LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Elly de Waard – Liefdesgedichten

26 aug 2026

Het gemis van bemind worden

door Ali Şerik




De bundel Liefdesgedichten van Elly de Waard is een ode aan de vrouwelijke schoonheid, waarin de liefde als een libelle neerstrijkt. Haar taal is helder als een regendruppel die op warme aarde valt: toegankelijk, direct en onmiddellijk invoelbaar. Zij heeft geen omwegen nodig om de liefde zichtbaar te maken. In haar poëzie krijgt verlangen een tastbare vorm: het zoekt toenadering, verlangt naar aanraking en wacht bijna wanhopig op wederkerigheid. Haar gedichten bewegen zich licht en vrij door het leven, als een kolibrie die steeds opnieuw de nectar van de liefde zoekt.

Deze bundel bevat een selectie uit haar omvangrijke oeuvre. Het zijn mooie, zinnelijke gedichten die de liefde onbevreesd benaderen: openhartig, teder en vol verlangen naar de vrouwelijke geliefde. Waarschijnlijk had een man deze gedichten niet zo kunnen schrijven. Haar mildheid in de woordkeuze en in de wijze waarop zij het lichaam benadert, doet vermoeden dat zij haar eigen lichaam moet ervaren via de vingers van een andere vrouw. Ze geeft alles om het verlangen van het andere lichaam te lessen voordat zij zich overgeeft aan haar eigen genot.

Bij De Waard staat niet alleen het lichaam van de geliefde centraal, maar ook haar eigen lichaam, dat verlangt naar aanraking en bemind worden. In dat verlangen schuilt tegelijkertijd de angst om de geliefde te verliezen. Verlangen stelt zijn eigen wetten en de liefde haar eigen voorwaarden. Soms versterken zij elkaar, soms stoten zij elkaar af. Er is het vluchtige verlangen dat plotseling opvlamt en weer snel uitdooft, maar ook het aanhoudende verlangen dat geen rust kent en telkens opnieuw om vervulling vraagt.

Wanneer ik haar gedichten lees, krijg ik het gevoel dat liefde op zichzelf voor De Waard niet voldoende is. Zij zoekt naar een liefde die voortdurend aanwezig is, voelbaar in huid en bestaan. De nabijheid van de geliefde, de aanraking en de tederheid moeten steeds opnieuw worden bevestigd. In veel gedichten klinkt daarom een onderliggende angst door: de vrees de (ge)liefde kwijt te raken. Die emotie is subtiel aanwezig in haar zachte, vloeiende regels. In haar gedichten ligt, hoe sterk het verlangen om bemind te worden ook aanwezig is, een zekere radeloosheid verscholen tussen de strofen. Het is niet zozeer de angst voor afwijzing, maar eerder de angst om zelf de liefde niet volledig te kunnen beantwoorden en haar daardoor te verliezen. ‘(…) het voelde alsof mijn mond / eerst over beton moest gaan / voor hij tot haar lippen / door kon dringen.’ [p. 14].

Onderstaand gedicht behoort voor mij tot de mooiste liefdesgedichten uit deze bundel. Hier lijkt het lichamelijke verlangen bijna vooraf te gaan aan de liefde zelf. De weg naar de liefde is geen omweg, maar een snelweg die onmiddellijk genomen wil worden.

Ik zocht de aard van
mijn liefde te ontraadselen
zij leek mij zoiets als
de wind, onkenbaar, telkens
anders van gedaante, een
chemie waarvan de samen-
stelling wisselt. Koorts-
achtig beminde ik haar, ik
kreeg mezelf niet stil, ze
kwam en kwam, alsof ik bang
was voor een ogenblik, ooit,
o nog lang niet, dat ik niet
meer van haar houden zou,
zij niet meer van mij was.
‘Waar doen we het?’ – Hier.
‘Wanneer?’ – Meteen, ik hield
haar vast, al was het
in gedachten; aanbiddend
en ophitsend was mijn
prevelen te horen in de
nacht: O kom, kom bij me, kom
tot mij die op je wacht. En elke
ochtend die mij vond, op droge
aarde, in droog zand gekromd
dat met vocht uit de lucht
bespogen was.
—-                   –O die geur,
die de vroege zon
los steekt uit licht
bedauwde grond! Die geur
ademt je mond!

