Inspiratie als een onstuimige wind

Milo De Angelis (Milaan, 1951) wordt beschouwd als een van de grootste hedendaagse dichters in Italië. Met zijn debuut Somiglianze (1976), werd hij op slag bekend. In 2005 verscheen zijn succesvolste bundel, Tema dell’addio, waarin het verlies van zijn vrouw, dichteres Giovanna Sicari, centraal staat. De bundel werd in Italië bekroond met de prestigieuze Premio Viareggio 2005. Gedichten van De Angelis werden onder andere vertaald naar het Engels: Between the Blast Furnaces and the Dizziness. A Selection of Poems 1970-1999 (Chelsea, New York 2003) en naar het Nederlands: Een tak van denken. Tien Italiaanse Dichters, onder redactie van Karel van Eerd (Poetry International, 1989).

Uw laatste dichtbundel, Tema dell’addio, wordt in Italië als uw belangrijkste werk beschouwd. Hoe is het succes van deze bundel volgens u te verklaren?
Misschien dankt de bundel zijn succes aan het feit dat afscheid zo’n universeel thema is. In de bundel gaat het niet alleen over een persoonlijk verlies, niet zuiver om een privé-aangelegenheid. Het gaat over het afscheid nemen van een vrouw, een kamer, een stad, een seizoen, een bepaalde periode in je leven. 

Welke interessante stromingen zijn er gaande in de huidige Italiaanse poëzie?

Op dit moment zijn er gelukkig geen poëziebewegingen, wel afzonderlijke dichters die ik bewonder: Maurizio Cucchi, Giuseppe Conte en Antonella Anedda.

Wat zijn volgens u de belangrijkste verschillen tussen de hedendaagse poëzie en de twintigste-eeuwse poëzie?
De twintigste eeuw is mijn favoriete eeuw wat poëzie betreft. Het is het tijdperk van de solitaire dichter, de dichter die schrijft in afzondering, buiten de schijnwerpers van het theater. Het is de periode van de dichter als schrijvende monnik. Misschien is dit proces, dat begonnen is in de vorige eeuw, iets dat volledig onomkeerbaar is.

Wat vind u van poëziepublicaties op internet? Is een gedicht geschikt om vanaf een computerscherm te lezen of leest u liever van het papier?
Zeker, je kunt een gedicht heel goed vanaf een scherm lezen, al geef ik de voorkeur aan een papieren bundel die ik mee kan nemen in de tram of naar het café. Misschien houd ik meer van papier omdat het iets plechtigs heeft en tegelijkertijd iets alledaags.

Hoe onstaat bij u het idee voor een gedicht? Gelooft u in inspiratie als een op zichzelf staand iets?
Inspiratie kan vele vormen of gedaanten aannemen. Tijdens het schrijven van Tema dell’addio was inspiratie als een onstuimige wind, een niet te stoppen vloed van woeste expressie. Het schrijfproces van Biografia Sommaria echter heb ik ervaren als één lange vooruitblik : lucide en kalm. De gedichtenbundel Millimetri heb ik geschreven alsof hij aan mij werd gedicteerd. Ik schreef vanuit een soort trance, terwijl mijn oren steeds gespitst waren, volledig gericht op de stem van de poëzie. Soms was dat een bevende stem, als de stem van een oude schoolmeester die een dictee voorlas.

U heeft onder andere gedichten van Baudelaire en Blanchot vertaald. Hoe anders is het vertalen van het werk van een andere dichter in vergelijking met het creëren van een eigen gedicht?
Vertalen vereist een weidse en epische blik. De dichter wiens werk we vertalen is als een gast die in ons huis verblijft. We moeten naar hem luisteren – aandachtig naar de dingen die hij vertelt, in stilte horen we hem lange tijd aan. We moeten in onszelf een meervoudige invalshoek vinden, een blik waarmee we beiden – zowel het vertaalde als de vertaler – kunnen begrijpen, opdat de reis die ze samen tegemoet gaan een geslaagde reis wordt.

Wanneer is een gedicht volgens u een geslaagd gedicht? Welke eigenschappen heeft het ?
Een gedicht is geslaagd wanneer het zijn geheim niet prijsgeeft en tegelijkertijd een compleet en vastomlijnd geheel is. Het is geslaagd wanneer de ondoorgrondelijkheid ervan je als het ware van je stuk brengt : als een rake onthulling. Wanneer de strekking ervan zó krachtig is dat je in staat bent het onbegrijpelijke te begrijpen.

Wat is uw lievelingsgedicht?
Er zijn gedichten die zo goed als volmaakt zijn. Eén daarvan is het gedicht ‘Het huis van de douaniers’ van Eugenio Montale. In dit gedicht doet de perfectie van de vorm niets af aan de diepte en het gevoel voor drama. Het zijn gedichten die zijn ontstaan uit een soort nauwgezette precisie. Aan de andere kant heb je ook gedichten zoals ‘De nacht’ van Dino Campano, die een sublieme vorm van onsamenhangendheid en onvolmaaktheid kennen. Ik houd echter van beide type gedichten.

Heeft u op dit moment plannen voor een nieuwe dichtbundel?
Ja, afgelopen zomer heb ik nieuwe gedichten geschreven. Weer gaan ze over de zomer en weer gaan ze over Milaan. Het zijn flarden van een mensenleven, beschrijvingen van personages, vrienden en overledenen die terugkeren in de straten van het heden. Ik heb opnieuw gebruik gemaakt van de derde persoon, net als in sommige gedichten uit mijn debuutbundel. Mijn nieuwe gedichtenbundel verschijnt als het goed is volgend jaar.

Geplaatst in Interviews en getagd met .