Wim Hofman – Op zekere dag ziet u plotsklaps de ware liefde

Laat je maar rustig vervoeren…

door Marijntje Gerling

Over de liefde gaat het in deze nieuwe bundel van Wim Hofman. Over de liefde in de meest brede zin van het woord. Want er komt veel op tafel in dit werk: liefde voor de natuur (vogels, zee, golven), liefde voor het kind met zijn kinderlijke gedachten, liefde voor de eenvoud, kortom liefde voor het leven. Opmerkelijk en bijzonder knap is het, dat de hele bundel te herleiden is tot één gedicht, namelijk: ‘Wat doet u’. (p.50-52)

WAT DOET U

Stel:
op zekere dag ziet u plotsklaps de ware liefde.

Wat doet u?

U legt uw mes neer,
U laat het mes het mes.
U laat uw jas, uw hoed vallen,
U laat de jas de jas, de hoed de hoed.
[…]

Of

Omdat u merkt dat u in een geheel andere gemoedsgesteldheid te-
rechtgekomen bent, trekt u zich terug.
[…]

Wat doet u?

Of

U doet geen van beide, onbaatzuchtig.
U doet alsof er niets gebeurd is.

[…]

Of

U wacht desnoods af wat de ware liefde gaat doen.
U leest dit gedicht, als het al een gedicht is
en wat blijkt eruit?
De ware liefde doet (u) niets, niet echt.
En u laat daarom het gedicht het gedicht.
Mocht het een gedicht zijn.

Wat doet u?

Blijkens dit gedicht zijn er vier mogelijkheden om de ware liefde tegemoet te treden. Deze vier opties komen in de rest van de bundel, soms in wat andere gedaanten, telkens weer terug.
In de eerste plaats kan het zo zijn dat de liefde alles verandert. Als lezer voelt u zich direct aangesproken, laat alles vallen en slaat een nieuwe weg in uw leven in. (‘U legt uw mes neer,/ U laat het mes het mes.’) In dit kader is plaats voor ontroering, voor het kinderlijke originele, zoals bijvoorbeeld in het vers ‘Zomer’. ‘Ik bewoog mijn tenen/ in de zachte modder/ op de bodem. Ik wachtte/ op de bloedzuigers./ En keek/ of de zon/ al zakte. Nee./ Hij wachtte/ net als ik./ Een kinderzomer duurt/ een eeuwigheid.’ (p.20)
Of uit ‘Vervolgverhaal’: ‘De zon scheen. Zoals vaker waren we dat vergeten te vertellen. Het gras zag er lieflijk zacht en uitnodigend uit.’ (p.54)

De haast hilarische, maar o zo treurige cyclus rond Suusje Oliepietz (p.30-49) neemt een tussenpositie in. Het is in de tweede plaats namelijk mogelijk dat u op het moment dat de ware liefde zich aandient in uw schulp kruipt en ‘(u) trekt […] zich terug.’ Ook Suusje kent dit gevoel van isolement, eenzaamheid en zelfinzicht: ‘Alleen zijn/ kan ze niet goed/ en ze is opeens heel treurig,/ en komt in de spiegel, even/ in gedachten,/ haar eigen toekomst tegen:/ de wind steekt op/ en zegt: ziezo, dat is dat./ De maan verdwijnt/ achter een wolk./ En daar is de regen/ die zegt: zie, dit is nu mijn leven,/ en zo loopt alles/ zachtjes weg.’(p.48-49)

In de derde plaats is er plaats voor de ontkenning bij de lezer: u ontkent dat de ware liefde u echt iets doet en ‘doet alsof er niets gebeurd is’. Deze ontkenning komt bij uitstek aan het licht in het gedicht ‘De verschijning’, waar de ‘ik’ ontluisterend uitroept: ‘Nee, we hadden niets gemeen,/ vooral zonder geluk valt te leven./ En dan die vleugels,/ echt overdreven.’ (p.63) En even later: ‘Laten we nu denken/ broeders en zusters/ aan de kleine vogel Toch/ die niet bestaat en ook nooit/ bestaan heeft en genoeglijk lijkt/ te leven in een onmogelijk bos.’ (p.66)

Tenslotte kan het nog zo zijn dat de liefde verlamt. (‘U wacht desnoods af wat de ware liefde gaat doen.’) Zo zeer zelfs dat het de mens tot een mak schaap maakt, dat alleen maar af kan wachten. Mensen zijn wat dat betreft net dieren. De dichter vraagt zich in de winkel van de slager af: ‘Wat zou zo’n varken zich al stervend/ hebben afgevraagd? Waarom toch, waarom?/ Ze zeggen dat een varken iets vermoedt./ Zou hij weten: straks zagen ze mij in stukken?/ Of morgen ben ik salami? Arm zwijn.’(p.69)
De mens is soms niets meer dan een arm dier.

Op zekere dag ziet u plotsklaps de ware liefde is alles bij elkaar een zeer realistische bundeling van liefdespoëzie geworden, die uitermate goed gelukt is. Opmerkelijk genoeg getuigen veel gedichten van een positieve houding ten opzichte van de liefde. Niet voor niets neemt de bovengenoemde eerste categorie reacties in de bundel de grootste plaats in. Het adagium van dit werk lijkt zoveel te zijn als: ‘lezer laat je door de liefde verrassen, wees alert op de ware en laat je maar rustig vervoeren door dit onverwachte geluk.’ Een stille hint van de dichter? Vermoedelijk wel. En dat is ook liefde.

Wim Hofman (Oostkapelle,1941) schrijft proza en poëzie voor volwassenen en kinderen en is bovendien beeldend kunstenaar. Keer op keer nemen de zee en de (Zeeuwse) natuur een belangrijke plaats in zijn brede oeuvre in. Wim Hofman debuteerde als dichter in 2003 met de bundel Wat we hadden en wat niet, in 2005 gevolgd door Na de storm.
Hofman won talrijke prijzen voor zijn werk. In 1991 ontving hij de Theo Thijssenprijs, in 2001 de Zeeuwse Prijs voor Kunst en Wetenschap, maar ook de Gouden Penseel voor Aap en beer,  in 1984.

Geplaatst in Recensies.