Gedichten

morgen valt de zee achterstevoren
drinkt eb vloed
vaart zonder aankondiging
de hemel los

blijven we achter op het zand
engelen zonder draad
engelen zonder passe-partout
andersdenkend

morgen draait de wind
zonder mededogen
kapseist drijfhout
niets grandioos voor de boeg

blijven we achter op het zand
met geschilde lijven
dijen bezoedeld
monden gedregd

In de familie zitten grote neuzen

we hebben thee gedronken
uit gifgele aardewerken koppen
onze koppen gebroken, neuzen erin

we hebben hart op buik gelegd
neuzen ernaast, ogen oren
ledematen

losjes de tafel afgeruimd
neuzen geplakt in familieboek
oren gewassen

huis beduimeld
de toegang ontzegd
akte opgesteld, geparafeerd

kleren verscheurd
neuzen gefatsoeneerd
het volle leven omarmd

opnieuw akte opgesteld
liefde op naam gezet
thee gedronken

uit gifgele aardewerken koppen


King Ear

De jongen met oren, ha, ha
als koolbladeren eet niet
hij beziet het schimmenrijk

schaart zich om
een hoeveelheid koninklijke schaduw
hij vangt en eet het op

het wast tot in zijn oren
zijn hoofd troont ermee weg
hij denkt niet meer

aan wat hij voorstelt hij groeit
tot een man met een glazen muil
een man met fonkelende oren


King Clear

Op een avond komt ze aan
in het huis van de bewoner
alles is van glas

de deur de tafel
zijn hoofd is van glas zijn voeten
rinkelende karkas

hij wil drinken uit een glas
ziet mij niet komen
ik draag een glazen jas

love you tintelt hij
ping!

Uit: Glazen jas, 2007, Nieuw Amsterdam

Geplaatst in Gedichten.