LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Verslaafd aan het vrije woord (1)

27 sep 2026

door Willem Tjebbe Oostenbrink

 

 

 

 

 

Introductie
Kwetsen moet geen criterium zijn voor een jury om gedichten te beoordelen, schreef ik in mijn vorige column. In deze column wil ik verder ingaan op gekwetstheid als criterium om iets uit te sluiten. Daarmee kom ik uit bij woke, de verworvenheden en de beperkingen.

Woke betekent letterlijk wakker (als verleden tijd van het Engelse woord ‘wake’) en verwijst naar discriminatie, racisme en sociaal onrecht. De term heeft haar oorsprong in Afro-Amerikaanse gemeenschap, maar wordt tegenwoordig ook in Nederland breder toegepast; de opvattingen over de precieze betekenis van woke verschillen. Om duidelijk te zijn over wat voor zaken het gaat, noem ik hier enkele voorbeelden: het vermijden van de uitdrukking ‘blanke’ mensen en daarvoor de term ‘witte’ mensen gebruiken. Het woord ‘slaaf’ vervangen door ‘tot slaaf gemaakte’. Voor ‘vrouw’ wordt de uitdrukking voorgesteld: ‘iemand die menstrueert’.

Er zijn meer bewegingen die nieuwe woorden bedachten. De Tachtigers, een groep van schrijvers en dichters rond 1880, hebben zich nadrukkelijk beziggehouden met nieuwe woorden. Herman Gorter gebruikt veel zelfbedachte woorden in zijn poëzie om zijn gevoelens beter te omschrijven. Bij de Tachtigers waren de persoonlijke beleving en de zintuiglijke indrukken heel belangrijk, waarbij ze deze belevingen in een breder metafysisch verband plaatsten. Voor de Tachtigers ging het alleen om kunst voor de kunst, voor de esthetiek, zonder verbinding te leggen met moralistische opvattingen.
In de jaren zestig van de vorige eeuw ging Cees Buddingh op eigen wijze met nieuwe woorden aan de slag zoals de ‘Blauwbilgorgel’. Nieuwe woorden kunnen verduidelijken en/of ontregelend werken. Binnen de poëzie en literatuur ken ik weinig schrijvers die een lijst van woorden opstelden om te verbieden.
Woorden lijken soms op vrienden of organisaties. Als je nieuwe mensen leert kennen, wordt jouw kennissenkring groter, zoals je woordenschat groter wordt bij het leren van nieuwe begrippen. Er is normaal gesproken geen reden om bestaande vriendschappen op te zeggen bij nieuwe ontmoetingen. Nieuwe woorden kunnen op nieuwe organisaties lijken. Er wordt een (non-profit) organisatie met een maatschappelijk doel opgericht zonder dat de nieuwe organisatie roept dat alle bestaande organisatie met soortgelijk doel, moeten worden opgedoekt. De nieuwe organisatie moet haar bestaansrecht eerst waarmaken. Met woke lijkt iets anders te gebeuren.

Welkom aan nieuwe woorden
Woke introduceert nieuwe woorden om de niet-benoemde werkelijkheid goed te beschrijven en daarbij racisme en discriminatie te vermijden dan wel tegen te gaan en wil inclusief zijn. Het bedenken van nieuwe woorden voor onbenoemde concepten is een goed streven, omdat het helpt bij het vastgrijpen en uiteindelijk begrijpen van onbenoemde fenomenen. Ik denk dat veel mensen sympathie kunnen opbrengen om datgene, wat wel bestaat maar niet helder benoemd kan worden, een naam krijgt. Dat geeft verbinding en begrip. Het lijkt mij goed aandacht te besteden aan misstanden in onze taal en taalgebruik in het dagelijks leven. Dat woke zoveel aandacht in de samenleving heeft gekregen, laat zien dat er een behoefte is om zaken te verbeteren.

