Klassieker 13: Hans Warren – Bekentenis

door Elly Woltjes

Meander Klassieker 13

Het gedicht ‘Bekentenis’ ademt een sfeer van terugkijken. Hans Warren was bijna 80 toen Elly Woltjes deze Klassieker schreef – hij zou een paar maanden later overlijden. Maar schijn bedriegt: ondanks de gedragen toon is ‘Bekentenis’ terug te vinden in Warrens eerste bundel, die verscheen toen hij pas 24 jaar was.

Bekentenis

Met zoveel liefde heb ‘k van je gehouden
Dat, nu ik bijna je vergeten ben
Zelfs ‘t zeggen van je naam mij is gebleven
Een liefkozing, waar ‘k dagen op kan leven.

Slechts een herinnering is mij behouden:
Hoe op het plein, bij ‘t honinglied der linden
Vanuit de schaduw over witte straten
Je aan kwam lopen. Speelse zomerwinden

Sloegen de zijde van je lichte gele kleed
Tegen het ranke lichaam, en je ogen
Waren van heimwee raadselig verwijd.
Hoevele zomers zijn sindsdien vervlogen…

Met zoveel liefde heb ‘k van je gehouden
Dat, nu ik bijna je vergeten ben
‘t Een liefkozing der lippen is gebleven
Je naam te zeggen als ik eenzaam ben.


Hans Warren (1921 – 2001)

Uit: Pastorale 1946)
Uitgever: A.A.M.Stols, ’s-Gravenhage

In 1946 verschijnt in zijn debuutbundel dit liefdesgedicht van de Zeeuwse dichter Hans Warren (1921). Ofschoon – afgezien van de indeling in vier kwatrijnen – een strakke versvorm ontbreekt, is er dankzij zowel de verstechniek als de thematiek toch sprake van een grote samenhang. De tweede en de vierde regel rijmen in drie van de vier coupletten. Het rijmschema is: abcc, aded, fghg, abcb. De rijmvormen van de eerste strofe komen met een rime riche (ben – ben) terug in de vierde. Het herhaalde woord liefkozing allitereert met lippen. De regels 1 en 2 worden herhaald in r.13 en 14. Het geheel bestaat uit vijf grammaticaal correcte zinnen, waarbij alleen door de inversie in r. 2 en r.14 het woord bijna opvalt. De ik-figuur is zijn liefde nog niet helemaal vergeten. Er spreekt weemoed en eenzaamheid uit het gedicht; het verglijden van de tijd wordt aangestipt, het gaat allemaal om een zoete herinnering die kracht geeft.

Er wordt een schilderachtig beeld geschetst van een ranke persoon voor wie de ik-figuur liefde heeft opgevat. De zijde van je gele kleed is aanwijzing dat het hier waarschijnlijk om een vrouw gaat, maar de andere regels laten de mogelijkheid van een man open. Of Warren die onduidelijkheid toen al bewust heeft geënsceneerd is niet te zeggen, maar het is wel opmerkelijk omdat hij in die tijd al behoorlijk onder de indruk is van mannen en niet zo heel veel later openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkomt.

Vanaf 1981 publiceert Hans Warren zijn Geheime Dagboek, waarin hij nauwgezet zijn leven heeft beschreven. Dit tamelijk unieke project maakt het mogelijk te onderzoeken of er een relatie is tussen zijn gedichten en zijn leven. In het eerste deel van het Geheim Dagboek 1942 – 1944 (7e dr., 1986) schrijft hij op blz. 69 het volgende:

21 feb. – De avond dat ik het bovenstaande schreef (16 feb. dus) kreeg ik een heel sterk verlangen naar Sibylle, en ik schreef een gedicht voor haar, ‘Herinnering’ (Met zoveel liefde heb ik van je gehouden).

Uit de tussen haakjes opgenomen eerste regel maken we op dat het gedicht ‘Bekentenis’ eerst een andere titel had. Op deze Sibylle is Hans Warren tijdens zijn middelbare schooljaren verliefd geworden (ze wisselen o.a. gedichtjes over leraren uit) en een aantal jaren later krijgt hij een relatie met haar. Hij is niet erg zeker van haar liefde. Uit het dagboek blijkt ook dat hij de hele bundel Pastorale voor Sibylle heeft geschreven. Warren schrijft op blz.109:

Ik ga mijn krachten niet meer versnipperen, en me enkel nog met schrijven bezig houden. Ik meen dat ik mijn weg gevonden heb, de verzen worden, lijkt me, opeens beter, ik maak een reeks voor Sibylle die ik ‘Pastorale’ noem (…).

Het gedicht is dus ontstaan in de jaren ’42-’44, Hans Warren is dan begin twintig maar hij schrijft over deze herinnering alsof hij een oude man is.

