Ergens lang geleden schreef hij in een gedicht dat hij een leeftijdloze leeftijd heeft bereikt. En ook weer ergens: Hij besloot:/ik word dichter/als een dief maak ik/de mensen lichter. Hij denkt na elk geschreven gedicht “dit zou je laatste geweest kunnen zijn” en zucht tevreden. Paniek komt later.
Hij was 23 jaar antiquaar en maakt sinds een aantal jaren circulaire, voorbijgaande verbeeldende kunst, soms met gedichten. Uitgeverij Elettra geeft op fraaie wijze enkele bundeltjes van hem uit, Dwaaltocht door mijn leven in Gedichten en Het pijnlijk mooie glas voor het altijd onaanraakbare. Tevens Verlangen, samen met Job Degenaar, Guus Luijters en Anne Stins.
foto © Johan Brouwer
–
Ik lig op mijn rug in bed en denk:
als de hemel door balken zou worden gedragen
zouden we dan meer van de wereld begrijpen?
–
Mijn blik rust op de constructie van het plafond
in de oude school waarin ik verblijf.
Een hardhoutensterrenhemel van balken, pennen
en fabelachtige verbindingen die ik alleen
uit oude bouwkundeboeken ken.
–
Als de hemel zo gedragen zou worden
waren oude timmerlieden goden geweest
en begrepen we de wereld misschien beter.
Want ze zaten bij ons aan tafel, waren onze ooms,
opa’s en onze vaders die nu in de hemel zijn.
–
Stiller kunnen gebouwen niet staan, te midden van het rumoer,
de jubel van de schepping. Eeuwig ruisend water zegent de schepselen
in de bossen rondom. De vogels fluiten en zingen waar de monniken zwijgen,
bijna ten alle tijde. In schemerige lanen staan bomen met mantels omgeslagen,
lijkt het of de monniken biddend naar beneden komen, tot in lengte van dagen.
–
Stiller dan de nachten met sterren die om elkaar heen draaien als wij slapen,
de ogen van dieren die licht geven. Stiller dan de Kartuizers in hun ommuurd fort.
Stiller, stiller, stiller zwijgt God.
–
Kringloopwinkels zijn nu mijn leven.
Borden met barsten, mensen met
breuken, boeken die ik altijd nog eens
had willen lezen maar was vergeten.
–
Meubels uit vervlogen tijden maar
gelukkiger dan deze. Ik maak vrienden
die alleen dan en daar leven, eigenlijk
vertrouwde vreemden . We zoeken
–
allemaal iets anders en vinden ook
weer wat anders dan we zochten.
Alles in het leven is elders en wie we
zelf zijn zal altijd een raadsel blijven


