Driehoeksverhoudingen in de poëzie

Tom van Haerlem (1957) publiceerde al een aantal malen in Meander. In 2005 verscheen de bundel Daglelies bij uitgeverij De Distel (Brussel 2005). Yvonne Broekmans had een gesprek met hem over streven naar perfectie en driehoeksverhoudingen in de poëzie.

Het gedicht ‘de cirkelkwadratuur’ behandelt niet een onderwerp dat over het algemeen als dichterlijk beschouwd wordt.
Je hebt gelijk. Maar je krijgt als schrijver en als lezer een opening naar iets ongewoons. Op het eerste gezicht een rond gedicht over wiskundigen, op maat gezet met priemgetallen. Onder deze vernislaag zit de tragikomische mens die door de eeuwen heen streeft naar perfectie – het begrijpen van één getal – en uiteindelijk moet bekennen dat de waarheid niet opgeschreven kan worden Overigens zijn er eerder al Pi-gedichten geschreven. Een bekende is het Pi-sonnet van Drs. P. Ik overweeg een Engelse vertaling van mijn eigen gedicht met als titel ’Pie’.

Ton van HaerlemWanneer is dan het moment dat jij zegt: het is af, perfect genoeg?
’Het is af’ veel te snel. ’Het is perfect’ nooit! Daar gaat het voor mij trouwens helemaal niet om en daar lig ik ook niet wakker van. Het menselijk streven om dingen die ’af’ zijn te maken, levert vanzelf een parcours op waar je langs moet. Het plezier zit hem in het bewandelen van die weg. Slenterend als het kan. Imperfectie maakt menselijk en dus interessant. Religie en kunst hebben veel meer aandacht voor de af te leggen weg dan voor het – perfecte – eindpunt.

Bestaan er naar jouw idee wel dichters of schrijvers die de perfectie benaderen?
Ik ben niet de juiste persoon om voorbeelden te geven, dus ik ga af op wat anderen beweren. Shakespeare schreef volgens velen het mooiste wat ooit geschreven is, maar misschien was dit niet één persoon. Kenners in Japan prijzen Bashō voor zijn doorgedreven beheersing van taal om gevoelens en indrukken te verwoorden. Het kostte hem wel een jaar om één – bijna – perfecte haiku te maken. Perfectionisten publiceren maar een klein deel van wat ze ooit maakten. De toondichter Brahms vernietigde 90 procent van zijn werk omdat hij het niet goed genoeg vond. Doodzonde, zou je kunnen denken. Er zijn ook kunstenaars die prachtige werken soms in één sessie maakten, zodat bijwerken niet nodig was. Een gedicht moet ook op die wijze kunnen ontstaan, al is dat niet mijn ding. Het gedicht is voor mij geslaagd als het leesbaar is en herkenbaar, maar het moet ook openingen bieden aan de lezer die er zelf nieuwe gedachten uit kan halen. Dus wrik ik aan woorden die al wat hebben gelegen. Als ze loskomen, haal ik ze uit de constructie of verplaats ik ze.

Het gedicht ‘gezonken dromen’ is ontstaan naar aanleiding van een zinsnede uit ‘dansje met God’ van Anne Toulet in Meander 227. Poëzie om tot poëzie te komen. Welke inspiratiebronnen zijn er nog meer voor je?
Ik vond de zinsnede – net als de titel – van Anne Toulet interessant, omdat deze iets zegt over het wordingsproces van een gedicht. Het geschreven woord is een goede inspiratiebron. Verder is er genoeg in deze wereld om mij te inspireren tot de weinige gedichten die ik schrijf. Beelden, klanken, geuren; alles wat dagelijks op je af komt.

In het begeleidend schrijven noem je poëzie ‘een prachtig medium om de driehoeksverhouding tussen de gedachte, de taal en de emotie die beide oproepen, te onderzoeken.’
De gedachte is als een chemisch spoor dat getrokken wordt doordat hersencellen met elkaar communiceren. De aanzet tot deze communicatie is een indruk die de buitenwereld op ons maakt. Het leren ervaren van die indrukken bepaalt het bewustzijn. Plato was de eerste die dit opschreef – parabel van de grot. Tweeduizend jaar later weten we dat ons erfelijk materiaal ruim tweeduizend soorten gespecialiseerde receptoren maakt die ons lichaam voeden, en dus onze hersenen, met nieuwe indrukken van de buitenwereld. Gemoedstoestanden en emoties bepalen de chemische werking van grotere delen van de hersenen en geven een soort achtergrond of kleur aan het denken. Het gedicht is een medium om je gedachten zo te formuleren dat deze begrijpelijk zijn voor anderen, en ook openingen aanbrengen om nieuwe indrukken op te wekken Of het wordingsproces van een gedicht een extatisch moment of een geestelijke marteling oplevert, is bijzaak. Ik kies de zeldzame momenten dat ik een gedicht maak zó uit dat ik er vooral plezier aan beleef.

Je stuurt dit proces dus altijd heel bewust?
Dat hangt af van het onderwerp. De eerste keuze kan uit het onderbewustzijn komen. Het peuteren aan de woorden gebeurt dan weer bewust.

Je maakt ‘op zeldzame momenten een gedicht’. Hoe belangrijk is poëzie voor je?

Uitgemeten in tijd per jaar neemt het lezen en schrijven van gedichten eerder een bescheiden plaats in. Ik schrijf zelden en lees gedichten sporadisch, met vlagen. Dat betekent niet dat ik het onbelangrijk vind. Integendeel.

Geplaatst in Interviews.