Vele jaren, liefdes en bundels later krijgt Hans Warren de behoefte om de verzen uit zijn eerste bundel te herschrijven (‘t Zelve anders, Arbeiderspers, 1975) en er ontstaat een nieuw vers ‘Bekentenis’. (Overigens heeft hij ook in het oorspronkelijke gedicht een aantal wijzigingen aangebracht, waarvan de belangrijkste is dat r. 5 is geworden: “Dit is de liefste herinnering:”. De andere wijzigingen betreffen vooral de interpunctie en de typografie.)


Bekentenis

Het is nu geen kwestie meer van zeggen
ik houd van je – dat is irreëel geworden;
ik kan je alleen niet vergeten, je bent
in mij meegegroeid al zag ik je nooit meer.

Eens noemde men je de Sibylle van Goes
Het stadje ligt nu verzonken in een
eeuwige zonneschijn, altijd bloeien de linden,
scheren er zwaluwen over de vesten.

Daar liep je dan, een sfinx tussen gewone
schoolmeisjes, begeerd door gespierde jongens, clowns,
oudere heren, en aanbeden door mij;
ik hield ook veel van je bruine vriend.

Zouden we elkaar herkennen, als we in al die zon
elkaar toevallig tegenkwamen? Nee, we zouden
verblind doorlopen; vreemdelingen, dolend
door straten die al lang niet meer bestaan.


Hans Warren heeft hier gekozen voor een vrij vers, met een parlando toon. Hoewel het niet zo’n grote samenhang vertoont als het oude vers, zijn de beelden sterker geworden. Het is ook abstracter geworden doordat hij beelden gebruikt die archetypen zijn. Dat weer Sibylle de aanleiding is geweest voor een nieuwe bundel lezen we op blz. 95 en 97 van het negende deel van Geheim Dagboek 1971 – 1972:

Vanmorgen heb ik een buitengewoon aardige brief van Sibylle ontvangen.(…). Het is een geschenk, een inspiratiebron, een troost.(…). Deze brief heeft er de aanzet toe gegeven dat ik vanavond begonnen ben Pastorale te herdichten, na dertig jaar. Ik wil gedicht na gedicht herschrijven, kreeg er drie af.

Uit deze passage blijkt dus dat het inderdaad om Sibylle ging in ‘Bekentenis’. Hij noemt haar in dit tweede gedicht, de Sibylle van Goes, waarmee hij verwijst naar de betekenis die sibille heeft: priesteres, waarzegster uit de Oudheid. Deze naam heeft een leraar op de middelbare school geïntroduceerd, blijkt uit het dagboek. Voor hem is Sibylle een mysterieuze vrouw; hij noemt haar ook sfinx, een monster uit de Griekse mythologie, meestal afgebeeld als een zittende leeuwin met borst en hoofd van een vrouw. Het beeld van de sfinx staat voor een moeilijk te doorgronden, ontoegankelijke figuur.

Sibylle is dan wel een inspiratiebron geweest, min of meer zijn muze, maar kennelijk vond hij haar ook raadselachtig, zoals ook letterlijk in r. 11 van het gedicht staat. In het eerste vers ligt de bekentenis voornamelijk in het feit dat hij verliefd is geweest. In het tweede vers doet hij de bekentenis dat hij haar eigenlijk niet kan vergeten. Daarnaast doet hij een tweede bekentenis: ik hield ook veel van je bruine vriend. Wanneer hij dit vers schrijft komt hij allang openlijk voor zijn homoseksualiteit uit. Over Sibylle, die nog getrouwd is geweest met Jan Wolkers, lezen we in Geheim Dagboek 15 1982-83, op blz.131 in een brief die Hans Warren van een lezeres krijgt:

(…) en in dat verband onderhield ik enige tijd contact met Maria, de moeder van Jeroen Wolkers. Maar nooit zou ik uw Sibylle herkend hebben in de wat ontoegankelijke, moeilijk in beweging en uit bed te krijgen Maria.

Hans Warren die zichzelf wel eens boekhouder van zijn eigen leven heeft genoemd, is geobsedeerd door het besef van de verstrijkende tijd, de vergankelijkheid. Het slotvers in dit tweede gedicht is dan ook veelzeggend. Het beeld van de persoon die doolt “door straten die al lang niet meer bestaan” is een metafoor voor de dichter die dwaalt in zijn verleden. Het zomerse stadje uit de tweede strofe kan als beeld opgevat worden voor zijn verliefdheid in de jeugd. De dichter slaagt er in beide gedichten in de tijd even stil te laten staan. Daarbij toont hij zich in het tweede gedicht universeler.

Beide gedichten zijn ook opgenomen in de bloemlezing ‘Nakijken, dromen, derven’ (Bert Bakker, 1992). Het oudste gedicht is daar opgenomen in de versie die eerder gepubliceerd is in ‘t Zelve anders. Voor wie meer over de levensloop van Hans Warren wil weten, kan terecht bij het Geheim Dagboek in tot nu toe vijftien delen, uitgegeven door Bert Bakker.

Geplaatst in Klassiekers.