LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Annemarie Estor – Villa Allucina

4 mei 2026

Een sprankelend epos

door Taco van Peijpe




Deze bundel, waarvan de titel verwijst naar hallucinatie (Italiaans: allucinazione), vertelt over een verwarrende droomreis waarin de argeloze ‘Como’ (Hoe), op zoek naar schoonheid, door de mysterieuze ‘Nada’ (Niets) wordt rondgeleid in de paradijselijke zalen van haar ‘Villa Allucina’. Na een dramatische wending blijft Como gedesillusioneerd achter.

Het epos is samengesteld uit een reeks korte gedichten. De vorm van die gedichten is vrij en zeer verzorgd. Ze klinken goed, dankzij een vloeiend ritme en onopvallende herhaling van klanken en (delen van) woorden. Het taalgebruik is onconventioneel. Woorden worden op ongebruikelijke manier gecombineerd, veranderd of verzonnen. Toch is de tekst steeds overtuigend, suggestief en vol betekenis. Zo wordt van Como het volgende gezegd: ‘Hij spon gouden suiker in gestolen lakens / en speelde in de waterbekkens van de begeerte.’ (p. 8). Mooi beeldend vind ik: ‘Zwaar van moeheid was het hek. / Het poorthuis hing in uitgewoonde hengsels.’ (p. 24). En met een terloopse buiging naar Nijhoff (‘Het Souper’): ‘Waskaarsen stonden lang-wapperend te lekken. / Op de grond lagen brede tapijten, geweven / van kalmte, lavendel en vrede,’ (p.37).

Bij het lezen heb ik soms getwijfeld: Is dit nog samenhangende poëzie, of losgeslagen wilde fantasie? Hoe dan ook, de vele indringende poëtische beelden zijn een genot om te lezen. De volgende passage bevat zo’n prachtig beeld, waarvan ik niet precies weet wat ik er mee aan moet, maar dat me steeds bijblijft. De laatste strofe op p. 31:

In het midden van de kamer
stond een ledikant dat met hooi was opgemaakt.
Het laken bestond uit levende citroenvlinders,
ze vouwden hun vleugels opgewonden in en uit.

Hier wordt iets ongrijpbaars opgeroepen, mooi, licht en luchtig.

De vormgeving van het drukwerk is bijzonder. In de loop van het verhaal worden de drukletters steeds vetter, totdat bij het keerpunt in het verhaal een typografische explosie ontstaat. Dan gaat het met magere lettertjes verder. Een proloog en een epiloog zijn uit een afwijkend, schreefloos lettertype gezet.

Na de proloog begint het verhaal aldus:

’s Nachts heb ik lichtende ballonnen
zacht over de bergen zien komen,

over het meer zien drijven,
op mijn vingers zien landen.

Op alle tien mijn slechte vingers,
die ik voor me uit hield,
ophield naar de hemel.

(p.13)

Dit dromerige gedicht zet zachtjes in, met twee langzaam lopende regels, elk met slechts drie heffingen verdeeld over negen lettergrepen. Het ritme is vloeiend, het binnenrijm onopvallend. De ballonnen lijken iets moois te beloven, dat helemaal bestemd is voor de verteller. Dit schone past op alle tien vingers, waar het niet raakt aan het goede, maar aan het slechte. De verteller (Como zelf) heft de handen verwachtingsvol naar de hemel.

Over de ontmoeting met Nada vertelt Como het volgende: ‘ ‘Ik heet Como. / Maar jij. Wat ben je mooi.’ // ‘Ik ben Nala,’ zei ze. // Nala stelde zich van alles voor. / Ze liet me kijken door haar oog.’ (p. 17). Naar later blijkt heeft Como de naam verkeerd verstaan. Nada heeft zich voorgesteld als Nada, dus als niets, maar ze stelde zich ook ‘van alles’ voor.

De zalen in de villa vertonen wonderlijke taferelen met allerlei bloemen, vruchten, insecten en vreemde vogels. Het schone manifesteert zich uitbundig, het goede en het ware komen eveneens in beeld maar hier en daar schuilt ook een subtiele verwijzing naar de tegendelen. In de zaal van de ‘Kardinaal’ zijn guirlandes gedrapeerd, ‘in het seizoen met een dikke naald en touw geregen / jeneverbessen, pepertjes en schijfjes ideologie’ (p. 27). Het ware lijkt in deze zaal niet helemaal veilig. Achter ‘de deur van de volgende dag’ staan of hangen rieten manden ‘met abrikozen erin, / met penseelkevers, / met gefermenteerde jaloezie, / met gevlekte wilgenhaantjes, / met kurkuma en dooie wespen.’ (p. 30). ‘Potten optimisme in bier, / perziken op teervlekken, / flessen limoncello, kleine potjes zon, / en ik zag een rijtje lafheid staan.’ (p.31). Hier is ook het lelijke en het slechte vertegenwoordigd.

