Klassieker 149: Guy van Hoof – Bestand

door Rik Wouters

Meander Klassieker 149

Rik Wouters bespreekt ‘Bestand’ van Guy van Hoof. Van Hoof is een autobiografisch schrijver, één van die zeldzame dichters die zichzelf in zijn gedichten openbaart of zelfs prijsgeeft en zich daardoor naar de lezer toe kwetsbaar opstelt.

Bestand

Ik heb een broos bestand getekend
met het leven, afspraak
over tot hoe ver de pijn mag gaan
en de slijtageslag.
De wapenstilstand houdt geen dag lang
stand, verdragen door een officiële
hand bekrachtigd
blijken dode letter op papier.

Er is geen hier
er is geen nu.
Er zijn de stromen in hun bedding
en er is het vuur onder de grond.

Er zijn ook ondoorgrondelijke feiten:
voedseloverschotten
en het leeggekapte bos,
het radeloos geweld en de verkaveling
van mensenlevens
als een voorschot op de dood.

Er zijn de woorden en verklaringen
waarin geen zinnig mens
een echo van de waarheid hoort.

Guy van Hoof (1943)

Uit: Bestand, Paradox Pers, Antwerpen, 1993.

VOORAF
De in 1993 verschenen dichtbundel Bestand van Antwerpenaar Guy van Hoof valt in drie delen uiteen: herziene drukken van Niets zeggen uit 1985 en De wetten van Copernicus uit 1988 en het nieuwe Zwarte vijvers, dat bestaat uit drie afdelingen waarvan de laatste ‘Bestand’ als titel heeft. Het titelgedicht is daarvan het laatste.

Van Hoof werd op 23 juli 1943 te Borgerhout bij Antwerpen geboren. Hij is dichter, prozaschrijver en literair criticus en tevens inleider van vernissages en tentoonstellingen van plastische kunstenaars. Sinds 1962 liet hij een tiental dichtbundels verschijnen. In 1985 verscheen in een Poolse vertaling van Jerzy Koch de dichtbundel Uskok bij Witryn Artystow te Klodzko. Tal van gedichten verschenen in literaire en andere tijdschriften, bloemlezingen en kunstboeken. Hij is laureaat van de ‘Poëzieprijs van de stad Sint-Truiden 1978’ en de ‘Poëzieprijs van de stad Blankenberge 1980’.

Hij liet literaire essays verschijnen in De Nieuwe Romantiek, schreef een Literaire gids voor (…) stad Antwerpen en werken over de poëzie van de Vlaamse dichters Thierry Deleu, Willem M. Roggeman en Rik Wouters.

Meer informatie over Van Hoof als veelzijdig kunstenaar is te vinden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Guy_van_Hoof

INHOUD
Van Hoof is een autobiografisch schrijver, één van die zeldzame dichters die zichzelf in zijn gedichten openbaart of zelfs prijsgeeft en zich daardoor naar de lezer toe kwetsbaar opstelt. De Ik waarmee het gedicht ‘Bestand’ zo nadrukkelijk begint, mag dan ook zonder meer gelijkgesteld worden aan de dichter zelf, ook al wordt dat ‘Ik’ slechts éénmaal vermeld en duikt het zelfs nergens in een afgeleide vorm, bijvoorbeeld als bezittelijk voornaamwoord op.

De ik-figuur, de dichter, Van Hoof heeft een broos bestand getekend, een soort van wapenstilstand dus. Ik heb moeite met ‘wapenstilstand’ als synoniem voor bestand. Een bestand houdt immers niet in dat er wapengekletter geweest is dat opgehouden heeft en plaats geruimd heeft voor stilte. Een bestand kan er komen om te beletten dat wapens waarmee één of meer partijen dreigen, gebruikt worden.

Van Hoof vat zijn bestand serieus op. Inderdaad, zíjn bestand. Maar is hij wel een bestand aangegaan? Eigenlijk niet, er is een bestand getekend. Dat klinkt officieel. Ik zie het al voor mij: een lange tafel met op de achtergrond vlaggen van de betrokken partijen, heren in wat men deftige kostuums noemt en/of hogere militairen met de borst vol eretekens als beloning voor daden die niets met vrede te maken hebben, heen en weer lopend ondersteunend personeel, duur schrijfgerief, signataires met een bestandstekst in veelvoud, zoveel als er betrokken partijen zijn …

Het bestand wordt genuanceerd, afgezwakt. Er is sprake van een broos bestand, breekbaar dus, zwak. En omdat ‘broos’ ook vergankelijk kan betekenen, is het bestand misschien wel van voorbijgaande aard.

Met wie heeft Van Hoof een bestand getekend? Met niemand. Hij heeft een bestand getekend met het leven. Biedt leven meer zekerheid dan een persoon of een land, een individu of een groep van individuen? Misschien wel. Het heeft echter alles te maken met wat onder leven verstaan wordt. Het leven-op-zich, een soort van overkoepelend iets? Het leven van de enkeling die binnen een gemeenschap leeft? Het maatschappelijke leven dat ‘synoniem’ is voor regelneverij, waarin naast elkaar geleefd wordt en waarbinnen Van Hoof al dan niet noodgedwongen leeft?

