door Ko van Geemert
Nadat ik halverwege de jaren zeventig met het schrijven van gedichten was begonnen, wist ik van geen ophouden meer. Althans, ik schreef toen vele malen meer dan in latere jaren. Ik stuurde ze met geregeld succes naar allerlei tijdschriften (waarvan een deel al lang niet meer bestaat) – Gedicht, De Gids, Avenue Literair, Hollands Maanblad, De Zingende Zaag, Dimensie, Yang, Appel – en las voor in menig rokerig literair café, door de in 2024 overleden dichter Ko de Laat zo treffend beschreven in een sonnet, dat aldus eindigt:
‘Je oogst wat licht bewonderende blikken
En ziet een enkeling goedkeurend knikken
Een oude man zegt dat je door moet gaan
Een middelbare vrouw die jong wil lijken
Komt eventjes je bundeltje bekijken
En schaft ’t dan uiteindelijk niet aan.’
In 1978 gaf ik in eigen beheer een bundeltje uit (Achter glas), begin jaren tachtig wilde ik het wel eens bij een ‘echte’ uitgever proberen. Ik stuurde wat op en kreeg van twee uitgeverijen, Querido en De Beuk, bericht dat ze wel geïnteresseerd waren.
Na een gesprek met dichter en redacteur Jan Kuijper van Querido zei hij wel een bundel te willen uitgeven. Echter, ik moest er nog wel wat gedichten aan toevoegen, anders zou de bundel te dun worden. Om een niet meer goed te achterhalen reden had ik daar geen zin in, ik was ongeduldig en wilde graag zo snel mogelijk iets in handen hebben. Eerlijk gezegd heb ik van deze beslissing nog altijd een beetje spijt.
Met Wim Simons van De Beuk kwam ik snel tot overeenstemming en niet lang erna verscheen Afwezig, een bundeltje van 26 gedichten.
Wim was 55 toen ik hem leerde kennen. Hij was op 13 februari 1926 als Willem Jacob Simons ter wereld gekomen, in een gereformeerd gezin, in Apeldoorn. Zijn vader had op het geboorteadres (Loseweg 58) een winkel in behang en stoffen.
Wim gaat naar de HBS, waar hij samen met klasgenoten (gestencilde) blaadjes maakt, clandestien: inmiddels is Nederland bezet en de Duitsers staan dit soort activiteiten niet toe. In 1943 krijgt hij zijn eerste baantje bij een boekhandel.
Juli 1944 wordt hij opgeroepen voor de Nederlandse Arbeidsdienst. Hij tekent bezwaar aan, maar dit wordt afgewezen en hij komt terecht in kamp Fochtelo en later in kamp Bovensmilde.
Na de oorlog komt hij weer in de boekhandel terecht en doet in 1946 staatsexamen. Vervolgens gaat hij Nederlands studeren en doet daarnaast een opleiding bij de Vereniging ter bevordering van de Belangen des Boekhandels, waar hij in de zomer van 1947 zijn eindexamen boekhandelaar en uitgever behaalt.
Het is een principiële man: hij is vegetariër en heeft zijn lidmaatschap bij de gereformeerde kerk opgezegd. Als hij wordt opgeroepen voor militaire dienst, weigert hij. Zijn gewetensbezwaren worden erkend en in februari 1948 moet hij zich melden in het dienstweigeraarskamp Vledder.
In september 1950 zit zijn kamptijd erop, hij is dan inmiddels getrouwd, en keert met vrouw en kind terug naar Amsterdam. Er worden nog twee kinderen geboren.
In 1953 vindt er een keerpunt in Wims leven plaats: hij richt, samen met Johan Polak en Frits Knuf, de Literaire Uitgeverij De Beuk op, volledige naam: De Beuk, Stichting Literaire Publicaties. De eerste jaren worden de activiteiten van de uitgeverij georganiseerd vanuit het huis van Simons aan de Admiraal de Ruyterweg 507 in Amsterdam.
Inmiddels is hij ook bedrijfsleider geworden bij boekhandel Van Heteren en directeur van Uitgeverij De Driehoek.
