Peter van Eeden – Stilleven

Een zorgvuldig bewaard manuscript

door Bouke Vlierhuis

Het tweede werkje van de kersverse uitgeverij Lipari dat de redactie van Meander bereikte was Stilleven van Peter van Eeden, kleinzoon van Frederik van Eeden. Peter van Eeden leefde van 1934 tot 2009 en werkte als leraar en schoolhoofd. Daarnaast was hij musicus en schreef hij muziek en musicals. Na zijn dood bleek dat hij in de jaren vijftig van de vorige eeuw een reeks gedichten had geschreven. Het manuscript had hij al die tijd zorgvuldig bewaard, vergezeld van zijn geschreven wens dat ze ooit uitgegeven zouden worden.

Het zijn qua stijl gedichten die bij hun tijd passen. De Nederlandse poëzie maakte een transitie door van de strakke vorm naar de vrijere expressie. Stilleven bevat dus verstilde gedichten, mijmeringen op rijm, van klassieke snit. Maar ook lyrische uithalen en uitroeptekens, zoals we die van de Vijftigers kennen. Het gaat over de dood, over de liefde, over klassieke muziek, over God ook, waarbij de dichter maar een enkele keer in stichtelijkheid vervalt. Meestal hebben de gedichten ook iets vrolijk-rebels en ze zijn duidelijk producten van een sprankelende geest. Dichttechnisch zitten de gedichten degelijk in elkaar. De beelden en observaties zijn vaak ook krachtig en mooi uitgewerkt:

Of je me dan helpen
kunt en je koele handen
zoals vroeger op mijn branden-
de ogen leggen en de tranen stelpen?

Maar weet je, er zal veel
te dragen zijn, dat jou geen
last is en pijn – en weinig,
dat ooit worden kan jouw deel.

Roerloos zal ik misschien
zitten en door het wee
van het geproefde je oogle-
den nauwelijks vochtig zien.

Wel mag je de gouden kooi ont-
sluiten en onze vogel vrij-
laten – en lachen met mij,
dat hém de vrijheid openstond.

Op zijn best is Van Eeden echter als hij zich bezighoudt met de jeugd. Hij verbindt daarbij vaak gedachten aan zijn eigen jeugd met wat hij ziet bij zijn leerlingen. Grappig en ontroerend is ‘Korrektie-werk’, een van de weinige gedichten in de bundel die een titel dragen, waarin Van Eeden het gekrabbel in het huiswerk van een leerling vergelijkt met zijn eigen dichtwerk: ‘ik heb ze voor me / en staar op hun gebrekkigheid / van dansende letters, woorden, / die, gehavend en verminkt / van klank tot wankel beeld gestold, / nog nauwelijks leven in de inkt.’

Waarom Van Eeden bij leven deze gedichten nooit gepubliceerd heeft weet ik niet, maar het is goed dat dat nu alsnog gebeurd is.

Geplaatst in Recensies.