Gedichten

Dit geheel terzijde

Onder het wateroppervlak is de vijver ontroerd
als gouden wolken voor de zon schuiven

en er een oud licht hangt, alsof er op oesters
en citroenschillen te dicht is ingezoomd.

Daarbij gerekend het inzicht dat windhonden
de meest vreemde stemmingen horen

en gelijkmoedig blijven.
Zoals iemand een luit neerlegt

en in het oor van de geliefde fluistert:
ach orlando, de liefde, liefste,

dit alles is bevroren in de tijd, waarop roemers
en vruchten een rookkleur krijgen,

voetstappen zich verwijderen
en een deur dichtvalt.


Zoveel benodigdheden

Dat er zoveel benodigdheden zijn,
zoveel broodnodige benodigdheden,
is haast niet te geloven.
De zwaan spreekt in het bijzijn

van vaders over zonen
en raakt van lieverlede in het ongerede
als haar hals pijn doet
van het alsmaar s’en moeten maken

en woedend blazen. Maar klaagt zij dit aan?
Goedschiks of kwaadschiks (zij doet of het niets is)
weerspiegelt het water haar snavel
en de wolken die voorbijgaan.

Dat er zoveel benodigdheden zijn,
zoveel broodnodige benodigdheden.

Doorheen de geschiedenis

Misschien is men wijzer geworden.
Niet uit rijmdwang, maar omwille van oud ijzer
dat werd omgeploegd en opgehoest,
aan paardenhoeven herinnerde en zadeltassen

van Moravische makelij, toen er nog kras
doorheen de geschiedenis werd gewalst
en niemand zich daar iets
aan gelegen liet liggen of zijn hart vasthield.

Zomers vlees was gekuipt voor de winter.
(Men herinnert zich dansfeesten, de geur van herfstasters
en zware wijn die magen en lippen paars kleurden.)
Langs de wegen sliepen manschappen met hellebaarden,

waar men behoedzaam omheen liep, terwijl men een kruis sloeg
en door een windvlaag wegtuimelde in de ruimte.

Geplaatst in Gedichten en getagd met .