LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Ray Fuego – Bolo di Entropia

5 dec 2025

Teder, hard, wild en herkenbaar

door Anneruth Wibaut




Hoe begin je onbevangen aan een nieuwe dichtbundel? Ik word op het verkeerde been gezet door de donkere kaft met Bolo di Entropia in gouden letters. Onbewust verwacht ik daardoor sombere en gedragen verzen. Maar al staan er in dit debuut veel beschouwelijke gedichten, somber zijn ze niet. En gedragen zijn ze ook niet, noch in de zin van plechtig als in de zin van gedragen door een sterk metrum. Hun ritme volgt soms de beat van de rap, soms die van een vrij parlando.

Een andere verwachting wordt gewekt door de introductie. De eerste zin daarvan luidt: ‘De betekenis die ik mijn woorden geef zal afwijken van jouw interpretaties en dat is oké.’ Dat voelt welkom. Fuego eindigt de inleiding met de zin: ‘Als student van de leer van de smibologie en voor mijn persoonlijke groei is het belangrijk terug te kunnen lezen waar ik vandaan kom.’ Nu kan ik al helemaal niet meer objectief beginnen aan de gedichten, want ik ben fan van de smibologie. Dat is de leer van vrije geesten uit de Smib, ook wel bekend als de Bijlmer. Als lid van de links intellectuele elite vind ik het een verademing om de levenswijsheden van dit collectief te lezen in een idioom waarmee ik niet ben opgegroeid. In mijn hart hoop ik dat die taal de groeiende groep mensen die eruditie en wetenschap wantrouwt ook aanspreekt en ze het rijk van de poëzie binnen lokt.

Een derde uitdaging ten aanzien van objectief lezen zou kunnen zijn dat ik als witte vrouw van tweeënzeventig niet mag oordelen over de poëzie van een negenentwintigjarige man met wortels in Amsterdam-Zuidoost en Curaçao. Die cliché gedachte wordt op blz. 15 onderuitgehaald met het gedicht ‘PTSS’:

PTSS

Bang.
Bang voor mezelf.
Bang voor de wereld.
Bang voor het besef,
beseffen hoe klein ik ben,
bang.

Bang voor huichelachtige glimlachen.
Bang voor loze beloftes.
Bang voor de mens en besef,
beseffen hoe lang ik ren,
bang.

Bang voor teleurstellingen.
Bang voor excuses die ik ga moeten aanbieden aan Jan en
—–alleman.
Bang voor het besef,
beseffen mijn korte lont is niet lang, nooit geweest,
bang.

Bang voor verwachtingen.
Bang voor aangeleerde gewoontes.
Bang voor het besef,
beseffen dat ik niet anders weet,
bang.
-</span
Bang voor de wereld.
Want de wereld is bang…
voor alles wat lijkt op een zwarte man.
Bang voor het besef,
beseffen dat bang een emotie is waarmee ik veel kan.

Ja, zo ken ook ik ze, angst en posttraumatische stress. Alleen met ‘alles wat lijkt op een zwarte man’ kan ik me niet identificeren. De meeste thema’s in de bundel, ook al zijn ze vanuit het mannelijk perspectief geschreven, herken ik echter wel. Wat me daarbij prettig verrast is de hoge mate van zelfreflectie die de ik toont. Verder valt op dat veel gedichten worden gekenmerkt door een evenwichtige mix van teder en hard, waarin vaak op vanzelfsprekende wijze erotiek is verweven. Zoals in onderstaand gedicht:

Gripzakje

‘Wat wil je van me,’ vraagt ze terwijl ik op haar buik lig en haar
—–inadem.
Ik tel de haren op haar venusheuvel.

Zij weet precies wat ik wil.
Ik wil haar.
De warmte van haar hand op mijn gezicht maakt me nuchter,
haar benen gaan langzaam open en nodigen mij uit.
Ik voel de warmte over mijn hand kruipen.

Mijn mond is nog droog van de drugs die ik gisteren heb
—-misbruikt en genoten
maar ik kus haar en zij kust me terug.

Ik voel me transparant in haar bijzijn.
Zij kijkt dwars door me heen.
Ze leest mij,
snijdt me open,
met haar scherpe blik
steekt ze me.

Zij weet precies wat ik wil.
Zoeken naar woorden terwijl ik haar mond openknijp,
de woorden vind
en die haar keel in spuug.

Zij kijkt dwars door me heen.
Geen angst achter haar ogen.
Zij is net als ik.
Ik adoreer haar.

[pag. 24]

Veel beschouwelijker is het eerste gedicht van de bundel, ‘Herfst’. Zo kunnen we als dichter allemaal zijn begonnen: een begrip herhalen en tot op het bot uitbenen. In dit geval de leegte: ‘Leeg glas, / leeg hart, / leeg huis, / leeg omhulsel.’ De tweede strofe eindigt dan met ‘leegte helemaal tot aan de rand gevuld / met niks.’ Het tweede gedicht van de bundel, op pag. 10, staat daarmee in sterk contrast, dat is een rap rond het thema drankmisbruik. De titel is %%%%% en ik citeer de eerste twee strofes:

Vloeibaar verdrinkwaar,
laat mij verdrinken maar.

