Nele Bruynooghe speelt een zacht brutaal spel met literatuur. Ze kijkt met ogen die schrijven en legt wat ze schrijft als speelgoed in de handen van een lezer. Ze leerde op die manier te kijken door haar studies taal- en letterkunde en haar ervaringen als leerkracht Nederlands. Sinds kort onderzoekt ze literaire expressie als deel van zacht bruTaal. Ze is ook lid van de poëzieredactie van Elders Literair en organiseert als dorpsdichter Tygerstrepen, een poëzie- en vertelavond in lege huizen in Opwijk. Nele zit ook op Instagram.
–
Het gebeurt nog dat ik
dingen geen komma geef en ik je kwijt ben.
–
Hoe hard ik ook aandring dat je oor al komma genoeg is
om de zee te horen in een schelp je zegt dat het ruis is.
–
Luister ook jij bent zo indrukwekkend wild dat ik op afstand blijf.
Ook bij mij groeit te veel van buitenaf op huid tot exoskelet. Je vervult me
–
mocht je blijven haken met je oor je vingers in alles wat ik noem
als aan een klank die je je herinnert maar niet het woord.
–
Boots het na roep het op in echo’s in sonar. Ik wil weer zien
hoe je opgetogen bent over een woord dat teveel kan
–
vasthouden en dus precies genoeg is.
–
Ik zie je voorbijlopen en deze keer deze keer
stap ik niet uit laat ik je voorbijlopen.
–
Hoe dat zoveel daadkracht van mij vergt
het niet meer willen. Je bent zo ontzettend
–
en ik zo bewust van hoe je je hoofd draait
in een richting vanwaar je denkt dat ik misschien
–
maar ik zit in de auto en blijf
waar ik ben het donker nauwelijks donker
–
de afstand niet eens een armlengte
en wij aan elkaar denken zo dichtbij en zo ver weg
–
zijn we altijd want je draait je hoofd de totaal
andere richting net wanneer we echt
–
We spreken onder water raden hoeveel we van elkaar houden
zo, lief, bijten zo, lief, klauwen er hoeft geen tafel te zijn om weer
te weten welke plaats, de avond ervoor
–
heeft vetranden die zich afzetten als slib en glanzen als natte lippen
het maakt de ochtend zwaar zoals haar op pubermeisjesbenen
in de turnles: hoe kan ik gaan zitten dat het niet opvalt
–
dat je mijn naam maar half meer uitspreekt, ik luister
naar je jonge huid je betrapt me en gaat door je deinst terug
voor een kus de huid om je bovenlip spant en glanst, de kloof
–
in het midden, een belofte van bijten en sap langs een kin. Smaak
van pompelmoes en textuur van granaatappel. Ver en vreemd en warm.


