Gedichten

Weerzien

Hier ligt mijn grootvader dan.
Eindelijk boven de grond.
Vaak fantaseerde ik over hoe
zijn knekels rusten zouden.

En over zijn holle kassen
waaruit het Japanse boompje
kronkelend en deftig bloeien zou.

Er waren wel twintig jaren verstreken.

Maar hier lig jij, grootvader.
Cliché is het, om je nu nog te missen.
En er komt een ander, onder jouw prunus.

Het is geen goedkatholiek.
Op zijn lint staat Yunus.

Rotterdam

Hier zijn geen velden
Boven de haven hangen wolken
En trams trekken lijnen van staal

De stad spreekt niet mijn taal
En de mensen groeten niet

Schippers lopen hier hun ritme
Hun avond brengt madammen
En in de ochtend is men brak

De bloesem pluist aan elke tak
Maar de mensen zien het niet

De stad waar ik geboren ben
Het eerste licht in mijn ogen
Onze lijn werd hier bewaard

Mijn naam in haar speelkaart
Maar de mensen weten niet.

Je bent mooi

Dat er vreemde dingen gebeuren
langs spoorlijnen, onder bruggen
En dat ik dat niet weten wil, meen je

In het donker vang jij licht &
Je hebt een net vol sissende motten

Jouw elleboogholtes zien eruit als zo’n spel
van puntjes verbinden met streepjes
Rode en donkerblauwe puntjes

In elleboogholtes zonder lijnen
druk jij af met heldenvocht

Je draagt een foto om je hals
Een meisje in communiejurk
Dat zij je moeder is, weet je

Ik zal je dragen en cremeren.

 

Geplaatst in Gedichten en getagd met .