Porseleinen beste vrienden die mijn
misgecalculeerde slokken arrangeren
in schokkend en pulserend gal.
De muurtegels weerkaatsen het steriele spotlicht.
De muurtegels glimmen als de misplaatste trots van dit
wapenfeit.

Prachtig, die wc’s die de kots mogen opvangen en die de ‘Porseleinen beste vrienden’ heten. In tegenstelling tot de kwetsbare angst van het vorige gedicht, gaat het hier over de ontluistering van dronkenschap en alle schaamte en zelfverwijt die daarbij komen kijken en dat dan verdoezelen met er keihard stoer over doen. Het woord ‘verdrinkwaar’ laat de vrijheid zien die de dichter neemt om eigen taal te maken.

Fuego bedient zich vaak bewust van het nieuwe Nederlands: ‘me’ in plaats van ‘mijn’ of ‘m’n’ en samentrekkingen zoals bijvoorbeeld ‘veelste’. Hij kiest ervoor het ABN soms wel en soms niet toe te passen en hij gebruikt, met name in de titels, veel Antilliaanse woorden. Gelukkig staat achter in de bundel een korte verklarende woordenlijst. We hoeven niet uit onze luie stoel, waarin we van Fuego’s poëzie zitten te genieten, op te staan om onbekende woorden te googelen. De titel, zo leert die lijst, betekent ‘taart van entropie’. Entropie moest ik dan weer even opzoeken: het is een begrip uit de thermodynamica, een maat voor wanorde, chaos of onzekerheid in een systeem. Die titel dekt de lading van deze bundel: taart is lekker, maar niet altijd goed voor een mens en de chaos heerst in veel van de gedichten over de vorm en het ritme.

Op blz. 77 staat het gedicht %%%%% als het ware gespiegeld onder de titel ‘Libie is sober enz.’ Daar gaat het over het gevecht tegen de verslavende middelen, het poëtisch ik is ‘klaar met nuchter zijn’. De woordenlijst vertelt dat ‘libie’ leven is. Ik citeer de tweede strofe: ‘Ontneem mij drank / ontneem mij drugs / ontneem mij lust / en ik ga twijfelen aan wie die guy in de spiegel is.’ Fuego verwoordt hier hoe drank, drugs en seks een mens zijn/haar identiteit kunnen overnemen, waardoor de illusie ontstaat dat je jezelf moet opgeven als je clean wilt worden. In de strijd tegen verslaving speelt dat een niet te onderschatten rol.

De lofzangen, fijne waarnemingen, rauwe klachten en ervaringswijsheden in Bolo di entropia verdienen het gelezen en gehoord te worden. Laat ze vooral de glans van de chaos behouden, dat past bij de titel. Ze doen wat poëzie moet doen, ontregelen, tot nadenken stemmen en ontroeren. Wat het ambachtelijke van de dichtkunst betreft is er nog wel wat te winnen voor Fuego. In de korte biografie lees ik dat hij deel heeft uitgemaakt van verschillende rapformaties en dat hij de frontman was van de rock/punkband Ploegendienst. Dat verklaart misschien zijn voorliefde voor herhaling, maar die is in de muziek veel werkzamer dan in de gedrukte poëzie.

De bundel bestaat uit drie afdelingen: ‘Amsterdam’, ‘Curaçao’ en opnieuw ‘Amsterdam’. In de middelste daarvan worden we meegenomen naar het echte Curaçao, waar de toeristen niet komen. We zien het verval, de onbewoonbare huizen, te weinig straatverlichting. De dagen zijn er dromerig, de nachten onveilig. Vermoeid is dan ook de betekenis van de titel van het gedicht waarmee ik eindig:

Mal kansa

De silhouetten zijn net
de schaduw van mijn eigen.
Ze volgen me als vragen
onopvallend op tenen tippelend.

Het zijn bomen.
Het is gevogelte.
Het zijn huizen onbewoond.

Het zijn mensen,
moeders, dochters en
zonen met zonen.
Onderweg naar weg,
onderweg naar komen.

Ieder een andere bestemming.
Een ander gezin en een ander gevoel.
In eenieder huist een andere emotie
bij het denken aan thuis.

De dagen zijn dromen,
ik open mijn ogen in de bijrijdersstoel
en laat me overspoelen
door het aroma van de regen op het asfalt.

De silhouetten doen mij denken aan de schaduw van mijn
—–eigen.
Uit stilstand observeren in het donker van de hoek.
Ik volg ze net als vragen, onopvallend op tenen tippelend.
Veelste weinig lantaarnpalen, als de nacht valt ook het doek.

[pag. 65/66]

____

Ray Fuego (2025). Bolo di Entropia. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 96 blz. € 18,99. ISBN 9789038816319

     Andere berichten

Ellen Deckwitz – Metamorfosen

Ellen Deckwitz – Metamorfosen

Een relatie die niet kon blijven bestaan door Yolandi de Beer - - Ellen Deckwitz (1982) is een van de meest toonaangevende stemmen in de...