Schrijvers die in die tijd bij De Beuk publiceren, zijn onder anderen Hans Andreus, Simon Vinkenoog, Martin Veltman, Jac. van Hattum, Jan Hanlo en Harry Mulisch. Tegen het einde van de jaren vijftig trekken Polak en Knuf zich terug uit De Beuk. Johan Polak begint een eigen uitgeverij en Frits Knuf een antiquariaat. Wim Simons zet De Beuk alleen voort.
In deze periode wordt zijn huwelijk ontbonden en trouwt hij opnieuw; uit dit huwelijk worden twee kinderen geboren.
Om aan een inkomen te komen richt hij zich, naast zijn werkzaamheden voor de uitgeverij, op het schrijven van boeken en artikelen. Boeken over de meest uiteenlopende onderwerpen, als oude sporten, moordzaken, middeleeuwse letterkunde, de Dordogne, Bertrand Russell, over lezen, schrijven en boeken, en niet te vergeten over de fiets. Hij publiceert vaak onder pseudoniem, als P.J. Risseeuw, W. de Geer, W. van den Berk.
Simons stopt bij Van Heteren en De Driehoek en vestigt zich als zelfstandig uitgever en publicist aan de Prinsengracht 1083 in Amsterdam.
Vele malen ben ik hier op bezoek geweest, met Wim, gezeten tussen de boeken, pijp onder handbereik, discussiërend over literatuur. Het rook er naar boek.
De Beuk gaf vijf dichtbundels van me uit: Afwezig (1982), Vier bij vier (1987), Alles bleef zoals het niet was (1992), Voordat (1998), Een klacht van geluk (2005) – Wim overleed net voor de laatste uitkwam.
Er werden ook dikwijls literaire avondjes georganiseerd, waar je in contact kon komen met collega’s en lezers en waar ik ook wel voorlas.
Ik raakte gesteld op Wim en ben hem, wat het uitgeven van poëzie betreft, trouw gebleven tot zijn dood.
Er gebeurde in 2005 nog iets grappigs na het verschijnen van Een klacht van geluk. Ik had de bundel opgedragen aan mijn vrouw Wilma: Voor Wim, want zo noem ik haar meestal. Een recensent echter dacht dat ik Wim Simons had bedoeld. Bij de bundel Nog altijd afwezig / gedichten van vroeger uit 2020 kon ik mijn waardering voor Wim uiten door voorin te zetten: ‘Ter nagedachtenis aan Wim J. Simons (1926-2005), de bezielende kracht achter literaire uitgeverij De Beuk (1953-2005).’
Simons was meer dan vijftig jaar in het literaire landschap een opvallende en enthousiasmerende figuur en is voor veel schrijvers van grote betekenis geweest. Hij hield ervan dichters uit te geven die bij de grote uitgevers niet (onmiddellijk) aan bod kwamen. De laatste jaren werd hij terzijde gestaan door Carla Dura en was hij naar de Valeriusstraat verhuisd.
In 1988 gaf hij dit boekje uit: De Beuk: 35 jaar in poëzie:
‘Er is mij vaak gevraagd – en de laatste tijd steeds vaker – wat mij toch heeft gedreven en drijft om zonder hoop op direct materiaal gewin de activiteiten voort te zetten. Ik wil niet graven in diep verborgen of verdrongen motieven. Het leven is soms trivialer dan wij durven toegeven. Wat mij geloof ik drijft, is mijn voorkeur en gevoeligheid voor poëzie, het genoegen van het maken van mooie boekjes en het plezier dat het verkopen van boeken mij geeft. Drie motieven, die misschien wel wisselend om voorrang strijden, maar in evenwichtige combinatie een gelukkige hand bepalen, misschien wel een gelukkig mens.’
Na een slepende ziekte overleed Wim Simons op 29 mei 2005. Hij werd op 6 juni 2005 in De Nieuwe Ooster in Amsterdam gecremeerd.
afbeelding 1 © Ko van Geemert
afbeelding 2 © Books google
–



