door Jan Loogman
In de slaapkamer van mijn ouders lag, in de diepe kast en verborgen achter de kleding van mijn moeder, een stapel boeken waar kennelijk nergens anders in huis plaats voor was. De boeken hadden geen standaardformaat: het een was smal en hoog, het ander buitengewoon breed, het derde vierkant. Uitgaven van koffiefabrikanten en beschuitleveranciers waren het. Ze bevatten tekst maar vooral ook plaatjes die mijn ouders of misschien al hun ouders bij elkaar hadden gespaard bij diverse huishoudelijke aankopen. De Avonturen van Flip en Flap herinner ik me, een uitgave van koffieproducent Douwe Egberts, en het educatieve Neerlands vlag aan vreemde kust, van beschuitfabriek Hille. Eén van die boeken, uitgegeven door koffieleverancier Van Nelle, liet mij kennis maken met de poëzie.
Het verhaal heette Van het Toovervischje en was een bewerking van een sprookje dat bij Grimm te vinden is. Het begint zo: In het land der blonde duinen/ En niet heel ver van de zee, / Woonde eens een dwergenpaartje / En dat heette ‘Piggelmee.’
Het verhaal was in 1919 voor het eerst verschenen. Wie weet waren het boek en de plaatjes al door mijn grootouders bijeen gespaard en had een van mijn ouders het boek in hun huwelijk ingebracht. De schrijver noemde zichzelf Leopold, een pseudoniem waarachter L.C. Steenhuizen schuilging, een in 1860 geboren Leidenaar die vanaf 1906 als vertegenwoordiger voor het in Rotterdam gevestigde Van Nelle werkte. Dat hij een pseudoniem koos, is niet zo vreemd, misschien wel dat hij precies dit pseudoniem koos, gelijk aan de geboortenaam van de in die jaren publicerende en in poëziekringen opvallende dichter J.H. Leopold, een man die ook in Rotterdam woonde en werkte. Het lijkt me aannemelijk dat Steenhuizen en zijn bazen bij Van Nelle J.H. Leopold niet kenden, en dat zij daarom de naam Leopold onbeschroomd durfden gebruiken.
Of was het helemaal anders en was L.C. Steenhuizen, hoofdvertegenwoordiger van Van Nelle’s koffie, juist vertrouwd met Leopolds werk en koos hij welbewust diens naam als zijn pseudoniem? Steenhuizen had in zijn jonge jaren hier en daar gedichten en verhalen gepubliceerd en het is voorstelbaar dat hij de grote poëzie volgde. Het werk van J.H. Leopold behoorde daar zeker toe. Zou vervolgens deze dichter, de erudiete leraar Klassieke Talen aan het Rotterdams Erasmiaans Gymnasium, in 1919 het verhaal van het tovervisje hebben gelezen? Was hij, alleenstaande man, een liefhebber van Van Nelle’s koffie?
In Van het Toovervischje stuurt mevrouw Piggelmee haar man telkens weer naar het strand waar hij aan het tovervisje om verwerkelijking van steeds een nieuwe wens moet vragen. Het visje werkt mee en al gauw woont het echtpaar Piggelmee niet meer in een gebroken Keulse pot, maar in een stevig huis, met mooie meubels en een dienstbode. Maar tevreden is mevrouw niet. Als zij tenslotte haar man weer eropuit stuurt om te vragen om betere koffie dan die van Ven Nelle, ontsteekt het tovervisje in woede. Hij stuurt mijnheer Piggelmee weg en als deze thuis komt is het mooie huis met alle toebehoren verdwenen: En zijn vrouwtje zat te huilen: / ‘Piggelmee, wat vrees’lijk lot, / Weêr, nu weêr te moeten wonen / In dien ouden keulschen pot.’
Het lijkt erop dat de grote dichter J.H. Leopold op deze verzuchting van mevrouw Piggelmee heeft geantwoord in regels die hij enkele jaren na het verschijnen van het verhaal over het dwergenechtpaar publiceerde: Hoe ook het lot met kwelling u mag slaan, / wees stil, gij maakt het erger, laat begaan; / wie duwt de golven van de zee terug? / het pogen zelf doet weer een golf ontstaan.
In het verhaal van Piggelmee handelt mevrouw niet naar deze raad – misschien omdat zij deze nog niet kende. Zij stuurt haar man nog één keer naar het strand. Dat zij door haar overvragen alle luxe heeft verspeeld, accepteert zij, maar wil het visje er alsjeblieft voor zorgen dat zij en haar man wel elke dag hun kop Van Nelle-koffie kunnen drinken? Deze vraag kan het visje goed begrijpen, hij willigt hem in. Voortaan leven Piggelmee en zijn vrouw weer in hun Keulse pot, tevreden genietend van hun Van Nelle-koffie. Wat maar laat zien, dat de grote dichter Leopold het niet bij het rechte eind had: het is mogelijk met goed gevolg het lot uit te dagen, al is maat houden daarbij een voorwaarde.
afbeeldingen:
stapel boeken © Pixabay
Piggelmeeplaatjes © digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren
J.H. Leopold © Wikipedia
–