Verderop lijkt het goede een kans te krijgen, maar de morele zuiverheid gaat onder in de muskusgeur van mannelijke ijdelheid: ‘De mannetjeseenden zaten heel moreel op de grond / genesteld tussen het nootmuskaatgeurige gras en hun / ijdele koppen glansden.’ (p. 40). Como belandt op een balkon dat ‘als een bruidsjurk aan de muur’ hangt. Hij ziet ooievaars komen en gaan en aanschouwt een ballet ‘van smoorverliefde zwanen in tutu’s / en weddingplanners in kuisheidsgordels’ (p.41). Nada roept een toverspreuk en beveelt Como te springen, maar hij doet niets. Vermoedelijk lokken de zoetsappige toespelingen op huwelijk en gezin hem niet.

Nu begrijpt hij de naam van Nada, die zich aan hem vertoont in de gedaante van een scheldend mormel: ‘Als een kwaaie kaketoe / kotste zij haar galbbargoens: / ‘Jij kleurloos vermomsel onder de volgers! / Ik kots van je keverzand!’ Zij zet deze scheldkanonnade nog een poosje voort en roept dan: ‘Niks de nakko stel je voor, / dus scheid de klap van de illusie, / weet maar wat is wakker!’ en: ‘Zonder niets beland je nergens!’ (pp. 49-50). Inderdaad, Como stelt (zich) niks meer voor, in tegenstelling tot Nada, die zich ‘van alles’, voorstelt, zoals wij eerder zagen. Nu is Como wakker geworden in de harde werkelijkheid. Maar zonder Nada zou Como nooit zijn beland in de hallucinerende schoonheid van haar villa.

Como vraagt zich af hoe het nu verder moet:

De koets van mijn ziel ijlde voort over een bospad.
Een doorzichtig paard galoppeerde er panisch achteraan.

Een schip vol niets haastte zich door een kanaal.
De schuitenjager rende en snelde
en poogde haar bij te houden.

Een auto raasde voort over een snelweg.
Maar de motorkap stond opengeklapt,
rechtovereind tegen de voorruit.

(p.57)

De koets van zijn ziel is stuurloos, het schip vol ‘niets’ is niet bij te houden, dus de mooie dromen zijn onbereikbaar geworden en de auto raast voort naar een uitzichtloze gevaarvolle toekomst. Het verhaal heeft een fatale afloop. Het op één na laatste gedicht eindigt aldus: ‘Dat ik vertrok / naar mijn schavot. // Alles vertrok / als de geest / uit het genot. (…)‘

De scherpe tegenstelling tussen dit dramatische slot en de uitbundige trip die eraan voorafgaat vraagt om uitleg. Ik zie in het hele verhaal een filosofische strekking, waaruit blijkt dat het méér behelst dan ‘losgeslagen wilde fantasie’. Blijkens twee citaten voorin de bundel is de dichter vertrouwd met het inzicht dat onze waarneming van de werkelijkheid nauwelijks van hallucinatie verschilt. Maar onze behoefte aan schoonheid en verbeelding staat op gespannen voet met de noodzaak om ons te handhaven in de harde werkelijkheid en onze waarnemingen dus serieus te nemen. In dit spanningsveld ligt mijns inziens het hoofdthema van dit epos. Misschien is hier mijn eigen fantasie op hol geslagen, maar ik denk dat het nawoord mijn visie ondersteunt.

Nadat alle hoop lijkt te zijn weggevaagd volgt een verrassend positieve epiloog, beginnend met een hoopgevend ‘Maar’ en eindigend met veelbelovende ‘vleugels’:

Maar dwars
door brokken van dagen
drong zich nog altijd geroep.

Een klemmend, aanhoudend geroep
uit de kruin van de eucalyptus.

De roep om moed te hebben.

Moed genoeg
en tegen klippen op
voor vleugels.

Ik lees deze epiloog als een moraal.

Como’s volledige overgave aan hallucinerende schoonheid heeft geleid tot niets. Het slotgedicht roept op de waarheid van het kwaad en het lelijke wel onder ogen te zien, maar niet de moed te verliezen om schoonheid te zoeken op vleugels van verbeelding.

De tekst op het achterplat van de negende bundel van deze dichter kan ik onderschrijven: ‘De verhalende poëzie van ANNEMARIE ESTOR (1973) is filosofisch en tegelijk spontaan, grappig en gepassioneerd.’
____

Annemarie Estor (2026). VILLA ALLUCINA. PoëzieCentrum, 60 blz. € 23,00. ISBN 9789056554538

     Andere berichten

Fernando Pessoa – Faust

Fernando Pessoa – Faust

Een metafysische Faust door Hettie Marzak - - De figuur van Doctor Faust weet nog altijd mensen te fascineren. Het verhaal is welbekend:...

Evi Aarens – Fausta

Evi Aarens – Fausta

De wording van een dichterschap door Johan Reijmerink - - De sonnettenkransbundel Disoriëntaties van Evi Aarens zorgde in 2021 voor ophef....