Hij biedt me een synoniem voor bestand aan: afspraak. Een afspraak is niets anders dan een overeenkomst tussen partijen, tussen deelnemers aan het leven dus. Hij geeft zelfs de inhoud van het bestand prijs, iets wat vaak niet of alleen maar gedeeltelijk gebeurt. Zijn bestand of afspraak vermeldt over tot hoe ver de pijn mag gaan / of de slijtageslag. Een bestand legt altijd regels of voorwaarden waaraan men zich dient te houden en die dan ook pijn doen, op. Die zijn niets anders dan beperkingen die onzorgvuldig geformuleerd en/of onvolmaakt zijn. Het tot stand komen van een bestand is niets anders dan een slijtageslag, een soort ‘spel’ van geven en nemen met de bedoeling om zo veel mogelijk te nemen en zo weinig mogelijk (toe) te geven.

Van Hoof heeft in r. 1 geschreven dat hij een bestand getekend heeft. Hij komt er in r. 5 op terug. Het is nu een wapenstilstand die meer dan broos is: hij houdt geen dag lang / stand. Het ‘bestand’, de ‘afspraak’ en de ‘wapenstilstand’ zijn verdragen geworden, door een officiële / hand bekrachtigd.
Ik heb het moeilijk met de laatste woorden. Zijn r. 5-7 een parafrase van r. 1-4? Laat r. 6-7 vermoeden dat het bestand dat Van Hoof in r. 1 aangegaan is, in r. 6-7 door een externe, al dan niet controlerende overheid, door een officiële / hand dus, erkend is?

Van Hoof blijft benadrukken dat bestanden meestal weinig of zelfs niets waard zijn. Het broos bestand uit r. 1, dat in r. 5-6 geen dag lang stand hield, is in r. 8 dode letter op papier gebleken. Dit laatste moet een dichter die gelooft in de kracht en de waarheid van het woord bijzonder pijn doen.

Er is geen hier / er is geen nu plaatst het bestand in een brede context. Het spelen met verdragen of het breken van een gegeven woord is van hier of alle plaatsen en van nu of alle tijden. Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon in de wereld en het leven van de (pseudo-)diplomatie.

In Er zijn de stromen in hun bedding verwijst Van Hoof op neutrale wijze naar het leven. Eigenlijk zijn er verschillende levens of stromen die aan banden gelegd zijn en min of meer harmonisch (moeten) samenleven. Die harmonie is terug te vinden in in hun beddingde stromen lopen in hun gezamenlijke bedding en niet in beddingen. Dat die harmonie echter slechts schijn is, blijkt uit er is het vuur onder de grond: alles wat harmonie en vrede bedreigt, is immers onder (…) gronds aanwezig. Dat de hierboven vermelde verzen de individuele uitdrukking van éénzelfde idee zijn, blijkt uit het nevenschikkende en opsommende ‘en’. Indien r.11 positief en r. 12 negatief te interpreteren zouden zijn geweest, zou Van Hoof zonder enige twijfel voor het tegenstellende ‘maar’ gekozen hebben.

Er zijn (…) ondoorgrondelijke feiten die het leven voor de dichter onbegrijpelijk maken. Meer zelfs: Er zijn ook, naast bestanden die geschonden en zelfs gebroken of opgezegd worden, andere ondoorgrondelijke feiten. Dat vindt men terug in de tegenstelling tussen overdaad en tekort, tussen de voedseloverschotten in het op kapitaal gerichte westen / en het (…) bos in de arme derde en op overleven afgestelde wereld. De oorzaak van de tekorten is niet ver te zoeken: het bos is immers leeggekapt. Hoewel Van Hoof niet vermeldt wie het bos (dat eigenlijk een symbool voor rijkdom is), heeft leeggekapt, laat zich dat raden: het is gebeurd door diegenen die zich wentelen in voedseloverschotten, rijkdommen dus. Zijn zij dezelfden als diegenen er in 5-6 al voor gezorgd hebben dat De wapenstilstand (…) geen dag lang / stand houdt? Zijn zij diegenen die in 6-7 een officiële / hand bekrachtigd, misschien zelfs opgelegd hebben: (inter)nationale instanties dus?

Die voedseloverschotten / en het leeggekapte bos hebben gezorgd voor radeloos geweld en de verkaveling / van mensenlevens of een leven dat weinig of zelfs niets waard is.

Het geweld is radeloos en ongebreideld. Verschillende betekenissen voor ‘radeloos’ zijn van toepassing: zonder besef van een bestaande toestand, zonder tot inkeer gekomen te zijn en zonder rede. Voorgaande heeft blijkbaar slechts één enkel ding op het oog: een voorschot op de dood van een deel van de ondertekenende partijen zijn.