Mist er iets?
Wat opvalt bij de introductie van veel nieuwe woorden is dat het weinig doordacht lijkt. Wat is het effect van de nieuwe woorden, het weglaten van oude woorden en welke gevolgen heeft het gebruik? Het is goed om in het achterhoofd te houden, dat de bedenker van een nieuwe term niet de enige is die de inhoud van het woord bepaalt. Deze denkfout wordt vaak gemaakt. Mogelijk omdat men de woorden van Humpty Dumpty (uit Alice in Wonderland) niet kent of vergeten is. Geparafraseerd: Bij het gebruiken van een woord, is de vraag: Wie is meester over de betekenis van het woord: jij of het woord?

De Volkskrant schreef enkele jaren geleden: ‘slaaf’ reduceert iemand tot een eigenschap alsof het eenheid van zijn is, terwijl ’tot slaaf gemaakte’ benadrukt dat het om een mens gaat die door een ander geweld is aangedaan. Wie heeft beweerd dat slaaf iemand reduceert tot eigenschap, vraag ik mij af. (Waarom is het trouwens niet ‘totslaafgemaakte’, daarmee lijkend op woorden als tentoonstelling of tenietverklaring?)
Als je vindt dat ‘slaaf’ niet de juiste lading heeft, waarom is dan totslaafgemaakte wel de juiste term, en waarom niet slaafgewordende of totslaafgedegeneerde? Als we deze logica volgen, zou het zinvol kunnen zijn om meer termen grondig te analyseren vanwege een impliciet oordeel of suggestieve uitstraling? Bijvoorbeeld misdadiger – doormisdadengedrevene, koning – totkoninggekroonde, voorzitter – totvoorzittergekozene, mens – zichtotmensontwikkelde, moeder – totmoederbezwangerde, totmuntstukgegotene, totbedelaargemaakte. Ik vermoed dat hiermee veel zekerheden op losse schroeven komen te staan en dat we elkaar steeds minder begrijpen.
Ik denk dat Humpty-Dumpty toch gelijk krijgt met zijn vraag. Totslaafgemaakte lijkt nu vooral een term die wordt gebruikt door mensen die als vertrekpunt de Afro-Amerikaanse slavengeschiedenis nemen. Wat vinden Indianen en mensen in Indië en het Midden-Oosten van slaaf/totslaafgemaakte (en van het Engelse ‘enslaved’)? Zijn slaven uit die contreien wel in het woord totslaafgemaakte besloten?

Bij de LHBTQIA+ gemeenschap wordt de nieuwe term ‘hun’ gebruikt om de kwestie van hij/zij te vermijden. Leden van de gemeenschap willen met ‘hun’ aangesproken worden. Het woord roept bij mij associaties op met het Deense woord voor derde persoon enkelvoud vrouwelijk ‘zij’ – hun (spreek uit hoen). Het lijkt een vraagstuk over eigennaam of aanspreektitel, toch is dit niet alleen een uiting van individuele zelfexpressie, maar ook een kwestie van Nederlandse grammatica en spelling. De wens tot meedoen en erbij horen leidt tot een nieuwe term die ingepast en opgenomen moet kunnen worden in de Nederlandse taal. Dan wordt een woord ook echt inclusief. ‘Hun’ is in het Nederlands al in gebruik. Je kunt een andere term bedenken inclusief meewerkend en lijdend voornaamwoord en bezittelijk voornaamwoord. Een paar suggesties: onderwerp hin; meewerkend/lijdend voorwerp hom; bezittelijk vnw homs. Of: onderwerp zir of hir; meewerkend/lijdend voorwerp zur of hur, bezittelijk voornaamwoord wordt zurs. Wie weet zijn er meer termen binnen transgenderland te onderscheiden.
Bij introductie van nieuwe woorden is het goed om de toepassing in de praktijk en op de langere termijn te doordenken.

 

foto © Alja Spaan, 12 maart 2018
project uit 2008 met Niels Zwirs

 

–

     Andere berichten

Zonder liefde, warme liefde…..

door Hans Franse     Mijn dochter heet Marieken. Ze werd geboren in de tijd dat ik deze laatmiddeleeuwse tekst bestudeerde. Maar...