LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Anne Meerbergen – Struikelen voor gevorderden

8 jun 2026

Hoe eenvoud kan ontroeren

door Taco van Peijpe




In deze vierde bundel vertelt Anne Meerbergen het verhaal van een vrouwenleven. In zes afdelingen passeren een angstige jeugd, een harde moeder, een ontsporende relatie, een zware gezinstaak en het vertrek van de dierbare dochter. Dankzij de meestal milde, soms licht ironische toon en vooral dankzij het breed uitgemeten geluksgevoel bij de geboorte van een kleindochter is het geen klaagzang geworden, maar een reeks ontroerende gedichten over een invoelbare geschiedenis. De dichter heeft de goede keus gemaakt het gelukkig einde al in de eerste afdeling te beschrijven. Zodoende kan de lezer het treurige levensverhaal relativerend bekijken als in een terugblik.

De gedichten zijn geschreven in eenvoudige taal en ingedeeld in tweeregelige strofen, soms afgewisseld door een enkele losstaande regel wanneer de inhoud daarom vraagt.Op het eerste gezicht lijkt rijm te ontbreken, maar hoe langer je naar deze gedichten kijkt, hoe meer klankovereenkomsten er in blijken te zitten, meestal op enkele woorden afstand.

De lijnen in de persoonlijke geschiedenis en het onderliggende patroon van de maatschappelijke positie van meisjes en vrouwen treden bij het lezen van de bundel geleidelijke naar voren. Nadat in het tweede gedicht over de dochter gezegd is: ‘ze glijdt uit mijn vingers / verder dan de zee’ (p. 7), begint het derde gedicht raadselachtig: ‘er wonen mensen in haar huis / mijn kandelaars staan op tafel’. Wat is hier aan de hand? Blijkbaar woont de dochter niet meer bij haar moeder maar ook niet in haar eigen huis, waar de nog aanwezige kandelaars van de moeder verbinding en vervreemding uitstralen. Zes gedichten verder lezen we: ‘ze blijft maar vragen wanneer / ik bij haar op bezoek kom // ik verzin uitvluchten’ (p. 14). Nog later blijkt dan dat voor een bezoek een vlucht over de oceaan gemaakt moet worden.

De afdeling ‘SCHUURPAPIER’ behandelt de relatie met een broer. Er wordt indiaantje gespeeld: ‘met een touw bonden ze mij vast / want ik was de vrouw’ (p. 24). In een latere afdeling is het vastgebonden meisje een gebonden vrouw geworden: ‘in uren met vleugels droegen we / kinderen, en een man op handen’ (p. 36).

Het onderstaande gedicht uit de afdeling ‘ONTVALLEN’ vertoont een terugblikkende oude vrouw, zoals de vertelster zou kunnen worden of zoals haar moeder is geweest.

als je goed kijkt zie je hoe vrouwen
oud, hangen aan hun handtas

ze klampen zich vast, rommelen soms
tussen een sleutelbos een zakdoek met bloemen

ze scharrelen naar de dag van gisteren
zoekend naar hun liefste achter mica

kijken verbaasd naar het meisje
op hun rijbewijs

(p. 55)

De eerste strofe nodigt uit goed te kijken, dichtbij te komen. Je kijkt niet naar een vreemde categorie oude vrouwen, maar naar ‘vrouwen / oud’, dus vrouwen, mensen zoals jij en ik, wanneer ze eenmaal oud geworden zijn. Ze zijn afhankelijk geworden van hun handtas, sleutel tot het verleden. Tussen ‘sleutelbos’ en ‘zakdoek’ ontbreekt een voegwoord, alsof de opsomming nog moet worden voortgezet, maar zo systematisch gaat dit zoeken niet, er wordt maar wat gescharreld, zo blijkt uit de derde strofe. De ‘liefste’ is onbereikbaar, een portretje achter stug glimmend ‘mica’. Het nostalgisch beeld van het meisje dat ze waren blijft tenslotte hangen, ondersteund door de rijmklanken in de laatste strofe.

De gedichten over de vertrekkende dochter in de afdeling met de speelse titel ‘DOCHTOREREN’ dragen elk een datering in cijfers als opschrift. De datum 22.06 komt drie keer voor: bij het eerste gedicht (22.06.88), dat inzet met: ‘ik heb een dochter elke dag opnieuw’, bij het derde gedicht (22.06.2020), (waaruit ik hiervoor een strofe aanhaalde) en bij het hierna in zijn geheel geciteerde gedicht.

22.06.22

ik schik bloemen in een vaas
omarm mijn dochter in gedachten

praat tegen de tulpen
ze slurpen stilzwijgend water

ik ruim de folie, de geknipte stelen
zet de bloemen op tafel

kijk hoe ze blijven groeien
uitbundig naar alle kanten schieten

later hun kroonbladeren lossen

(p. 11)

De moeder is alleen met een verjaarboeket voor de dochter, die ver weg is. De bloemen worden omvat door een vaas en de moeder omarmt de dochter, wat in de tekst wordt benadrukt door de plaatsing van ‘dochter’ tussen ‘mijn’ en ‘gedachten’. De moeder zoekt contact, maar dat kan niet ontstaan, de tulpen waartegen zij praat laten zich stilzwijgend verzorgen, zoals ook de dochter die zij verzorgd heeft zich niet laat horen.
Dan maar praktisch worden: opruimen en bloemen op tafel zetten. In de vierde strofe wordt de mijmering hervat. De toespelingen op de moeder/dochter-verhouding worden voortgezet. Net als de bloemen is ook de dochter blijven groeien en een andere kant op gegaan. In de laatste zin duidt het ‘lossen’ op méér dan een passief verliezen, het gaat om een handeling, een loslaten.

