Taco van Peijpe

‘Een druppel rolt van het blad / en het water gaat zingen.’ Zo is het met een woord van dichter Taco van Peijpe ook, het rolt bij ons binnen, beroert ons, tikt ons zachtjes aan, blijft even talmen, nestelt zich dan en vindt voorgoed een plaatsje. Mee te voelen hoe je ontstaat zodat je ergens blijft.

Lees verder

Rinske Kegel

Niet eerder publiceerde Rinske Kegel in Meander terwijl haar gedichten zo leuk zijn, zo humoristisch en spitsvondig. Kleine observaties zijn het: van onszelf, geliefden, toevallige passanten, situaties en gebeurtenissen. Een magisch vierluik, noemt ze deze zelf. En gelijk heeft ze. En dan weer verliefd worden op ‘alles dat nog had moeten komen’.

Lees verder

Erna Schelstraete

Schrijven is voor Erna Schelstraete de persoonlijke ervaringen en gevoelens (pijn, verrukking, verwondering) zodanig objectiveren dat ze op een universeler niveau getild worden en herkenbaarheid genereren. Ze wil toegankelijk schrijven maar ook beeldend en precies en deelt haar manier van kijken. De particuliere gedichten zijn een voorbeeld hoe helend poëzie kan werken.

Lees verder

Ludo Bleys

Gewoon mooi werk. Zinnen als ‘in deze wijkplaats laat je de vogels betijen’ doen vermoeden dat iedereen in deze poëzie tot rust komt. ‘Wij een nodeloze voetnoot’ maar het tegenovergestelde is waar. Met rozen in onze schoot of met fluwelen pas, wij volgen deze dichter zelfs tot in het lege landschap en het grauwe gras van het speelveld.

Lees verder

Enno de Witt

Enno de Witt moest zijn ideeën en fantasieën als dichter herschrijven. Na schrappen en witregels invoegen werd de poëzie evenwichtig, toegankelijk, herkenbaar. Poëzie is een onvermijdelijkheid, zegt hij en zo botste hij tegen ons aan, wierp ons omver. En als poëzie dan helemaal geen functie, doel of nut heeft en al helemaal niet maatschappelijk is, blijft dit over.

Lees verder