LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Maria Bochicchio

19 mei 2026

 

Maria Bochicchio is een Italiaanse dichteres. Haar poëzie ontstaat vaak uit herwerking, herhaling en het verschuiven van beelden. Ze publiceert in verschillende internationale literaire tijdschriften.
Schrijven is voor haar een vorm van voortdurende zoektocht. De gedichten hieronder komen uit een manuscript met de titel Waar Is Govert?

foto © Francesca Di Dio (Studio Fotografico Di Dio)

 

 

I. Roep

Het was zes uur,
boven de zondagse was,
een uur voor menselijke wezens,
geboren met de kip nog op zich
en het levende licht van hen die zichzelf redden
in de schors
van kinderjaren,
waar het het meest pijn doet
te leven en los te laten.

Van daaruit,
vóór hoofdletters,
vóór koplampen,
riep iemand ons.

En soms
hielden zij onze hand vast.
II. Rest

De dag dat ik daar zat, gestraft
in een kop melk zonder cacao,
met mijn gezicht verzonken
tussen uitgespuwde kauwgoms
en het lage gemurmel
neergedaald uit Oost-Vlaanderen,
tussen de dampen van Agfa
en de doorweekte kartonnen dozen
langs het spoor,

steeg er nauwelijks de geur van verhalen op
van kleinere kinderen,
samen met die schrale
van brandend ontsmettingsmiddel.

Misschien zeggen ze niets.
Misschien blijven ze daar,
als natte kartons,
als kauwgom op de grond,
waar het leven
hen heeft achtergelaten.

En wanneer de tijd komt
om cacao toe te voegen en te roeren
in het verkeer van fietsen,
magnolia’s en narcissen,
het lot van een hond
aan de leiband getrokken,
zullen er nauwelijks
een paar druppels overlopen die branden.

Er is niemand in de leegte
achter deze kop,
toch blijf ik me omdraaien,
antwoordend op een woedend geblaf,
cirkelend rond het suikerklontje
alsof ik een plek zoek
om te gaan liggen wanneer
alles voorbij is.

Op een dag — die dag —
Govert,
riep een stem die niet de jouwe was mij.

Ik liet mijn hand over de tafel glijden:
het brandt.
III. Blindheid

Lange tijd
geloofde ik
dat het tijdperk van bergmeren
niet veranderde
rond de staarten
van hagedissen.

Ik geloofde
dat het altaar van vermoeide kinderen
werd geboren
tussen nabije dingen.

Dat het gewicht van de houtstapel
ons zou verlossen van de hemel
in ons,
ons terugbrengend naar de aarde.

Te lang
leefde ik in de blindheid
van dit valse heilige:
ik wist niet hoe ik je moest herkennen.
IV. Gebed

Moge God ons vinden
vastklampend aan de sterren,
ons en Govert
in de slaapliedjes van omgekeerde huizen,
blazend naar de winden
zoals naar de dinosaurussen van Washington;
wij die, voordat we bloem werden,
leeg stonden
aan het hof van bomen.

Om elkaar weer te ontmoeten zonder al te veel details,
gemerkt in de kribbe van umlauten,
onze namen verliezend
zoals sokken verloren gaan
in de kom van een hond.

Moge het wiel van genezing
ons verenigd vinden in de spiegel
van onze innerlijke tuin,
als omheiningsmuren
die onze voeten te hulp komen.

Verhaal redt ons
zelfs zonder mis,
ons, ons en Govert,
ter wereld gebracht
samen met de bij
op de rozemarijn.

Herinner mijn vader,
mijn land,
de lange avonden
uitgegraven op de juiste
afstand van de hemel.

Maar ik heb geen woorden meer om te blijven:
wat zeg je wanneer een gebouw sterft?

Er gebeurt niets
behalve feiten.

Geef een stuk brood
aan mitochondriale Eva,
genees haar hart,
en de andere planeten.

     Andere berichten

Bjorn Knoops

Bjorn Knoops (1980, Midden-Limburg) schrijft poëzie en proza, dicht bij wat zich moeilijk laat benoemen. Al van jongs af aan onderzoekt...

Jan M. Meier

Jan M. Meier is sinds 2002 het pseudoniem van Jean-Marie Maes. Hij was redacteur bij de literaire tijdschriften Restant, Yang en Deus ex...

Tara Lyn Jansen

Tara Jansen (1996) is dichter, docent Nederlands en verbonden aan Poetrycircle Eindhoven. Haar poëzie komt voort uit een bittere noodzaak,...