LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Noah Put

13 jun 2026

Noah Put (2005°) is Algerijns-Belgisch. Hij is opinieredacteur bij Veto en studeert Filosofie. In 2026 behaalde hij de tweede plaats in de Interuniversitaire Literaire Prijs. Hij houdt van gedichten die vlees geven aan filosofische concepten zonder met jargon te goochelen. Meestal zwoegt hij in de bibliotheek aan zijn scriptie, al heeft de poëzieafdeling een meesterlijk talent om hem daarvan af te leiden. Hij is kleurenblind en draagt geregeld niet bij elkaar passende kleren. Hij houdt ontzettend veel van de aquarellen van Jean-Michel Folon, waarop hij vaak de sfeer van zijn gedichten afstemt.

foto © Stan De Roover

 

Dag

de gang draagt slome stappen
in staccato, rekt zich uit en aait
de kater die ligt te krabben
aan een afgedankt gedicht.

het is nog niet te laat om dag te zeggen
aan de verzande schippers op de dijk,
aan de deemsterende kattenpootjes
op de balustrade van de zon,

aan de nacht en de duizend tinten grijs
die haar komen vervangen,
aan de wegstervende klanken
op de trap.

op een dag
zal ik mijn longen nat en warm lallen
in mijn taal van slechte slapers,
de distels op mijn tong bevloeien met het Minnewater,
mijn ramen openzetten en verdrinken
in een windhoos van woorden.

maar vandaag kleeft de nacht nog aan mijn ribben vast,
draalt de zon op mijn lippen
en draait aldoor,
om ¬en om.
Het weekdier

het is nat en
niets is nog elliptisch
dan de beroering van het mes
over stoppels die mij niet meer willen kennen.

steeds holler veeg ik de wangen
van de vlam die mij doorwintert.
steeds zwarter ontbloot ik mijn tanden.
steeds zachter smeulen de kooltjes in mijn longen.

ik gesp een duim aan het verhemelte
van deze koude nacht in zomervacht
en trek eraan en blijf slingeren
aan deze nieuwe huig.
zuig het vocht tussen mijn lippen,
word een weekdier.

de nacht slibt dicht
met een smeltend gezicht.
neem hem bij de arm en
vraag hoe je hier vandaan verdwaalt.
Een aanrijding

De deur valt in het slot, de wind
zwaait de dader uit.
Knorrend verdwijnt hij in het beton.
De straat krimpt stotend ineen. Hier stopt een leven.

Alleen de straatlantaarns opereren in witte jas,
bieden geen zalving, en al zeker geen biecht.

Het vriest te weten dat ik achterblijf
op dit perron zonder treinen.
Verwarm me aan mijn haat voor orde,
voor vurende koplampen,
voor pompende cilinders
en de omwentelingen die daarvan komen.

Bordewijk kan me een zorg zijn
als geen woord dit kon verhinderen.

Een egel. Een stralend kind.
Een duin waarop het helmgras
schuchter wiegt en priemt.

Uitgesmeerd.

     Andere berichten

Manu Gabriels

Manu Gabriels

  'Mijn naam is Manu Gabriels (1982) en ik woon in Brasschaat (België). Ik heb jaren als postbode en chauffeur gewerkt bij bpost,...

Rabin Gangadin

  foto genomen in maart 2025 te Den Haag door een aardige mevrouw die voorbij liep   Rabin Gangadin werd geboren in Paramaribo....

Jan Marten de Vries

  Jan Marten de Vries (1958) is opgeleid als pianist, kerkmusicus en componist. Daarnaast is hij tekstschrijver. Hij beschouwt taal...