[p. 27]

De gedichten van De Waard zitten vol ritme en cadans. De dichtregels sluiten op elkaar aan als het bouwmodel van de liefde. Veel gedichten zijn opgebouwd uit disticha. Bovendien beheerst zij de kunst van het afbreken van regels uitstekend. De meeste gedichten hebben geen titel en bestaan uit korte dichtregels die de lezer moeiteloos door het gedicht voeren. Haar toon is zuiver en zorgvuldig. Zij wil begrepen worden en werpt geen raadsels op. Op een romantisch paard galoppeert de dichter van het ene gedicht naar het andere. Haar verlangen, dat vaak naar lust neigt, blijft steeds verbonden met de vreugde van de zinnen. Zij probeert de schoonheid op haar hoogste punt vast te houden, alsof die onsterfelijk zou kunnen worden. ‘(…) was het geen lust / die mij beving, / maar meer een aan / de lust voorbije, pure zinsverrukking.’ [p. 25].

Toen ik Liefdesgedichten las, wist ik niets van het liefdesleven van Elly de Waard. Even heb ik overwogen dat op te zoeken, maar uiteindelijk heb ik ervan afgezien. De gedichten staan op zichzelf; zij hebben de dichter losgelaten en behoren nu toe aan de lezer. Wat mij vooral treft, is de onuitputtelijke honger naar de vrouwelijke geliefde. Niet als een oppervlakkige bewondering, maar als een zoektocht naar het wezenlijke. De schoonheid die zij beschrijft, is tegelijkertijd krachtig en kwetsbaar, menselijk en breekbaar. Haar gedichten bewegen zich op de grens van erotiek en tederheid. Ze zijn sensueel zonder hun waardigheid te verliezen en getuigen van een diepe bewondering voor het vrouwelijke verlangen.

In het gedicht ‘Waar – in die duistere’ laat De Waard zien hoe wezenlijk liefde en lichamelijke nabijheid voor haar zijn. Zonder liefde ontstaat een gemis dat verder reikt dan het ontbreken van een geliefde; het wordt een mankement aan het eigen lichaam. De mens wordt mens door liefde, aanraking en verbondenheid. Het lichaam is in deze gedichten een tempel, een kaars die telkens opnieuw door de geliefde moet worden aangestoken.

Waar – in die duistere
inktzwarte straten

en gangen vol leven en
groen, zo vroeg ik mij

bij ontwaken af
werd dat verlangen naar Jou

opgewekt! waar kwam
ik je tegen? heb je mij

in die onmetelijke
stad van mijn dromen

dan verleid? het is zo vaak
dat ik bij het wakker worden

naar je hijg
en noodgedwongen

in mijn kussen bijt. – Behekst
heb je mij. – Veel mensen menen

dat liefde en seks
maar bijzaak zijn of zelfs

een noodzakelijk kwaad
maar ik zeg je nog eens

dat zij de kern zijn van
alle leven

[p. 68]

De poëzie van De Waard reikt verder dan de liefde tussen twee mensen. Zij zoekt ook naar een universele liefde die alle levende wezens met elkaar verbindt. Liefde en verlangen vormen de vaandels van haar bestaan, maar ook van het leven zelf, van alles wat groeit, bloeit en zich voortzet. De natuur wordt een spiegel waarin zij haar eigen verlangens herkent.

Het hele
ratelen en rammelen en

klepperen van de krekels
en al die andere

levende wezens, het is niets
dan de rituele

ketelmuziek van de voortplanting
elk wil zijn teken

zetten en dat laten weten
aan de rest tot de dood

of schrik en dat tot in der eeuwen
voortzetten met één

groot schreeuwen van
ik ik ik

[p. 83]

Liefdesgedichten is zonder twijfel een bundel die het lezen waard is. Het is een prachtige uitgave die laat zien hoe liefde zich kan opdringen, hoe haar afwezigheid pijn kan doen en hoe verlangen een mens zowel kan vervullen als ontregelen. Bovenal laat Elly de Waard zien hoe rijk, kwetsbaar en krachtig de liefde tussen vrouwen kan zijn.

____

Elly de Waard (2026).  Liefdesgedichten. Uitgeverij De Harmonie, 120 blz. € 24,99. ISBN 9789463362597

     Andere berichten