LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Parels in het Poëziecentrum Nederland (1)

17 mrt 2026

door Wim van Til

 

Vandaag het eerste deel van een nieuwe serie van Wim van Til, Gert Jan de Rook, book for ulisses.

 

Wanneer begon de konkrete poëzie in Nederland? Dat zou een aardige kennisquizvraag kunnen zijn onder literatoren. ‘Konkrete poëzie, zegt u? Wat is dat?’ Even een zijweggetje en dan kom ik zo op een antwoord op deze vraag. De zijweg: al eeuwen voor onze jaartelling werd er in tekens geschreven. Denk aan de Egyptische hiërogliefen, aan het spijkerschrift, aan de runetekens, en je hebt een verbinding tussen beeld- en taaltekens. En dan laat ik alle oriëntaalse schriften nog buiten beschouwing. Beeld en taal, taal en beeld zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Het is net als het wiel dat steeds opnieuw wordt uitgevonden, beeldtaal is van alle tijden, van alle culturen. In het boek The word as image1) wordt daar uitgebreid op ingegaan. Nu een eerste sprong op de zijweg: eind negentiende, begin twintigste eeuw worden in Frankrijk teksten geschreven die op hun beeld lijken. Stéphane Mallarmé en Guillaume Apollinaire zijn de grote namen, Marinetti in Italië. De dada-beweging is o.a. aan hen schatplichtig. En dan wordt het begin ’50. 1952, 1953 zijn bijzondere jaren. Want, in twee geografische regio’s vinden twee dichters de nieuwe taalvorm opnieuw uit: de van oorspong Zwitserse Braziliaan Eugen Gomringer schrijft/maakt in Zuid-Amerika teksten waarin vertikale, horizontale en rechtlijnige vlakken betekenis krijgen. In 1953 publiceert Oyvind Fahlström in Zweden een manifest for konkret poesi.
Je kunt konkrete poëzie dus het beste omschrijven als de combinatie van klank, beeld en grafische vormgeving die in samenhang betekenis geven aan wat de dichter te melden heeft.

En nu: wanneer begon dat in Nederland? Daar is eigenlijk geen exact tijdstip aan te verbinden. In de jaren 1950-1967vinden er allerlei manifestaties, tentoonstellingen plaats waarin dichters (vormen van) konkrete poëzie tonen. Een bijzondere datum is wel 23 februari 1963; de plaats is het Museum voor het Vlaamse Cultuurleven in Antwerpen. Van die gelegenheid heeft Frans Vanderlinde in het tijdschrift Kentering een verslag gemaakt waarin hij concludeert dat er sprake is van een samengaan van ‘een eenheid van stof en woord: het beider raakpunt van poëzie en beeldende kunst: poëzie’. Maar dan blijft het stil, Vanderlinde verdwijnt uit de redactie van Kentering en komt pas in 1966 terug met het tijdschrift Vers-univers dat hij een ‘tijdschrift voor evolutieve poëzie’ noemt. In het laatste nummer van dat tijdschrift verzamelt hij een tiental Nederlandse en Vlaamse dichters die konkrete poëzie maken, onder wie Hans Clavin, Herman Damen, UG Stikker, Robert Joseph en Renaat Ramon. En daarmee hebben we de (meeste van de) belangrijke konkrete dichtersnamen genoemd. Natuurlijk moeten daar ook Paul de Vree (voor Vlaanderen) en Gert Jan de Rook en Pier van Dijk (voor Nederland) bij genoemd worden.

 

       

 

Daar blijft het niet bij, de konkrete poëzie evolueert naar visuele poëzie (waardoor ook collagetechnieken uit de beeldende kunst gebruikt kunnen worden) naar visie- en actiepoëzie (gedichten die worden uitgevoerd om naar te kijken). Robert Joseph eet een banaan terwijl hij haiku van de Japanse haikudichter Basho leest, schenkt een theekan leeg in een veel kleiner theekopje, terwijl hij vertelt over een zenmeester en fluit sonnetten: de eerste regel in het bijzijn van (veel) publiek, de tweede regel 7 jaren later op dezelfde plek met minimaal één getuige uit het publiek van toen, de derde regel opnieuw 7 jaren later met weer een getuige. Tot het sonnet helemaal gefloten is …, poëzie voor de eeuwigheid.
Het zijn bijzondere, bizarre acties. De poëzie betreedt gebieden die niet eerder werden verkend.


 

 

 

 

 


Hans Clavin en Gert Jan de Rook legden zich toe op een andere vorm voor de poëzie: stempelgedichten.
En dat brengt mij bij het eerste pareltje in de collectie van het Poëziecentrum Nederland, book for ulises van (gert jan) de rook. Er zit een apart verhaaltje aan dit boek. Ulises Carrión opende in april 1975 samen met een partner een boekhandel (Other Books And So, OBAS) in Amsterdam. Het was een boekhandel waar je niet zomaar boeken kon kopen, maar speciale boeken, kunstenaarsboeken, non-books, bijna-boeken en allerhande tijdschriften. Het was een boekhandel die de klanten in contact bracht met elkaar, met (andere) artiesten, schrijvers en verzamelaars. Het book for ulises is dus letterlijk een geschenk aan de boekhandelaar, een persoonlijke curiositeit.

 

                 

 

Het boek bestaat uit vijf gevouwen A4-vellen, waarvan er een in een afwijkende kleur en iets zwaarder papier het omslag vormt met daarop de titel gestempeld; de overige drie zijden zijn blanco gebleven. Op de titelpagina is 12 centimeter onder de titel de naam de van de auteur gestempeld: de rook. Dan volgen bladzijden met een gestempelde mededeling ‘st !’. Op de eerste bladzijde staat dat eenmaal, op de derde viermaal met uithalen (ssst!) in zowel hoofdletters als kleine. Met 1, 4, 7 en 10 s-en), op de vijfde bladzij zijn dat er nog meer geworden, verdeeld over de bladzijde en op de zevende is het een volledig ‘bos’ geworden van gestempelde st!-en. De even bladzijden zijn blanco.
Ik weet niet wat de oplage van dit boekje geweest is, die zal niet hoog geweest zijn.
Het is een uniek exemplaar (want met de hand gestempeld) en het is een van de pareltjes in de collectie.

 

 

1) Berjouhi Bowler, The word as image (Studio Vista, 1970) is te raadplegen in het Poëziecentrum Nederland. Daar zijn meer boeken en artikelen over konkrete en visuele poëzie aanwezig, alsook persoonlijke bundels van Hans Clavin, Herman Damen, Pier van Dijk, Robert Joseph, Renaat Ramon, Paul de Vree en Herman de Vries.

 

     Andere berichten

Leopold en Piggelmee

Leopold en Piggelmee

door Jan Loogman     In de slaapkamer van mijn ouders lag, in de diepe kast en verborgen achter de kleding van mijn moeder, een...

Kijken, visualisatie in de poëzie

door Pieter Sierdsma   Het beeld in de poëzie is een belangrijk element. Het maakt een gedachte pregnant. Beeld kan herkennen en...