Een denkbeeldige zee

Wim Hofman is vooral bekend als schrijver en illustrator van kinderboeken. Hij ontving meerdere Gouden Penselen en Zilveren en Gouden Griffels, en kreeg in 1991 de Theo Thijssenprijs voor zijn hele oeuvre. Hofman is ook schilder en heeft twee dichtbundels voor volwassenen geschreven. Een derde bundel verschijnt in juni 2009. Meander interviewde de dichter over zijn poëzie, kindergedichten en de zee.

Foto: Bo de Jong

Zijn eerste verhalen schreef Hofman al tijdens zijn studietijd. ‘Ik geloof niet dat er veel boodschap in te bespeuren valt. Ik schrijf en schilder toch vooral omdat ik me er wel bij voel en ik er een zekere vrijheid in vind. Ik ga bij het schrijven doorgaans uit van wat ik meegemaakt of ervaren heb. Het geeft een zeker houvast en de beelden of herinneringen zijn wat mij betreft sterk genoeg. Het is niet zozeer de grootsheid van een gebeurtenis of het onderwerp dat per se poëzie oplevert. Iets eenvoudigs kan evenzeer dienen als aanzet om een gedicht te schrijven. Het voordeel om van eigen ervaringen uit te gaan is ook dat het schrijven dan uit je innerlijk lijkt te komen en het gebeurde zich verduidelijkt’, vertelt hij.
Als we Wim Hofman vragen waarom een bekend kinderboekenschrijver ook poëzie voor volwassenen wil schrijven, antwoordt hij: ‘In mijn jeugd schreef ik gedichten. Ik heb er zelfs gepubliceerd, onder een schuilnaam. Dat ik de weg van de kinderboeken opging, lag aan een uitgever die mijn eerste verhalen wilde uitgeven. Sommige van mijn boeken gingen onwillekeurig al in de richting van poëzie, bijvoorbeeld mijn mooie boek Zwart als inkt. Dat er meer poëzie verscheen en dat ik me meer ging toeleggen op gedichten ligt aan Toine Moerbeek, die indertijd redacteur was van het tijdschrift Tirade. Hij vroeg me eens een en ander in te sturen. En dat heb ik toen gedaan.’ Er is volgens Hofman wel onderscheid tussen boeken voor kinderen en boeken voor volwassenen: ‘Kinderboeken worden tot nu toe zelden tot het domein van de literatuur gerekend en als je gedichten schrijft kom je blijkbaar weer in een ander vak terecht.’

De zee
Hofman is een geboren Zeeuw en heeft zich na de nodige omzwervingen opnieuw in Zeeland gevestigd. Hij woont in Vlissingen en dat is te merken in zijn poezie. De zee is vaak aanwezig in zijn gedichten. ‘Vlissingen ligt bij de zee. En dat is wat ik prettig aan Vlissingen vind,’ verklaart Hofman. ‘Ik ga bij het schrijven meestal uit van eigen ervaringen. Ik denk dat het een waarborg is voor echtheid en dat vind ik bij poëzie noodzakelijk. Ik houd niet van gekunsteldheid. Daar komt nog bij dat de kust een landschap is dat mijn voorkeur heeft. Veel mensen hebben dat, een landschap dat hun voorkeur geniet. De een wil de bergen, de ander een rivierlandschap, de stad, of het vlakke polderland. Voor mij is het de zee en ik laat me graag door de zee inspireren.’ Verder heeft hij geen band met Zeeland. ‘Dat ik in Vlissingen woon, is toeval. Ik woon gelukkig vlak bij het strand, al mis ik daar wat rotsen. Waarmee ik bedoel dat ik bijvoorbeeld misschien ook wel ergens aan de Engelse kust had kunnen aarden. Ik kende de plek wel uit mijn jeugd en was als jongen dikwijls aan het strand te vinden. Maar ook al die jaren dat ik hier niet woonde, speelde de zee een grote rol in wat ik schreef. Misschien is de zee, met haar eb en vloed, de kleurwisselingen, de gecompliceerde ritmiek van de golven, de muzikaliteit ervan wel op de een of andere manier hetgeen mij bij het maken van poëzie inspireert. In mijn teksten heb ik het wel eens over de Fantastische Oceaan. Het is eigenlijk meer een denkbeeldige zee waar ik vanuit ga. Ook bij het tekenen of schilderen.’

