LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Harelbeekse avonturen

8 nov 2026

door Rogier de Jong

 

Op 24 oktober 2026 mocht ik voordragen in het Vlaamse Harelbeke, iets boven Kortrijk. Een uur rijden vanuit Zeeuws-Vlaanderen door storm en regen en over Belgische wegen, maar de aankomst maakte veel goed. De plek waar ik optrad, cultuurcafé ’t Parlement, maakt deel uit van Cultuurcentrum Het Spoor, een flink kunstencentrum voor een stad met dertigduizend inwoners.

Bij binnenkomst werd ik hartelijk begroet door gastheer en presentator Andreas van Rompaey, een inmiddels oude bekende die mijn laatste bundel De kalenderman recenseerde en voor wie ik een bijdrage mocht leveren aan de feestbundel Willem M. Roggeman, dichter zonder grenzen (Liverse, 2025).

Verder waren aanwezig performer en mailartist José Vandenbroucke, dichter Kris De Lameillieure – over wie zo meteen meer –, de podiumdichters Christoph Bruneel en Pierrette COffrée en Paul Rigolle, redacteur van het literaire e-magazine De Schaal van Dighter. Al met al een bont poëtisch gezelschap, dat mij als enige Hollander – op mijn vrouw en een meegekomen vriendin na – warmbloedig op mijn gemak stelde.

Andreas leidde de vier dichters die op het programma stonden – één was verhinderd – deskundig in, waarbij hij mij tot mijn verrassing bij de neoromantici indeelde. Dat moest ik even laten bezinken. Ik vond het zonder valse bescheidenheid bijna te veel eer, maar beschouwde het bij nader inzien als een compliment dat ik tot me mocht nemen.

Genieten deed ik van het optreden van de avant-gardedichter Christoph Bruneel, het podiumdier Pierrette COffrée met haar ‘magisch-reële slampoetry’ – en dichter Kris De Lameillieure, die door de gastheer-presentator eveneens gekwalificeerd werd als neoromanticus.

Neoromantiek. Op de site van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren vind ik volgende omschrijving:
‘De generatie dichters […] die aan het begin van de jaren ’60 teruggrijpt naar motieven en procedé’s van romantische auteurs uit de 19e eeuw […]. Het gaat bij deze dichters om een intellectueel en ironisch spel met oudere poëtische vormen. Typisch romantische motieven als het onvervulbare verlangen, het pathos, de zelfspot, het contrast tussen werkelijkheid en ideaal worden in bewust dichterlijke taal en in archaïsche vorm licht ironisch verwoord’. Volgt een reeks dichters met wie ik mezelf niet durf te vergelijken, maar die ik, om Kris De Lameillieure te citeren, ‘graag mag opsnuiven’. Het blijft bijzonder dat Van Rompaey mijn werk kwalificeerde op een manier waaraan ik zelf niet had gedacht. In hoeverre de kwalificatie mijn werk gaat sturen of beïnvloeden, kan ik nu nog niet zeggen. Blijf wie je bent, neoromantisch of niet, is het devies.

Over naar Kris De Lameillieure. De reden dat ik hem uitlicht, is de poëticale verwantschap die ik met hem voel, de melancholie en het poëticale landschap waarin we ons beiden bewegen. Ik bewonder zijn werk heel erg zonder het inhoudelijk te veel met het mijne te vergelijken, want daar word je als dichter niet gelukkiger van en het kan verlammend werken.
Hij droeg net als ik tien gedichten voor, waarvan ik er één citeer: ‘Pasmunt’.

Pasmunt

Wanneer het ons warm wordt onder de voeten,
de bodem verzakt door krimpende klei, van ons huis
de muren scheuren en in de tuin de gaura niet meer bloeit.

Wanneer wij zelf verschrompelen, onze vaatwanden
verstuggen, het bindweefsel hard en breekbaar wordt,
wij in een strakke jas van leer verkleven en verstijven.

Wie zal ons dan schutten, op de hoge giek een rustplaats
tussen de spreeuwen, wie ons zorg en onderdak geven,
de hengsels en scharnieren oliën, nog even eer verlenen?

Wie zal de wonden likken of ons in de neusgaten blazen,
ons een droge bete broods schotelen en rust daarbij,
voor het vergeten het oude lied tokkelen als malse regen?

Wie zal de rimpels strijken, de wang met zachtheid strelen?
Wie zal de weg dan banen, de kiezels op het pad effenen,
als bewaker voor de veerman voldoende munt bewaren?

Uit de achtergrondinformatie die De Lameillieure mij op mijn verzoek toestuurde, blijkt dat zijn poëzie vaak ontstaat uit een persoonlijk voorval. Het verlies van dierbare personen triggerde hem, zoals hij zelf schrijft, tot afscheidspoëzie, waaronder het bovenstaande ‘broergedicht’. Het verlies van de geliefde broer inspireerde tot overdenkingen over de laatste dag, ooit. De concrete beelden en het humoristische, bijna relativerende gepaste geld om de veerman te betalen zijn kenmerken van de neoromantische stijl van dit mooie gedicht.

De Lameillieure is voor de lezers van Meander geen onbekende. Hij werd onlangs geïnterviewd en publiceerde in dit magazine ook enkele gedichten. Tevens werd zijn debuutbundel Onderkoorts (Uitgeverij P, 2025) hier door Tom Veys besproken. Veys concludeert: ‘Onderkoorts biedt een veelheid aan sterke beelden en intense beschrijvingen. De poëzie wordt goed opgebouwd, beeld voor beeld, woord voor woord. In Onderkoorts is een seismograaf aan het werk. Sterk is hoe Kris De Lameillieure een bundel componeerde met beelden die ijzige gevoelens oproepen. De innerlijke portretten vinden een diepe weg naar de lezer’. De dichter zelf laat weten dat zijn uitgever (P) spreekt van ‘miniaturen’.

Tot zover Kris De Lameillieure.

De poëzieavond in Harelbeke was er één van het soort dat voorbijvliegt en tegelijk in het geheugen blijft haken. Ik denk dat de groepsfoto het plezier en de liefde voor de poëzie afdoende weergeeft.

 

Bronvermeldingen:

 

Foto’s:
© https://www.parlementcultuur.cafe/
© Ria Van den Abeele

–

     Andere berichten

Barend Rijdes

door Ko van Geemert   foto © Wikipedia Een poosje geleden stuitte ik in een van mijn vele ongeordende boekenstapels op drie boekjes:...