Tom Moor is linkshandig en Hagenees in de Achterhoek. Verkiest roestbonkig verworden boven gladgepolijst zijn. Gaat graag op in oude steden, flora en fauna, overwoekerende industriële complexen, Clan of Xymox en Sigur Rós. Tom debuteerde in 2007 met zijn bundel Krijstij. Is op wat haren na twee meter lang. Hij treedt op en staat in diverse gedichtenverzamelbundels. In een verwant bestaan loopt hij ietwat hard en is hij hoofdredacteur van een vakblad.
–
Zie onze tekens, overal weer-
slagen van wie wij willen zijn. Maar
–
hoe we ook proberen, steeds tieren
regens die bakstenen bealgen. Sporen
mossen bulken, sculpten muren. Aan-
–
gevangen kastanjekiemen kieren, tasten
al gebaande klinkerpaden aan. Ook
–
deze doorgegeven zinnen zullen niet
weerstaan. Vergeet ze, want zij rijpen
groen. Heet dat dan achteruitgang?
–
In nachten
liggen geliefden
zoals alleengaanden alleen
maar hopen
–
Vrienden niet
–
Vrienden in nachten na kroegen
lopen. Overbruggen hiaten van dagen
om te kunnen blijven
spreken
–
Niet stilstaan niet weggaan niet
praten luisteren nog
niet gedaan
–
Uilen krassen
als door mensen voortgebracht
–
Van die dagen
dat de zompige lucht roeken hoest
die eerst vaneen spatten, dan
om elkaar zwermen haast
zonder denken en ogen-
schijnlijk geheel doelloos
alomvattend verdonkeren
(zij zijn immers met vele), van
geen wijken weten, om het even
welke rampspoeden hun woeste vlucht nog volgt
–
Maar wist jij
dat een roek van dichtbij
helemaal niet zwart is? Zijn veren weer-
schijnen schier oneindige nuances. Op die manier
zijn schemeringen geen onontkoombare
onheilstekens die vallen gaan
Eerder breken
als je goed kijkt
uit alle duisters juist
weer fluwelen dageraden door