Een goed gedicht
Hofman weet niet hoe hij komt tot het schrijven van een goed gedicht. ‘Wist ik dat maar. Als er een af is, weet ik dikwijls al niet meer hoe ik erop gekomen ben en hoe het proces verliep. Dikwijls begint het met een beeld of een idee. Het onderwerp bepaalt wel de vorm. Het idee van een ‘reis’ levert al gauw een lang gedicht op, evenals de gedachte aan een ‘uitvaart’. Beelden, herinneringen komen uit het niets. Soms groeit een gedicht als vanzelf aan, maar er vallen ook weer stukken af. De ene keer lijkt het beter te gaan dan de andere. Soms lukt het helemaal niet. Ik moet waarschijnlijk in een bepaalde stemming zijn. Muziek wil daarbij wel eens helpen,’ zegt hij. Hofman probeert het volgende te bereiken als hij een gedicht schrijft: ‘Ik probeer mezelf aan het lijntje te houden, tevreden te stellen, te charmeren, te irriteren te verbazen en te beïnvloeden. Het is een spannende ervaring zowel schrijver als kritische lezer te zijn. Het gedicht moet ritmisch kloppen, het moet klinken, het moet coherent zijn, eerlijk en toch geheimzinnig, en het moet mij, steeds als ik het weer lees, iets doen.’
Wat opvalt bij het lezen van zijn gedichten is dat hij soms interpunctie achterwege laat. ‘Leestekens zijn vooral hulpmiddelen om ritmische aanwijzingen te geven. Ze hebben uiteraard ook invloed op de intonatie. Evenals het weglaten ervan. Wit en witregels zijn evenzeer hulpmiddelen bij het lezen van een gedicht. Het ritme moet echter vooral in de regels en de woorden zelf zitten. De ene keer maak je derhalve meer gebruik van interpunctie dan op een ander moment,’ licht hij toe.

Poëzie voor kinderen
Niet alleen Wim Hofman maar ook Bart Moeyaert en Joke van Leeuwen, die in voorgaande afleveringen van De Dichter aan het woord kwamen, schrijven zowel kinderboeken als poëzie voor volwassenen. ‘Ik geloof niet dat erg veel kinderboekenauteurs ook gedichten voor volwassenen schrijven. Joke van Leeuwen heeft meerdere talenten, Bart Moeyaert heeft herhaaldelijk gezegd dat hij geen wezenlijk onderscheid wenst te maken tussen wat hij voor kinderen of voor volwassenen schrijft. Ik bewonder hen allebei. Het kan zijn dat de stap voor dergelijke auteurs niet groot is, omdat zij het als kinderboekenschrijver gewoon zijn extra nauwkeurig op het gebruik van woorden te letten.’
De vraag is dus of er een wezenlijk verschil is en wat het verschil dan is tussen poëzie voor kinderen en volwassenen. ‘Er zijn gedichten die zowel door kinderen als volwassenen gewaardeerd worden. In Groot-Brittannië zijn William Blake’s Tyger tyger en The jumblies van Edward Lear al jaren favoriet. Hier hebben we een en ander van Van Ostaijen. En er zijn andere dichters te noemen: Adema van Scheltema misschien, of Hanlo. Veel gedichten zijn echter niet geschikt voor kinderen omdat ze een beroep doen op een grote culturele bagage, eruditie en een grote leeservaring. Kinderen willen ofwel doorhebben dat het om (woord)spel gaat ofwel er iets van begrijpen. Anders haken ze af. Volwassenen trouwens uiteindelijk ook,’ meent Hofman.
Toch kan een beetje extra aandacht voor kinderpoëzie niet echt kwaad. ‘Het is goed dat de CPNB weer eens het licht op de poëzie voor kinderen laat schijnen tijdens de komende Kinderboekenweek, die het thema poëzie heeft meegekregen. Veel kinderen houden wel van gedichten. Schrijvers van gedichten voor kinderen hebben het echter moeilijk: er zijn weinig publicatiemogelijkheden. Ik neem aan dat er ter gelegenheid van de Kinderboekenweek een aantal nieuwe gedichten verschijnen.’

Geplaatst in Interviews.