Gedichten

Marije Langelaar

Stoel

Ik stond naast een tafel en het verontrustte mij dat ik zo
alleen was en opeens hoorde ik het kloppen erg
zachtjes weliswaar maar iets maakte zich kenbaar.
Het was zo subtiel dat ik moest knielen, zo vond ik de
stoel en ik raakte het hout zoals je een tong raakt, ik
legde mijn vinger in een nerf, het begon onmiddellijk te
schemeren en dieren stonden om ons heen.
Inmiddels was ik al niet veel groter dan een speldenpunt
en innerlijk dronken de stoel zond mij zijn gedachten, vrij
technisch maar gevolgd door het ruisen van bomen
voor even, een seconde of drie werd ik stoel. Het was zalig, zalig
dat hout in mijn wervels! De klop in mijn been, een bestaan
zonder bloed of gedachten. En stil te staan eeuwig. En
opgetild. En altijd die functie en een
innerlijk waaien van de bomen afkomstig.

Lees verder

Gedichten

Estelle Boelsma

AANTEKENINGEN

het regent maar weer de hele dag
ragfijn, gemeenlijk priemende
soldatenhonger naar beneden

vaak telt hij, staat even op van zijn stoel
laat zich weer vallen, naar achteren
geleund is minstens drie keer getreurd

als we binnenstappen staat
moeder aan het aanrecht hakt
pillen in stukken – de
werkelijkheid doorklieft
een ware glansrol van het vleesmes
en ons lichaam op de plank –
in de coulissen zeg je me gedag

treur niet –
je weet dat er een mooie etalage
klaarstaat
waarin je mint, bemint, waar de receptuur
steeds onbekend is
vanaf dit moment zullen we niets meer zeggen
en accorderen we elk verzoek

Lees verder