'Ik wil niet gebonden zijn aan vrije poëzie'

Wie is Inge Kielen, behalve dan een jonge dichteres?
Ik ben geboren op 12 februari 1988 te Zaandam, maar opgegroeid in Dronten, in de rust en de ruimte van de Flevopolder. Ruim twee jaar geleden ben ik naar Utrecht verhuisd om aan het University College Utrecht te studeren. Dat is een Liberal Arts & Sciences college naar Amerikaans model. Daar doe ik voornamelijk natuurkunde en neurowetenschappen. Ik hou van de wetenschap. Ik hoop voorlopig in Utrecht te kunnen blijven om door te studeren, misschien afgewisseld met een half jaartje reizen. Ik wil vooral na blijven denken. Het lijkt mij verschrikkelijk om na tien jaar jurist te zijn geweest – bij wijze van voorbeeld, met mijn excuses aan alle juristen met plezier in hun werk – erachter te komen dat je in een machine bent veranderd.

Je gedichten voor Meander suggereren dat je niet alleen geïnteresseerd bent in het vrije vers, maar ook gebonden verzen een warm hart toedraagt. Klopt dat? Is het sonnet naar jouw mening nog niet dood?
Dode dingen kunnen ook mooi zijn. Maar ik vind klank inderdaad erg belangrijk in mijn gedichten. Wanneer je ze hoort, moet je denken: ‘Hé, een gedicht’, en niet: ‘Wat gebruikt zij rare woorden’. Ook klankrijke gedichten kunnen natuurlijk vrij zijn; ik hou er bijvoorbeeld van om allerlei soorten rijm door elkaar te gebruiken. Daarentegen vind ik het inderdaad ook leuk om op zijn tijd een sonnet te proberen. Dat is meer ter afwisseling dan dat ik een specifieke mening wil uitdragen. Je kunt het beter als volgt verwoorden: ik wil niet gebonden zijn aan vrije poëzie.

Hoe zou jij de kunstvorm ‘poëzie’ definiëren?
Ik praat niet graag over poëzie, en zeker niet als kunstvorm. Dat zou mij tot een kunstenaar maken, en kunstenaars zijn vreemde mensen die overal een mening over hebben. Misschien komt dat doordat zij wijs zijn en overal verstand van hebben, maar dan ben ik zeker niet een van hen. Definities laat ik dus aan anderen, die er voor gestudeerd hebben. Ik ben een wetenschapsmens en ik schrijf poëzie om mijn observaties uit te leggen, te verwoorden. Ik leef, ik beweeg, en daarbij zie ik dingen, hoor ik dingen, bemerk ik dingen. Sommige observaties laten zich het gemakkelijkst vangen in een wiskundige vergelijking, andere in een gedicht.

Hoe ontstaat een gedicht van Inge Kielen?
Ik schrijf als ik onderweg ben, of als ik eigenlijk iets anders moet doen. Ik kan niet ergens gaan zitten ‘om te schrijven’. Tegen lege computerschermen of blanco papier kan ik niet, of tegen workshops waar je na een uur iets lezenswaardigs geproduceerd moet hebben. Dat is te veel druk. In de trein of tijdens een oninteressant college komen de gedachten vanzelf. Vaak ook juist tijdens een interessant college. Vertel mij over de maan, en ik kan het impulsmoment uitrekenen, of er een gedicht over schrijven. Door andere dichters word ik daarbij niet echt beïnvloed. Daarvoor lees ik te weinig.

Je treedt regelmatig op bij poëzieslams. Schrijf je je gedichten met oog op de voordracht?
Ik schrijf zeker om voor te dragen, alhoewel ik vaak bang ben dat deze gedichten niet meer te lezen zijn. Het is in zekere zin toch een ander type poëzie: de boodschap moet bij de eerste kennismaking overkomen. Poetry slam is entertainment, geen bibliotheekstudie. Ik streef naar een beheerste, maar energieke voordracht. Ik ga niet rennen en schreeuwen op het podium; daar ben ik de persoon niet naar. Maar ik wil wel dat er geluisterd wordt naar wat ik zeg. Ik vind dat iedereen die op een podium gaat staan, of dat nu een politicus, een acteur of een dichter is, dat moet doen met de overtuiging dat hij gehoord moet worden, dat de boodschap belangrijk is. Dit probeer ik door mijn voordracht duidelijk te maken: ‘Luister naar mij’.

Wat wil jij je lezers met jouw poëzie vertellen?
Ik geloof niet dat er veel constanten in te vinden zijn. Ik schrijf over wat er om mij heen gebeurt, en dat kan vanalles zijn. Van het gedenkteken langs de weg tot een gesprek met een vriend. Ik kan over lichte en zware onderwerpen schrijven, maar wil mij dan wel beperken tot een bepaald aspect hiervan. Mijn gedichten vertellen je niets over de zin van het leven, maar over de interpunctie. Details, druppeltjes, kanttekeningen. Hoe de wereld er in grote lijnen uit ziet, weet iedereen. Maar ik laat graag zaken zien waar mensen anders aan voorbijgaan, of als vanzelfsprekend beschouwen. Je weet dat de maan om de aarde draait, en waarschijnlijk weet je ook dat de maan altijd met dezelfde kant naar de aarde toe gericht is, maar heb je er wel eens over nagedacht hoe het komt dat de omlooptijd van de maan precies gelijk is aan haar omwentelingstijd? Zulke vragen wil ik stellen, als aspirant-natuurkundige en als dichteres. Ik wil zeggen: ‘Heb je hier wel eens aan gedacht?’

Geplaatst in Interviews.