LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Elbert Gonggrijp

27 jun 2026

Elbert Gonggrijp:
‘Ik beschouw mijzelf als een natuurdichter die ook een uitstap naar de liefde en zijn eigen filosofieën niet schuwt. Schreef ik vroeger mijn gedichten op papier of als document op de computer, nu hanteer ik de methode van het bedenken van mijn gedichten op mijn IPhone. Je bent dan veel vrijer in je mogelijkheden terwijl je tevens op bijna elke plaats aan het werk kan gaan.
Elke morgen maak ik zo een gedicht. Bijvoorbeeld op mijn bankje in onze tuin waarbij ik mij regelmatig door de nabijgelegen omgeving laat inspireren, van seizoen tot seizoen. Soms speelt het werk van Rutger Kopland een rol, aangezien ik een groot bewonderaar van zijn werk ben.
Ik schrijf met de stroom van mijn gedachten mee d.w.z. ik volg mijn onbewuste waarvan ik al dichtende tegelijkertijd de inhoud probeer bij te schaven. Het is dus een sterk associatief proces te noemen. Alles wat zich in mijn directe omgeving afspeelt krijgt zo zijn toegemeten plaats…

 

foto © Conny Lahnstein

 

 

Na al dat wit

Het was weer zo’n winter dat je dacht van iets of
iemand te houden, maar met dat ingehoudene
van natte sneeuw en striemende hagel – kom ik
je toch weer tegen, hier, in deze stad, als kan
het niet anders, tot in

het witste wit. Ik voelde dat het weldra over zou
kunnen gaan, je was zo mooi en zo bleek, het
lag nog even op de aarde, de zwarte aarde,
op de stenen in de straten, met dat soort
gevoel dat je met niemand zou

kunnen delen, maar het was er. Je bent allang
geen kind meer, ik wil van je blijven houden,
het is daarvoor nooit te laat – het wacht op
de morgen, het blijft niet, hoe gaat het
toch met jou en mij –
Maar je bent er

Her en der besef ik je – tussen de bomen, de
dennen, de beuken, de esdoorns – valt alles
met alles samen – hoe het met je zal gaan,
is het bijna onmogelijk te begrijpen dat je
bestaat, heeft het leven pas zin

als ik je in deze omgeving aan zal treffen – sta
ik op het punt je beter te willen bereiken, ben je
er zolang je de tijd is gegeven – maar je bent
er, je bent mij zo dagelijks, zelfs nu ik er
niet ben, zelfs als jij er niet

om hebt gevraagd – maar de dennen, de
beuken en de esdoorns, zij hebben het
leven altijd lief zolang ik naar ze kijk,
ik het uitzicht heb te gissen –
Ik zag dat er geen dag was als deze

Ik zag dat er geen dag was als deze – er hing nevel,
er was iets mis met de natuur, het had iets van een
mystiek die zich niet onmiddellijk liet uitvinden,
maar het kon altijd nog zodra je het opmerkte.
Niets blijft over van niets.

Alles draait weer om sterfte. Ik noem het een vaag
vermoeden, een stille leegte, ik denk eraan in het
zien en horen. Het is niet aan de bomen en de
horizon, het ontbreekt aan diepte, het vergist
zich in de ganzen.

Ik leef mijn eigen definitie – maar het huis zwijgt
zijn stoelen en de tafel, de boter en het brood –
dat het nog is zoals het was, zo toevallig in
deze langzame kamer –

     Andere berichten

Silvester Klaasman

Silvester Klaasman (1989) schrijft poëzie over menselijke relaties in de laatkapitalistische atmosfeer van vervreemding. Zijn werk...

Noah Put

Noah Put (2005°) is Algerijns-Belgisch. Hij is opinieredacteur bij Veto en studeert Filosofie. In 2026 behaalde hij de tweede plaats in de...

Marijke Hanegraaf

Marijke Hanegraaf (Tilburg, 1946) schrijft over het verlangen jezelf te blijven in een veelheid van indrukken. Observaties via oog en oor...