door Jan van der Vegt
Zelfs in het werk van een vooraanstaand dichter kun je een gedicht tegenkomen dat je tegenstaat. Ik heb dat (onder meer) ervaren bij Nijhoff. In april 1919 publiceerde hij in het blad De Beweging zijn gedicht De kinderkruistocht, dat bestaat uit achttien rijmende tweeregelige strofen (distichons) en als volgt begint:
Zij hadden een stem in het licht vernomen:
‘Laat de kinderen tot mij komen.’
Daar gingen ze, zingende, hand in hand,
Ernstig op weg naar het Heilige Land.
In dit vrome sprookje komen ze aan bij een ‘wit huis op een klip’, waar hun schip voor anker gaat. De dichter suggereert dat dit het hemelse reisdoel was, want ‘Wie alles verlaat vindt in vaders huis / Dat vele woningen heeft, zijn thuis.’ Met dat laatste varieert hij op Jezus’ woorden in Johannes 14 : 2, en dat gaat niet over aardse woningen. Het gedicht eindigt met vier distichons waarin Latijnse variaties op de slotregel van het Pater Noster rijmen op het Nederlands. De slotstrofe luidt:
Dat ze gingen en zelfs geen afscheid namen
– Libera nos a malo. Amen. –
–
Maar waarom moesten die kinderen op reis, zelfs zonder afscheid te nemen? Waarom wordt er een wit lam en een vlag met een kruis meegedragen? Waarom heet dit een ‘kruistocht’? Vragen die open blijven.
De kruistochten vormen zwarte bladzijden in de geschiedenis van de Middeleeuwen. In 1096 riep paus Urbanus II in Clermont de gelovigen op om de moslims te verjagen die ’t in het Heilige Land en bij het Heilig Graf voor het zeggen hadden. Honderden vrome ridders gordden hun zwaard om, namen lans en schild ter hand en duizenden krijgers volgden hen te voet. Dat leger trok op weg naar Jeruzalem door Zuid-Frankrijk, plunderend als ze niet door de lokale bevolking gevoed werden en moordend waar zij Joodse gemeenschappen aantroffen, want dan ontaardde het godgewijde doel in een bloedige pogrom. Joden waren in veel middeleeuwse ogen even erg als de ‘heidenen’, en Deus lo volt! God wil het!
Stefan Hertmans vertelt in zijn beklemmende historische roman De bekeerlinge (2016) het tragische lot van een jonge vrouw in het stadje Moniou (het huidige Monieux in de Vaucluse), die moet toezien hoe haar man, rabbi aldaar, vermoord wordt en hoe hun twee kinderen worden ontvoerd. Om die terug te vinden onderneemt zij een éénpersoonskruistocht die haar ondergang zal worden. Toen ik die passage in Hertmans’ boek las, kwam mij Nijhoffs Kinderkruistocht voor de geest.
In 1099 werd de Heilige Stad door kruisvaarders veroverd en het Koninkrijk Jeruzalem uitgeroepen, dat het nog twee eeuwen heeft uitgehouden en in zijn bloeitijd zelfs een flink deel van Palestina omvatte, maar tegen de omringende moslimrijken verdedigd moest worden door een reeks van kruistochten waarbij christenen en islamieten elkaar wederzijds afslachtten. Eén daarvan zou in 1212 een ‘kinderkruistocht’ zijn geweest, want voor een leger van onschuldige kinderen moesten de vijanden wel wegvluchten, zo redeneerde men.
Dit verhaal is een verzinsel, dat waarschijnlijk is ontstaan uit het misverstand over een kruistocht die ‘Peregrinatio puerorum’ werd genoemd. ‘Puer’ werd als ‘kind’ opgevat, terwijl het ook ‘dienaar’ kan betekenen, zoals in ‘Laudate pueri’ (Loof, dienaars, de aanhef van Psalm 113). De ‘pueri’ die de ridders volgden met hun messen bij de hand, waren verre van ‘onschuldig’.
–

–
Nijhoff gaf zijn gedicht in 1924 een plaats in Vormen, een bundel waarin het symbolistische aspect van zijn poëzie zich vaak verrassend ontwikkelt. ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’ gaf hij in ‘Awater’ zijn poëzie als cryptisch motto mee. Van het terugverlangen naar een onschuldiger wereld dan die van de volwassenen, in symbolische vormen verbeeld, raakte zijn poëzie doortrokken en zo moeten we haar lezen. Maar zulke vormen moeten wel, wat ze ook symboliseren, een innerlijke waarschijnlijkheid hebben en die ontbeert dit vrome prentje. Daardoor krijgt het gedicht, hoe virtuoos ook verwoord en berijmd, iets onechts, wat het ook wil symboliseren.
Nijhoff maakte zijn romantisering van de toch al dubieuze legende in 1943 of 1944 goed. In het Nieuw Geuzenliedboek dat tijdens de bezetting clandestien en zonder auteursnamen verspreid werd, stond een gedicht onder de titel ‘Moderne kinderkruistocht’, dat in zeventien distichons een variant is van het eerdere. Het begint met: ‘Zij hadden een stem in den nacht vernomen, / Die scheurde het web van hun kinderdromen.’ De kinderen gaan hier niet een vroom symbolisch prentje binnen, ze zijn in een gruwelijke werkelijkheid bijeengedreven om te worden verdelgd:
–
De mensen haastten aan hen voorbij,
De wraak heeft geen tijd voor medelij.
Verjoegen hen, lachend om den Jood,
Die zoo luid lamenteert en misbaart in nood.
Het eindigt met strofen die, evenals de slotverzen van de oorspronkelijke versie, rijmen op de Latijnse regels:
Want wie Jood is en Jahwe belijdt,
Moet zwerven op aarde in eeuwigheid.
Elk kind draagt dit leed in zijn wezen mee,
– Domine infantium libera me –
Het hart van de menschen is koud en boos,
– Pater infantium liberet vos –
Zoo slaaf van de wereld en goddeloos,
– Domine infantium libera nos –
Dat zij de zonde zich zelfs niet schamen.
– Libera nos a malo. Amen –
–
Het gedicht verscheen anoniem in het illegale Nieuw Geuzenliedboek, maar niemand anders dan Nijhoff had het zo kunnen schrijven. Hij had het zien gebeuren, de gruwelijke misdaad van de Shoah waarvan ook kinderen slachtoffer werden, de boosaardigheid van de Jodenhaat. Hier vervaagt niets in een symboliek: lees maar, er staat wat er staat.
Aantekening:
Vertaling van de Latijnse regels: Heer van de kinderen verlos mij / De Vader van de kinderen verlosse u / Heer van de kinderen verlos ons / Verlos ons van het kwaad.’
Over de inspiratiebron voor de oorspronkelijke versie schrijft Bart Slijper op p. 105 van zijn Nijhoff-biografie Elk woord ging ademhalen, Amsterdam 2023.
Beide versies van ‘De kinderkruistocht’ staan in Nijhoffs Verzamelde gedichten, Amsterdam 1990, resp. p. 120 en 347. De complete tekst van beide is ook te vinden op de DBNL-site. Het gedicht uit het Nieuw Geuzenliedboek is geciteerd naar de heruitgave in Geuzenliedboek 1940-1945, Amsterdam 1975, p. 68, onder de titel: ‘Moderne kinderkruistocht’. Het woord ‘moderne’ is niet van Nijhoffs hand.
foto Martinus Nijhoff © KN Nationale Bibliotheek
foto bundel Vormen © Boekmeter
–



