bij poëzie speel ik juist graag met de meerduidigheid van taal. Misschien is dat hetzelfde plezier en dezelfde associatieve lenigheid, maar met een andere uitkomst. Mijn non-fictieproject is een boek over een deel van mijn familiegeschiedenis. Het is bijna af en daar ben ik blij om. Ik vind lange lijnen lastiger.
–
vijf kotters liggen in de haven
netten drogen mannen roken
vis verkocht
–
deze kerels op de kade
ik benijd hun zwijgzaam
samenzijn
–
wars van gewauwel van de vrouwen
bijeen geklit in breiclubs
spreeuwen kwetteren minder
–
was ik een man dan mocht ik
bij die stille staanders met
hun blauwe mutsjes
en vermoeide peuk
–
niet veel roersels in hun ziel
wel veel suiker in de koffie
–
uit Misschien brengen de scherven nog geluk, Leporello Uitgevers, 2020
Waar schrijf je het liefst?
Wat een leuke vraag! Ik heb altijd een schriftje en mijn vulpen bij me. Die zijn belangrijker dan mijn portemonnee of telefoon. Dus ik schrijf in de trein, in een café, soms in het duin of op een bankje in het bos. Bij Bind in Zaandam is ook een fijne plek, want daar zie ik veel groen en loop ik gemakkelijk naar het Noordzeekanaal. Op mijn werkkamer thuis kijk in de bomen en hoor ik vogels. Kortom, ik schrijf graag op plekken waar ik mijn zintuigen open kan zetten. Een kantooromgeving is het niet echt voor mij.
Waar haal je je inspiratie vandaan?
Haal je inspiratie ergens vandaan? Ik weet het niet. In mijn hoofd loopt altijd een tekstmotortje. Een constante woordenstroom. Soms word ik er knettergek van, maar er zitten ook leuke zinnetjes tussen. Of mooie. Die vormen vaak een aanzet voor een gedicht of een brief. Als ik ergens door geraakt word, komt er meer tekst in mijn hoofd. Heet dat inspiratie? Voor mij is dichten een uitdrukkingsvorm, net als muziek maken. Een manier om niet uiteen te vallen.
En wanneer kunnen we de volgende bundel verwachten?
Ik heb ontzettend veel zin om een nieuwe bundel te maken en heb ook een sloot gedichten liggen. Maar ja, dat is niet zomaar een bundel, natuurlijk. Een tijd geleden was ik bezig met een thema dat in de buurt bleef van Misschien brengen de scherven nog geluk. Ik wil graag nieuwe energie in mijn volgende bundel en daar ben ik nog niet. Eerst moet mijn non-fictieproject af. Hopelijk heb ik in april mijn boek in handen. Daarna ga ik mijn gedichtenbalans opmaken.
–
ooit was ergens hier
een zachte plek hoog gras met gele bloemen
–
ik lag er languit op mijn rug en keek
naar hoe ikzelf voorbijdreef in hoge witte wolken
–
laatst zocht ik even maar vond niets
dan kale grond het gras nu taai en zwijgzaam
Je bent wel eens te vinden op podia met je poëzie. Wat is voor jou een geslaagd optreden?
Ja, met poëzie op een podium staan vind ik van tevoren verschrikkelijk eng. Is de opbouw goed? Komt de samenhang uit de verf? Werkt de muziek verbindend? Duurt het geheel niet te lang? Als ik eenmaal begonnen ben, val ik samen met mezelf. Of beter: kan ik er zelf tussenuit. Dan gaat het om wat de gedichten doen en gaat het niet meer om mij. Komen er twee of drie mensen na afloop naar me toe om me te bedanken? Dan was het voor mij een geslaagd optreden. Want daar gaat het om: bij een paar mensen iets teweegbrengen.
Waar ben je het meest trots op qua poëzie?
Ik ben trots op Wikkel mij in servetjes, en niet alleen omdat ik er een prijs mee won. Het gedicht geeft een essentie weer van hoe ik in het leven sta op een manier die los is van mijn persoon. De jury heeft destijds verschillende elementen heel anders geïnterpreteerd dan ik zelf had ervaren bij het schrijven en dat vond ik verrassend. Blijkbaar zitten er meer perspectieven in dan ik voor mogelijk hield. En ik ben blij met het ritme.
Op Evenwicht ben ik ook trots. Ik vind de vorm muzikaal. Verder heeft het gedicht iets breekbaars en tegelijkertijd is de toon concreet. Dat concrete associatieve vind ik in Achter het net ook goed gelukt. Ik doe mijn best om de ‘wilde lucht’ uit mijn dichtersstem te filteren, dat is een term uit de muziek. Ik bedoel: ik houd er niet zo van als een gedicht hoogdravend en ingewikkelder klinkt dan wat er te zeggen valt. Misschien is dat alsnog een tekstschrijversdingetje.
–
zag je niet de vlinder blozend uit mijn keelgat glippen
samen met zijn naam. ik keek hem na je zat
gebogen over puzzels in de krant. we dansten
samen door de kamer. het was oktober
–
dartel past bij ons
ik liet het zo
–
zag je niet mijn blossen en mijn tranen af en aan
als knoppen in de meterkast – plop aan, poef uit
‘schakel echtgenoot’ op nachtstroom
het was november
–
duurzaam past bij ons
ik liet het zo
–
zag je het was voorjaar. ik vertelde je de naam
die ongemerkt bij ons was komen wonen
ik wees door welke deur ik hem had toegelaten
–
je rug geknakt. de puzzel had geen vragen meer
stil schuifelden we door de kamer nipten ieder
–
van ons gloeiendhete evenwicht
Waar droom je van als dichter?
Ik droom ervan dat zo nu en dan iemand een dichtbundel van mij pakt ter vertroosting en dat dan vindt in een gedicht van mij. Dat mijn poëzie verlichting geeft als iemand zich terneergeslagen voelt. Een sprankje geeft, een moment van rust biedt, een diepe zucht of voorzichtige glimlach toelaat. Dat het iemand kracht geeft om daarna een volgende stap te zetten, een volgende teug adem te nemen. Misschien een levensveranderend schokje. Dat zou mooi zijn.




