Gedichten

Roel Weerheijm

Adam en Eva

Een pasgewassen ochtend
hangt te drogen aan de hemel.
Mijn hand verkent je lichaam
als een slang.
Er is geen appel te bekennen,
geen vijgenblad ligt in de weg.

Maar bij elke aanraking
wijk je van me
vandaan, je bent
een lichaam van mist. Ik wil je
bevriezen maar

er is vannacht teveel zomer in mijn slaap

zodat je als regen op me neerklettert, geen
vijgenblad om onder te schuilen, geen
appel voor de dorst.
Alleen een slang

om dood te trappen.

Lees verder