De moed om anders te leven
door Francis Cromphout
Xavier Roelens (°Rekkem, 1976) heeft een prominente rol gespeeld in de Belgische slam scène en was oprichter en hoofdredacteur van het tijdschrift Kluger Hans. Naast het schrijven van gedichten geeft hij ook schrijfcursussen en is hij coördinator van een organisatie die culturele en literaire tijdschriften promoot. Hij debuteerde in 2007 met de bundel Spookrijders gesignaleerd. In 2012 volgde Stormen, olievlekken, motetten die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs. De bundel Onze kinderjaren (2018) was het resultaat van de vraag gesteld aan 365 mensen naar hun vroegste herinnering als kind en werd genomineerd voor de Grote Poëzieprijs.
Wildnissen dient zich aan als een ‘lyrisch-ecologisch tractaat’. De titel is een neologisme dat verwijst naar het verzet van verschillende levensvormen tegen het onheil dat zich aankondigt in onze tijd, in de eerste plaats rond klimaatrampen. Het komt ook voor als werkwoord. ‘Dit is mijn Bezette Stad’, zegt Roelens hierover en het drukt een verlangen uit naar wildheid. Zijn bezorgdheid om het klimaat is nauw verbonden met zijn vaderschap van wat hij zijn ‘zelfgemaakte’ kinderen noemt.
De bundel telt zeven afdelingen gemeten in ‘korrels’ die gaan van één tot honderd achtenveertig en genummerd worden in een volgorde die hij ontleent aan de Tractatus logico-philosophicus van Ludwig Wittgenstein. De bundel bevat volgens de auteur misschien wel meer tekst uit andere bronnen dan van hemzelf. Zo zijn daar de ‘Tekstfuga’s’ (een uitvinding van de Izegemse veelzijdige kunstenaar Benjamin Sercu) die inhoudelijk geïnspireerd zijn op Duistere ecologie van filosoof Timothy Morton. De titels van de ‘1972 gedichten’ verwijzen naar de index van Geert Buelens Wat we toen wisten. De vergeten groene geschiedenis van 1972. Zijn ‘Songs’ ontstonden uit Minder is meer. Hoe degrowth de wereld zal redden van Jason Hickel. De wildnis-prozagedichten zijn geïnspireerd door auteurs zoals Francis Alÿs, John Cage en Hans Claus. Het gedicht ‘Vergeten straat. Dubbele boekhouding’ hergebruikt personages van het boek van Louis Paul Boon. Verder verwijst hij nog naar verschillende teksten waarbij De passie volgens G.H. van de Oekraïns-Braziliaanse Clarice Lispector mij het meest heeft getroffen. Doodserieus allemaal. Een grondig bekokstoofd manifest, waar Roelens zich echter met de nodige poëtische lichtheid weet door te slammen.
De huidige situatie van onze planeet wordt als volgt geschetst:
er wordt gevangen
er wordt beschoten
gevild en gehangen
er wordt verbrand
er wordt gemaaid
er wordt bespoten
geoogst en gegraaid
er hoort nu bij
het aards gemis
wat overblijft
is wildnis
Wildnis’ concrete vijand is het asfaltbeton: ‘asfaltbeton (…) voorkomt dat de onderaards e/ wildnis naar boven lekt’ want ‘Er ligt grond / onder het asfalt dat naar zaden smacht’. In ‘Tegen betaling’ worden een hele reeks handelingen gesteld die het milieu zowel kunnen schaden als (schijnbaar) verbeteren: ‘Tegen betaling helpen warmtepompen en slimme meters / de economie te fixen het milieu bied ons die kansen / Tegen betaling vermarkten we de zeespiegelstijging / onze verbeelding kan dat gezegend zij onze verbeelding‘. Maar is de door geld bepaalde ecologie geen zelfbedrog? De dichter hangt een andere waarden bepaling aan: ‘de waarde van een / appel stijgt als ik hem deel wat van / geld niet gezegd kan worden. Via een komische bankroof wordt duidelijk gemaakt wie in deze werkelijkheid de echte rover is: ‘overdag: thuisverpleger. wildnist. gaat een bankkantoor binnen / houdt de handen in de lucht. roept: ‘ik geef me over aan jullie hold- / up!’ sluipt achterwaarts naar buiten.’
Er wordt gesuggereerd dat de overbevolking de oorzaak zou zijn van het probleem: ‘mijn nieuwjaarswensen voor 2026: geen kinderen dit jaar / schenk je buggy’s weg aan Oekraïnse gezinnen’. Zelf is hij nochtans meegegaan met de procreatieve drang: ‘omdat alles voortdurend verandert ben ik / twee zonen geworden en vader’. Dit tot grote vreugde maar ook grote bezorgdheid: ‘ik dank dat ik (…) de zondag deel met een zelfgemaakt / patience spelend kind (…) ik dank dat hij in / deze staat van genade over / afzienbare tijd net als / acht miljard andere mensen zal sterven / en ik hoop het niet te hoeven meemaken.’
Humor noch gebed (hoe oneerbiedig ook) kunnen ons redden:
gezuiverd zij uw blaam
uw pfas kome uw microplastics blinke
in onze stront als in ons maagzuur
zweet uit poriën onze dagelijkse pesticiden
en verweek onze erecties
gelijk ook wij verweken bij een romantische komedie
en schenk ons geen zure tranen
maar prop ons vol met chips en donuts
adem.
De dichter belicht ook wat men het systeem noemt alsof dit soelaas kon brengen.
een gezonde leefomgeving als
fundamenteel mensenrecht op
de lange tafel van onuitgevoerde
goede bedoelingen (…)
Wat ons rest is elk voor zich: ‘en ik probeer me het omslagpunt in / de klimaatramp voor te stellen waarop je overgaat van / zoveel mogelijk mensen proberen te redden naar / eerst jezelf proberen te redden’. De keuze gaat tussen ‘de winst trouw te blijven’ en een betere vorm van trouw:
een voor drinkwater een voor rioolwater
stak je meisjes op school – lezen laat langer leven
stak je vaccins tegen polio en mazelen
stak ik minder tijd in werken en
nieuwjaarskaarten in brievenbussen
steken we de straat over om te groeten.
Anders gaan leven dus, maar dat vraagt moed want we staan hier voor het onbekende. Clarice Lispector verwoordt dit als volgt: ‘Maar nu weet ik dat ik een veel grotere moed moet hebben: de moed om er een andere moraal op na te houden, zo vrij dat ik haar zelf niet begrijp en ze mij beangstigt’.
Er is zoveel geprobeerd, besluit de dichter: ‘geprobeerd en vertrokken, ben je vertrokken, ben je geprobeerd’.
____
Xavier Roelens (2026). Wildnissen. Atlas Contact, 119 blz. € 22,99. ISBN 97890 25477868




