LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

11 dec 2010

We stonden wat roerloos te wachten

We stonden wat roerloos te wachten

In het hout van de parkbomen waren lege vellen papier gedrukt

Aan het hekwerk hingen synchroon de gesprekken die elders werden gevoerd

Niemand kon zeggen waartoe het zwarte gat diende dat onze reiskoffers vulde
 

 

De gang rook fris als versgeboende taal

De gang rook fris als versgeboende taal
maar leger, volmaakter dan een volzin
ooit zou worden

Iemand stak zijn hand op, kende antwoorden
of vragen
Hij werd verbannen
uit het tijdelijk verblijf van dit vers
 

 

Als een vulkaan verzen spuwt

Als een vulkaan verzen spuwt
klinkt het dan verzoenend ?

Als de Taag buiten haar oevers treedt
heeft zij genoeg van de zee ?

Evengoed is het verleidelijk zijn zelfvoldane lach
als reddingsboei te werpen naar een drenkeling
of de molecules van het water van trappen te voorzien,
even broos, even weerlegbaar
als het doodvonnis van verse sneeuw.

Zwijg, Taag.

Genoeg, vulkaan.

     Andere berichten

Maria Bochicchio

  Maria Bochicchio is een Italiaanse dichteres. Haar poëzie ontstaat vaak uit herwerking, herhaling en het verschuiven van beelden....

Vrede

    Felgroen stalen bushokje - Nergens in de dorpskern zie ik een bank dan in het felgroen stalen bushokje, waar ik mag zitten...

Bjorn Knoops

Bjorn Knoops (1980, Midden-Limburg) schrijft poëzie en proza, dicht bij wat zich moeilijk laat benoemen. Al van jongs af aan onderzoekt...