Recensies

Lucian Blaga - De grote oversteek
‘De grote oversteek’ van de Roemeense Lucian Blaga uit 1924 in de vertaling van Joan Stam laat een mooi tijdsbeeld zien. Tom Veys zegt erover: ‘De gevoelige Lucian Blaga schippert dus tussen platteland en grootstedelijkheid. De symbolische oversteek die we in de titel herkennen, is in veel elementen te vinden. In een leven naar de dood, in een dood naar het leven.’

Hester Knibbe - Barcode van stilte
In de nieuwe bundel van Hester Knibbe, ‘Barcode van stilte’, onderzoekt de dichter of ze de barcode kan ontcijferen van stilte. Johan Reijmerink merkt op: ‘In alle afdelingen treden momenten van bezinning op waarin de ondervinding van vervreemding het zelfbeeld dreigt te ondermijnen. Dan is er toch op het laatst het perspectief van de kinderen die de toekomst symboliseren en de vervreemding doen wegebben. Een longread.

Kenneth Swaenen - Blos
Ellis van Atten bespreekt de tweede bundel van Kenneth Swaenen en zij geeft aan dat ‘Blos’ geen schaamrood op de kaken levert en geen opwinding, maar wel een inkijkje in het leven van de dichter en het herkennen van ervaringen, die kunnen uitnodigen tot zelfreflectie en tot zonder schaamte terugkijken. Van Atten concludeert dat het wat te beschrijvend blijft en te veel aan de oppervlakte naar haar zin.

Maarten Buser - Opgeslagen locaties
In ‘Opgeslagen locaties’ van Maarten Buser onderzoekt de dichter de wereld aan de hand van beelden die hem zijn bijgebleven. Volgens Peter Vermaat heeft de bundel meer het karakter van een tentoonstelling: ‘Nooit komen we Buser enigszins nabij, hoogstens in plotselinge en kortdurende reflecties in een winkelruit of autospiegel. Dat kan een keuze zijn van de auteur, maar als lezer mag ik daar iets van vinden.’ Een longread.

Tom Veys - Dan strekt de zee in me door
In deze longread bespreekt Ivan Sacharov ‘Dan strekt de zee in mij door’, het debuut van Tom Veys. Volgens de dichter is het zijn poëtische biografie. De zee speelt een grote rol. Sacharov komt een gedicht tegen dat meteen voelt als een klassieker. De bundel straalt optimisme uit: ‘De lichtheid van toon en de focus op het zintuigelijke door het beeldende taalgebruik geven soms fraaie resultaten.’

Daniël Vis - Aan wie, deze offers
Volgens Jac Janssen hebben de gedichten in ‘Aan wie, deze offers’ van Daniël Vis een grote zeggingskracht. Ze raken diepere lagen die in ons allen schuilen: ‘Verlangens die het individu te boven gaan, existentiële twijfel en wanhoop die van alle tijden zijn. Terwijl de intimiteit in sommige regels weer zó dichtbij is dat je er bijna niet naar durft te kijken.’ Janssen vindt het een bundel om te koesteren.

Froukje van der Ploeg - Soms blijft iets
De gedichten in ‘Soms blijft iets’ van Froukje van der Ploeg kunnen Peter Vermaat niet bekoren: ‘’Vermoedelijk ligt de oorzaak voor mijn leeservaring vooral in de bespiegelende aard van de teksten, het – enigszins beteuterde – terugkijken van nu naar vroeger en het af en toe wat klagerige verwijzen naar slachtofferschap van de vrouw – niet alleen door biologisch bepaald ongemak, maar toch ook door ‘het verschijnsel man’’’

Maricela Guerrero - De droom van elke cel
Het thema van ‘De droom van elke cel’ van Maricela Guerrero vertaald door Lisa Thunnissen, is het voeren van een talig verzet van inheemse talen die de wereld van cellen, bomen en wolven vertolken, tegen de taal van het zogenoemde imperium dat ontgint, verbrandt en bomen velt. Francis Cromphout is onder de indruk van deze poezie van ‘ruisende woorden’. Speciale aandacht is er ook voor de vertaling van Thunnissen.

Anouk Smies - De Blob
In ‘De Blob’ borduurt Anouk Smies verder op de gelijknamige film over een levend wezen met een amorfe substantie dat zich voedt met andere organismen. Anneruth Wibaut zegt: ‘Nee, het zijn niet de gevoelens, groot of klein, die de gedichten van Smies kenmerken, veeleer beelden, vaak barok of in bizarre combinaties. Ze lezen daardoor als het script voor onthutsende tekenfilms met een komische toets.’
