LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Elke Couchez

25 aug 2026

Elke Couchez (Gent) is doctor in de architectuur en onderzoekscoördinator aan de ULB – Faculté d’Architecture La Cambre Horta. Ze schrijft voor zowel academische als kunsttijdschriften, en publiceerde poëzie en proza in Het Liegend KonijnElders LiterairMUG Magazine en DW B. Haar debuut Landschapskamer verschijnt in 2027 bij Poëziecentrum.

 

© Arian Christiaens, 2026, gefotografeerd in Westrand – Cultuurcentrum Dilbeek.

 

 

handwerk

zullen we de stilte afrollen
als draad van een klos
wie weet ontwaren we

waar de wol rafelt of onze vezels
verknoopt en verstrengeld
van schubben en kroes zijn gesponnen

op een weekblauwe ochtend
zullen jij en ik slechts ontwarde knopen
in onze handen houden

geen vriendschap is uit één draad gemaakt
zal jij zeggen zie hoe rekbaar
al ons zwijgen is geworden
broekland voor vergeten vogels

hier, waar weldra geen mens de knieën schaaft
snij ik een thuisland uit een gevonden tapijt

wat anderen achterlieten stel ik tentoon
op een vensterbank van isomo:

.           pluchen superman stressbal zonder rek

als ik morgen moet vertrekken
zeem ik het venster van plexiglas
woel ik dit braakland om
zoek in achtergelaten kratten naar een steen
ter grootte van een vuist

in de vuist kerf ik een vogel met opengesperde bek
veren verf ik winterhard

op de nok van golfplaten lijm ik het dier
zwaai het uit
speur naar stroophout oude luiken lattenbodems
wildgroei waaruit een thuis ontkiemt
visioen van de beenderen

er was geen horizon
uit de dorre grond groeiden ivoorwitte
botten als jonge zaailingen

ik zag de knekels beven
ze hechtten zich willekeurig aan elkaar:
spaakbeen aan ellepijp, vingerkootjes aan rugwervels

nieuwe lichamen krabbelden op uit het stofdal:
geraamtes omwonden door vet, bloedvaten, bindweefsel,
samengebonden door pezen, overspannen door huid

ik zag de wezens strompelen op kapotte schoenen,
plastieken wanten rond hun stramme knoken,
lijven in lompen – gevonden polkadot en ribfluweel

ze kwamen uit dalen, van afgelegen eilanden,
van zolders en achterhuizen,
ze kauwden op gedroogde vruchten,
de smaak van dadelstroop op hun lippen

een stoet van pokdalige gezichten,
hechtingen, haperende hartkleppen

de eerste bespeelde een driesnarige gitaar,
de anderen schraapten eelt van hun kelen,
ze zongen een canon,
ze zongen voor de honden
verwaarloosd in paarse stormen

ik zag het knekelkoor de helling op sluipen,
ze verbrijzelden rozenkransen tussen hun kaken,
hunkerden niet langer naar de aanraking die hen zou helen

in hun kielzog de twijfelaars,
zij die nog geloofden,
ze zwommen, zweefden, rolden

de gezangen van de blinden werden een stafkaart
voor de verdrevenen, verlamden, voor de vondelingen, ongeborenen, monddood gemaakten

ze tekenden een nieuwe horizon
zongen steeds luider

     Andere berichten

Michael Vonk

Michael Vonk (1992) schrijft proza, essays en poëzie. Hij zoekt maatschappijkritiek in magisch-realisme, absurdisme, satire en dystopie,...

Richard Klapwijk

Richard Klapwijk (Rotterdam, 1965) Was docent Nederlands op een vmbo-school in Rotterdam-Zuid. Is lang geleden aan het schrijven geraakt...

Gert de Graaf

Gert de Graaf (1963) is wetenschappelijk medewerker bij de Stichting Downsyndroom en beeldend kunstenaar. Hij schrijft gedichten en korte...