Een godin van onze tijd
door Hettie Marzak
–

–
Annelies Verbeke heeft een ruime staat van dienst als het gaat om het schrijven van romans, toneelteksten, filmscenario’s en korte verhalen. Met haar werk won ze diverse belangrijke prijzen voor alle genres van haar werkterrein. Sinds begin dit jaar verscheen haar eerste dichtbundel Charmolypi, waarmee ze blijk gaf nieuwe wegen te willen inslaan. De titel bestaat uit een samensmelting van twee woorden uit het Grieks voor vreugde en verdriet. Het dooreenvloeien van deze twee woorden is in feite een omschrijving van het leven zelf.
In de gedichten is de Soemerische godin Nisaba het onderwerp; zij is de godin van de vruchtbaarheid, het graan en het schrift. De afbeelding op de voorkant van de bundel, die ook het begin van elke nieuwe afdeling markeert, is van Boris Snauwaert, die zich daarbij liet inspireren door een scherf van een vaas die in het gebied van Mesopotamië gevonden werd. Daarop is te zien dat de godin een kleitablet, waarop geschreven werd, in haar hand houdt. Nisaba is niet alleen een godin en een tovenares, maar ze zou ook een alter ego van de dichter kunnen zijn. Deze brengt haar over naar onze tijd in een hedendaagse context, waar zij zich staande moet zien te houden in het doolhof van onze grillige moderne maatschappij waar de chaos heerst. Ze observeert de absurditeit van de huidige wereld en de vervreemding van onszelf en onze oorsprong.
In de late bronstijd werd Nisaba geleidelijk aan van haar plaats verdreven door de godheid Nabu; het matriarchaat maakte plaats voor mannelijke goden. Vrouwen en godinnen werden als tweederangs beschouwd. Toch is zij geen slachtoffer; Nisaba laat zich niet zo gemakkelijk kennen. Ook koestert zij geen wrok: lijden is voor man én vrouw.
–
Ze was een van de jongens
Een van de lieve jongens
Had hun meisje kunnen zijn
mocht ze dat hebben gewild,
mocht de tijd niet en de vernieling
Ze lachten, luchtten hun hart want
dronken samen meer dan goed
De lieve jongens meer dan zij
De nacht alweer dag.
–
Een kwestie van fenotype?
De lieve vogeljongens in klotsende nesten?
Een kwestie van vaders, hun vaders, hun vleugels?
Spreek hen er niet over, zeiden ze vaak.
En zij? Onder anderen zij? Onder anderen meisjes
als zij en hun zone?
Hun tijdgebrek, geschenkenschaarste, verplaatsingstekort.
Haar omheining en weigering
bronnen van dorst? Wat als?
–
De nieuwe ontglipt haar niet, de kans ontglipt haar niet
vloeiend zijn hemd te strijken
met stralende decennia in het verschiet.
–
De zanger van het weerzien in vele landen, van kan geen toeval zijn,
van bloot de zee in en de partner die op haar lijkt
die is nuchter elders, doet zwijgend zijn best uit haar buurt.
Die van het paardrijden, tot ieders verbazing
die over het strand wilde in wilde galop aan haar zijde
met de mooiste stem en het bekende lichaam
van leer en tabak en nooit honger want
die van ergernis en terugkeer want
die van verbeten pessimisme tot de laatste hoop
die van jarenlang
die is elke dag weer, die is elke nacht weer overleden.
Die is elke dag nog, die is elke nacht nog een van haar.
Verbeke geeft Nisaba niet alleen een aantal markante karaktertrekken mee, maar deelt ook met haar de bezorgdheid om het klimaat, het voortschrijden van de tijd en de schijnbare maakbaarheid van het menselijk leven. Daarmee toont de godin zich een kwetsbare vrouw met een sterk ego, die zich verzet tegen de meetbaarheid en de verkoopbaarheid van de wereld, tegen de discrepantie tussen natuur en industrialisatie, mens en machine, heden en verleden.
De rode draad die door de gedichten loopt, lijkt de zoektocht van Nisaba te zijn: door middel van beelden die Verbeke zorgvuldig gekozen heeft, zoekt Nisaba op verschillende manieren een uitweg uit de sociale chaos van onze samenleving. Nu eens met humor en spot, dan weer met mildheid beschouwt ze de haar omringende wereld en probeert daarin staande te blijven, trouw aan zichzelf. Daarvoor moet ze net als elke andere vrouw sterveling zijn en meegaan met de tijd, hoop houden, ‘vloeibaar blijven en stromen’, maar toch met kritische blik naar zichzelf en de ander kijken, zoals de dichter beschrijft in het ironische gedicht over mansplaining:
–
Hij rukt de pluim uit zijn aars
zodat het zonlicht de wereld kan beschijnen,
hurkt naast haar neer met meer geduld dan ze verdient
en terwijl zijn hand haar knie test
legt hij het uit.
Legt uit dat zich bekommeren pervers is,
wat het toont: verveelde vrouw, beperkt IQ
en messiascomplex.
Beter geraffineerde uitsluiting, moet ze begrijpen.
Beter dan verdiende obscuriteit.
–
Ze gaat onder.
Het stille water meet haar op.
Moe van metaforen
verdringt ze de gedachte aan een doop.
Nisaba is menselijk: Verbeke duikt in de taal en laat het beeld van Nisaba zich ontvouwen door de muzikaliteit in de gedichten, het ritme, dat een belangrijke rol speelt en door sterke beeldspraak. Alle gedichten beginnen met de naam van de godin, alleen een vijftal gedichten draagt een titel die ogenschijnlijk niets met Nisaba uit te staan heeft. Deze gedichten vormen tevens de scheidslijn tussen de afdelingen, die verder niet apart aangeduid worden. Het zijn geen gemakkelijke gedichten: Verbeke gebruikt woorden uit diverse talen en termen uit verschillende takken van wetenschap: plitotaxis, kyoka, puhpowee (‘de kracht die ervoor zorgt dat paddenstoelen ’s nachts uit de aarde omhoogkomen, de mysterieuze, plotselinge opkomst van leven en de onzichtbare energieën die de natuur bezielen.’) Dat betekent heel veel opzoeken en hoewel dat enerzijds vervelend en tijdrovend lijkt, verdiept het anderzijds de gedichten en legt een betekenislaag bloot die voorheen niet vermoed werd. Grappig is dat de dichter zelf de spot drijft met het gebruik van vakjargon en met quasi-important taalgebruik:
–
Lippen als rupsjes, buiksprekersmondjes
de huhuhu focus voorsorterend
op een economisch aantrekkelijke overschoot
en maar benchen en outperformen.
Maar laat ze.
–
Nachtenlang sparren over een dedicated terugkoppeling,
opgeschaald en key,
vervolgens geparkeerd tot na de workation, the next generation.
Ze horen wat je zegt maar.
Maar laat ze.
–
De dealbreaker van de concullega
is met een can-do én hands-onmentaliteit tot asset gepimpt.
De salestijger zit erop, wil je als sparringpartner,
wil even syncen met je weerbaarheid, je veerkracht.
Maar laat ze.
–
Na wat brainen in de boardroom
vast een opzetje gemaakt van de ondergang.
De impressies opgelijst en afgevinkt,
afgestemd op de post-pivotaanvliegroute.
Je laakt ze maar laat ze.
Annelies Verbeke toont met deze debuutbundel dat haar grote kracht niet alleen in proza en toneelteksten ligt, maar zeker ook in de poëzie.
____
Annelies Verbeke (2026). Charmolypi. De Geus, 72 blz. € 17,99. ISBN 9789044552928