Strofe IV is een soort gevolgtrekking van wat in de voorafgaande strofes gedetailleerd uiteengezet is. de woorden en verklaringen verwijzen naar reeds gebruikte woorden die er (bijna) synoniemen voor zijn: bestand, afspraak, wapenstilstand en verdrag. Niet voor niets wordt vaak gezegd dat het maar woorden, geen daden zijn.

Van Hoof heeft het over geen zinnig mens. Wil hij hier het onderscheid tussen politici en gewone mensen voor wie de beleidsmensen menen te mogen of moeten beslissen, benadrukken? Is het moeilijk om te achterhalen wie de zinnige mensen zijn? Staat zinnig hier voor plichtsbewust en rechtvaardig, misschien zelfs a-politiek?

Het laatste vers verduidelijkt wat (officiële) woorden, verklaringen, bestanden, afspraken, wapenstilstanden en verdragen zijn: alles behalve een echo van de waarheid.

VORM
Van Hoof is steeds een verdediger van het vrije vers geweest, maar wel een dichter die zijn métier kent en beheerst:

  • Duidelijke en verdoken alliteraties gebruikt hij om te beklemtonen: broos bestand (b-), slijtageslag (s- en -s-), bekrachtigd / blijken (b-), Er zijn de stromen (z- en s-), geweld en de verkaveling / van mensenlevens (-w- en v-) en woorden en verklaringen / waarin geen zinnig mens / een echo van de waarheid hoort (w- en v-).
  • Assonanties zorgen voor een zekere melodie en dragen bij tot een vlot-leesbaar gedicht: getekend / met het leven (-ee-), tot hoe ver de pijn mag gaan / en de slijtageslag (-ij-, -a- en -aa-), De wapenstilstand houdt geen dag lang / stand, verdragen door een officiële / hand bekrachtigd (-a- en -aa-), ook ondoorgrondelijke feiten (-oo-), het radeloos geweld en de verkaveling (-aa-) en voorschot op de dood (-oo-).
  • Ook eindrijm duikt op en zorgt voor een zekere cadans tijdens het luidop lezen: afspraak en gaan (2-3) en papier en hier (8 en 9). Zelfs dood en hoort (18 en 21) kan als eindrijm beschouwd worden.
  • Herhalingen roepen een litanie op: Er is geen (9-10) en Er, bijna steeds in het begin van een zin (9-10-11-12, 13 en 19).

Hoewel het niet echt opvalt, heeft Van Hoof bijzondere aandacht aan de vorm of structuur van het gedicht besteed. Er zijn twee lange en twee korte strofes. Ze wisselen elkaar af: de lange met acht verzen wordt gevolgd door een korte met vier verzen en de lange met zes verzen door een korte met drie. Merk op dat Ide twee korte telkens precies de helft van het aantal verzen van de voorgaande strofe bevatten.

TOT SLOT
De bundel Bestand kwam dus uit in 1993. In hetzelfde jaar verscheen bij dezelfde uitgeverij de kunstmap Bij de tijd van Marcel Coolsaet en Guy van Hoof. De map bevat drie tekeningen van Coolsaet en het eerste, derde en vijfde gedicht uit Van Hoofs ‘Bestand’-cyclus.

Op twee van de drie tekeningen van Colsaet is door de kunstenaar VUKOVAR geschreven. Ze zijn gedateerd in november 1991. De derde tekening sluit qua inhoud en vorm bij de andere twee aan, maar lijkt niet specifiek naar aanleiding van de catastrofe van Vukovar getekend te zijn; ze is in 1993 gedateerd.

VUKOVAR verwijst naar de gelijknamige stad in Kroatië. Op het einde van de vorige eeuw werd er in het vroegere Joegoslavië een ware burgeroorlog uitgevochten. Tijdens de Kroatische Onafhankelijkheidsoorlog van 1991-1995 belegerden Servische milities met steun van het Joegoslavische leger van 18 tot en met 21 november 1991 de stad. Meer dan 200 Vukovaren en andere Kroatiërs werden gevangen genomen en zonder enige vorm van proces terechtgesteld. Dit wordt het ‘Bloedbad van Vukovar’ genoemd. Pas jaren later konden er 194 slachtoffers geïdentificeerd worden.

Het is duidelijk dat Coolsaets tekeningen hierop betrekking hebben: twee ervan werden immers tijdens of net na de feiten gemaakt. Het is niet duidelijk wanneer Van Hoofs gedichten geschreven zijn. Vast staat dat het niet later was dan 1993, toen bundel en map gepubliceerd zijn.

Heeft Van Hoofs gedicht ‘Bestand’ Vukovar als onderwerp? Ik weet het niet. Het staat vast dat Van Hoofs gedicht en Coolsaets tekeningen samengaan of samen kunnen gaan. Zijn de kunstwerken daartoe ook gecreëerd? Wie heeft dan wie aangezet tot het maken van een erbij aansluitend kunstwerk? Zijn de kunstwerken ‘louter toevallig’ én los van elkaar ontstaan en leende de inhoud er zich toe om ze in de map samen te laten uitgeven?

Ach, doet het laatste er wel iets toe?

 

Geplaatst in Klassiekers.