Bart Jan Lenaerts (1966) is een Vlaams-Brabantse hulpverlener, boekenwurm, echtgenoot, vader van 3 jongvolwassenen, en vooral ook daarnaast – met monomane periodes – poëet, collagist, en bricoleur.
Hij woont, werkt en creëert vanuit Leuven ( Vlaams-Brabant, België). Gedichten schrijven deed hij al tussen zijn 20ste en 35ste ; publiceren bleek niet zijn grootste ambitie op dat moment, al zijn er wel bescheiden bijdragen geleverd aan het tijdschrift Brakke Hond, en staat hij ook samen met een aantal andere debutanten in een bloemlezing.
De pen bleef daarna gedurende jaren liggen. Andere creaties kwamen in de plaats.
Sinds 2023 vond hij een nieuwe adem met deels vertrouwde maar minder hermetische stijl, én thema’s als het fragiele demonteerbare lichaam, geweld en (zelf)vernietiging, het schrijfproces, natuur, cultuur en de versmelting daartussen.
littekens door het Laar.
Onze scheidslijnen tussen wat zichtbaar mag,
en wat verborgen, zijn ontoereikend.
–
Ben jij het, of ik, die ons met een pels om verschalkt?
–
We wisselen voortdurend van gedaante.
–
We plaatsen vallen voor dieren die
we enkel in het donker zien, en hopen alvast hun schaduw te vangen.
zien we het nog:
–
De vloeibare hemels gespalkt en gestut.
–
Er is leven in het water daarboven.
–
Net als het licht, zijn de in onbruik
geraakte bergen mee verhuisd.
–
Men bracht ons een ladder van glas,
één die, naar men zei, tot in de hemel reikte.
–
Weinig meer hadden we onszelf toegedicht.
–
We staan aan het raam en de storm is over.
–
Rondom ons, op armlengte, doemt het duister op.
De straten blinken als olie.
In de tuin waart nog wat wildernis rond,
–
schaduwdieren vinden hun weg terug
langs verloren gewaande wissels.
–
Als je de blinden sluit – omsingeld-,
is er niets dat ons durft aan te raken.
We worden als vanzelf naar elkaar toe bewogen.



