LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Jeroen van Kan – komeet ping pong

9 feb 2026

Een spel met taal

door Ellis van Atten




Een komeet gaat één kant op en volgt een baan, terwijl een pingpongballetje heen en weer geslagen wordt. De titel komeet ping pong riep bij mij nieuwsgierigheid op. Hoe beweegt deze komeet dan? Maar de vraag die de dichter zich stelt is deze: beschrijf je je eigen baan of die van een ander?

De bundel is verdeeld in drie afdelingen: ‘komeet’, ‘kelder’ en ‘ping pong’. Een grappig detail is dat de titels van de afdelingen verschillend zijn uitgelijnd, passend bij hun naam. In de eerste afdeling staan de titelloze gedichten vol verwijzingen naar een komeet en naar de ruimte. In het eerste gedicht maken we kennis met een komeet, één waar de dichter een relatie mee heeft. De komeet lijkt een onbereikbare liefde.

je tekens
zijn verbleekt

daarna volgden de hemellichamen
ze trokken zwijgend hun banen
onttrokken zich aan betekenis

jij bent anders ik weet dat je tot
spreken bent geneigd dat het geen
onwil is die je laat zwijgen

geef me een teken roodgloeiend witheet
scherend uitroepteken beteken je baan
beteken de mijne

zodra je aan mijn hemel verschijnt
zal ik je volgen laat mij je stofstaart
bewandelen als een pad

ik volg je van aphelium naar perihelium
en terug ik ben erbij als je tot koning
gemaakt door je oortwolk trekt

zijn we bij de zon dan sublimeer ik je
tot een coma ik zweet je uit ik inhaleer
je bekroon je in deemoed

laat me drinken van je plasmastaart
tot ik weet wat je bedoelt tot ik je
deelachtig ben geworden

wees mijn baken spreek of verlos
ons van je terugkeer weet dat mij
betekenen ook jou betekent

luister of gaat dat aan spreken vooraf
maakt je eerste teken dat ik versta je
pas ontvankelijk voor mijn woorden

heers trek je teugels aan smeed je
baan van ijzer maak van alles een
constante voor altijd

er is verlies in je cyclus strijk die eruit
maak ons voor eeuwig voorspelbaar

je staart wijst altijd van de zon af

je zegt daarmee eigenlijk
al genoeg

De gedichten in de afdeling ‘komeet’ zijn niet allemaal makkelijk te lezen en te doorgronden. Wat kennis van ruimte-terminologie en de griekse mythologie helpt. Het ontbreken van leestekens en de vele enjambementen zetten de lezer aan het werk.

In de afdeling ‘kelder’ daal je echt af. De gedichten lijken wat verhalender en aardser, al zijn er wel wat verwijzingen naar de ruimte, zoals in het gedicht ‘do the fear’: ‘ik wil niet dat we willekeurige banen beschreven * / ik wil natuurwetten die het buitenkant maken’. Het gedicht ‘de witte kamer’ is realistisch en voor iedere amandelloze lezer herkenbaar: ‘ (…) / droombeeld van een zesjarige in een ziekenhuis / te hoorn (…)’.

Ontroering ontbreekt niet in de bundel. Ik werd bijzonder geraakt door regels uit het gedicht ‘ik’ uit de afdeling ‘kelder’: ‘ik zwerf door onbekende straten als de kamer zich van je adem ontdoet / ik heb niet gezien hoeveel stiller dood dan slapen is / ik weet niet of de kamer je beter staat in die ademloze staat’. Het voelt als een inkijkje in de emoties van Van Kan. Ik voel de verbazing, de ontsteltenis als je naar een pas overledene kijkt. Het gevoel dat er iets niet klopt, dat je niet kunt geloven dat iemand overleden is en nooit meer zal ademhalen.

Van Kan speelt schijnbaar vrij met vorm én met letters. In het gedicht ‘blijven en weggaan’ maken losse letters deel uit van het gedicht bijvoorbeeld: ‘zoals / m / ook nog steeds daar staat op die rots’. Door de hele afdeling zwerven losse letters schijnbaar willekeurig over de pagina’s. In eerste instantie vroeg ik mij af of ik een proefdruk had ontvangen, maar ze passen in het ‘pingpongende’ geheel. Pas na meermaals lezen ontdekte ik dat er een letter ontbreekt in één van de gedichten. Expres? Verplaatst? Herlezen zal nog meer verrassingen opleveren, vermoed ik. Maar het moet in etappes om niet vermoeid te raken.

dicht nooit over dichten

er zat een reiger op de rotonde
de waterkant kwijt of moe
of misschien toe aan iets afgeronds

was jij het niet die zei
ik hou van dichters die zwembaden
verkiezen boven open water

Na een kennismaking met een pingpongballetje in het eerste gedicht van de afdeling ‘ping pong’, blijft de lezer in beweging: er wordt gespeeld met taal en met lay-out. De dichter relativeert en stelt gerust, zoals in dit gedicht:

kijk het nu in de bek

hier braakt die ruim bemuilde moby dick de wereld uit
baart er zijn roestig nageslacht

hier waar einde en begin
voor altijd bezig zijn met samenvallen

de schepping een concentraat in de ingewanden
van het beest dat aan ons is ontsproten

hier slikt en braakt het voor altijd we slaan
machteloos terug tot we lam berusten

aan de bek van het beest is niets dan een nu
waarin elke tegenstelling versmelt

rondom wijzen opschriften willekeurige
richtingen aan en smaken alle woorden metalig

op een dag zijn we dronken van begrip
en weten we voor altijd waar we heen gaan

Misschien is de poëzie niet voor iedereen even toegankelijk. Ook ik moest even door alle enjambementen heen lezen. De vele verwijzingen naar het heelal zoals ‘boemerangnevel’, ‘gammaflits’ en ‘rode stofmantel’ leverden mij even wat jeuk op in de eerste afdeling. Tip: pingpong lekker door de bundel heen en laat je verrassen.

Deze bundel van Jeroen van Kan houd ik voorlopig binnen handbereik om nog vaker verrast te worden. Ik houd van het spel dat Kan speelt met de taal, met de poëzie, met de lay-out en hoe hij dat doet met een gevoel voor humor.
____

Jeroen van Kan (2025). komeet ping pong. Querido, 88 blz. €19,90. ISBN 9789025320126

Als redactie zien we dat in deze zin de tijdsaanduiding niet consequent is, maar het staat letterlijk zo in de bundel. We laten in het midden of het een redactiefoutje is of een bewuste keuze van de dichter.

     Andere berichten

Inger Christensen – alfabet

Inger Christensen – alfabet

Revisited door Yvan De Maesschalck - - Er lijkt op het eerste gezicht een onoverbrugbare kloof te gapen tussen wiskunde en literatuur. En...

Maria Barnas – Tussen mij

Maria Barnas – Tussen mij

De zwaartekracht van bestaansschaamte door Johan Reijmerink - - De ik-persoon in de nieuwe bundel van Maria Barnas Tussen mij (2026) neemt...