Gedichten

wij schrijven maar
blijven vreemden
van elkaar

elk woord mist
het gevaar van
een warme hand

en geen letter is
een gebaar waar-
mee je omarmt

wij schrijven elkaar
dichterbij maar
blijven alleen

en alleen in taal
naast mekaar
op bruggen staan

je ligt naast haar
het licht gedimd
de haren in elkaar

je kijkt en vergelijkt
zo wit kan het niet
zijn zo warm is
geen enkele arm

je vingers zoeken
lippen je slaat de
deken terug drukt

kussen op een kussen
en weet dat je liegt –

je ligt alleen
en wiegt jezelf
in slaap

een winterdag

wij praten elkaar
dichterbij maar
nooit naderen wij
genoeg altijd snijdt
wind jou van mij

en leg ik een hand
in je zij scheidt stof
of huid ons alsof
wij verdomd eeuwig
eenzaam zullen zijn

wij moeten warm gaan
leven lief als sneeuw-
poppen liefst en
smelten: liefhebben
als zelfverlies

Geplaatst in Gedichten.