Één van de volgende gedichten (p. 13) over de planten van de dochter, die door de moeder worden verzorgd, vertelt op het eind: ‘op een dag ontsluit de bananenplant / een scheut’. De term ‘ontsluit’ doet vreemd aan in combinatie met een een plant, maar er volgt nog een verrassende slotzin: ‘het is een meisje’. Eenvoudig en op ontroerende wijze wordt hier de geboorte van een kleindochter onthuld.

De moeder is meteen vervuld van grootmoederlijke gevoelens, die in het volgende gedicht tot uiting komen:

13.09.2023

hoe kan ik schrijven
over jou die ik nog niet zag

maar ik ken je al van toen
zij me haar pop overhandigde

me vroeg om te babysitten
want ik was de oma

en ik boog mijn armen
tot een kom en jij

bestond, zolang al

(p. 17)

Hoe kun je van iemand houden die ver weg en nog nooit gezien is? De dichter doet het schier onmogelijke en tovert afstand in tijd en ruimte om tot tastbare nabijheid. Dat lukt door de pasgeborene rechtstreeks aan te spreken, en haar in te bedden in een tafereel uit een ver verwijderde tijd, toen de nu afwezige volwassen dochter klein en heel dichtbij was. De oma van nu praat in een ingebeelde intieme relatie tegen een kleindochter, die zij zich moet voorstellen. Daarbij helpt de herinnering aan de tijd dat ze zelf een klein meisje had. De ‘ik’ in dit gedicht is tegelijkertijd oma van nu en moeder van toen. De toegesproken ‘jij’ is nu de nieuwe kleindochter. De volwassen dochter van nu staat even op afstand, ze is een ‘zij’ over wie een verhaal van vroeger verteld wordt. Hierdoor wordt de intimiteit tussen oma en kleindochter versterkt. De lezer van de bundel kan de intimiteit des te beter meevoelen nu hij de gevoelens van de vertelster kent uit de voorgaande gedichten. De voorlaatste strofe: ‘ik boog mijn armen tot een kom’ roept bij mij het eerder aangehaalde gedicht over de tulpen in herinnering: ‘ik schik de bloemen in een vaas / omarm mijn dochter in gedachten’.

De gedichten over de relatie met de moeder, de broer en de partner zijn somber van toon, maar geenszins bitter. De vraag klinkt door of het anders, beter had gekund. Één van die gedichten begint aldus: ‘toen verkeerde woorden vielen / bleken we verloren’ en eindigt met: ‘alle dagen hebben we gewacht / op morgen’ (p. 39). Het daaropvolgende gedicht vat de hopeloze situatie samen:

de melk kookte over
maar wij bleven kijken

naar het spektakel
in onszelf

het schuim van de dag
ontspoorde

(p. 40)

In plaats van in te grijpen bleven de partners gebiologeerd staren naar de ontsporing van hun verhouding. De overkokende melk roept een beeld op uit een vroegere tijd, toen door de melkboer aan huis afgeleverde rauwe melk gekookt moest worden door de huisvrouw. Wanneer het schuim in de pan begon te rijzen, moest onmiddellijk het gas laag gedraaid worden om te voorkomen dat het sissend over de rand liep en verbrandde tot een stinkende bruine korst op pan en gasfornuis. De laatste regel van het gedicht: ‘ontspoorde’ herhaalt klanken uit de eerste: ‘kookte over’ en nodigt uit dit kleine gedicht nogmaals te lezen, zodat ook de lezer hulpeloos blijft kijken hoe het toch weer mis gaat.

Deze toegankelijke gedichten vertellen in eenvoudige taal een alledaags verhaal. Al mogen de traditionele samenlevingspatronen soms wat gedateerd aandoen, dat geldt niet voor de onderliggende gevoelens van teleurstelling, gemis en troost. Dankzij de vakbekwame en vaak subtiele wijze waarop de gedichten en de bundel zijn samengesteld verwacht ik dat veel poëzieliefhebbers hierdoor zullen worden geraakt.
____

Anne Meerbergen (2026). Struikelen voor gevorderden. Uitgeverij P, 64 blz. € 19,50. ISBN 9789493534018

     Andere berichten

Zaïre Krieger – Chameleon

Zaïre Krieger – Chameleon

Metamorfoses, zeker? door Marc Bruynseraede - - Zaïre Krieger, die zichzelf aankondigt als een ‘spoken word’-dichteres, vol met twijfels,...

Emilie Dewitte – De Stolling

Emilie Dewitte – De Stolling

Hard en droog en breekbaar door Jaap Bos - - Iets dat zacht was en kneedbaar, en dat langzaam hard werd en uitdroogde, tot er een korst...