Corrie Joosten en Coen Peppelenbos (sam.) – Hij zag een kameraad in je

Poëzie Kort

door Joop Leibbrand

De samenstellers van Hij zag een kameraad in je. De mooiste gedichten over mannenvriendschappen schrijven op het achterplat opgewekt: ‘Het is al weer een lange tijd geleden dat er een bloemlezing op de markt kwam met gedichten over vriendschappen tussen mannen.’
Het is maar wat je lang noemt. In hun voorwoord noemen zij wel het in 1979 verschenen Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen, een door Hans Hafkamp samengestelde ‘bloemlezing uit de homo-erotische poëzie 1880-nu’, maar niet We weten elkaar altijd te vinden. De mooiste gedichten over vriendschap, de bundel die Henk van Zuiden in 2004 samenstelde voor uitgeverij 521.
Misschien doen ze dat op inhoudelijke gronden. Van Zuiden koos voor veel ‘neutrale’ gedichten over vriendschap, terwijl bij Joosten en Peppelenbos de homo-erotiek prominent aanwezig is, ook al benadrukken ze dat het thema niet het exclusieve domein van homoseksuele dichters is en ze daarom ook werk van heteroseksuele schrijvers en zelfs van vrouwen hebben opgenomen. Dat zijn er in deze bundel niet meer dan drie, Anna Blaman, Andreas Burnier en Ida Gerhardt, maar over vrouwenvriendschappen verscheen dan ook gelijktijdig een pendant: Zacht gezicht aan zacht gezicht.

Hij zag een kameraad in je, dat 160 gedichten telt van 66 dichters, opent met het Egidiuslied, en via Six van Chandelier met een aanklacht tegen sodomie, Bilderdijk, Gezelle (zijn mooiste, voor Eugène Van Oye geschreven ‘Dien avond en die Rooze’ ontbreekt helaas) en Piet Paaltjens zijn we al direct bij Kloos, Perk en Verwey. Omdat de samenstellers strikt vasthouden aan een indeling naar geboortejaar, gaan aan deze laatste eerst nog Couperus en Dèr Mouw vooraf. Dat is jammer, want het lange fragment uit het zelden of nooit gebloemleesde ‘Hemel- en aarddroom’ had direct op Kloos moeten aansluiten.

Met Obe Postma, Boutens, Aart van der Leeuw, Jacob Israël de Haan en Willem de Mérode (een sterke keuze uit het werk van een nog altijd wat onderschat dichter) komen we in het interbellum. Wie Willem Arondéus (1894-1934) niet kent, mist niet veel, maar L. Ali Cohen (1895-1970) is een eerste verrassing. Zijn ‘Het witte lichaam op het witter bed’ is een indringend, seksueel expliciet gedicht. En dat Joosten en Peppelenbos niet preuts zijn, blijkt vervolgens ook uit het provocerende ‘Een peukje sigaar’ van Karel E. van Reym.

Zoals het bij een goede bloemlezing hoort, lees je ook altijd weer een stukje van de canon. Dus is er van Lodeizen ‘o kus mij, o omarm mij’, en van Jan Hanlo ‘Zo meen ik dat ook jij bent’, dat schitterende liefdesgedicht waarmee je iedere middelbare schoolklas op het ‘verkeerde’ been zet.
Verder ontbreken Warren en Jellema natuurlijk niet en komen we anno nu uit bij Ted van Lieshout (het speelse ‘Bij en bij’ is een genot om te lezen), Peter Swanborn (met twee hilarische verzen), Bart Moeyaert, Erwin Mortier en Coen Peppelenbos zelf. In ‘Witte veder’ schrijft hij: ‘Waarom gaat schaamte langer mee dan geluk?’ Het had mooi als motto voor deze bundel kunnen dienen, die zijn titel ontleent aan een gedicht van Komrij:

SOLIDARITEIT

Op zekere dag zag je een groenteboer,
Een wondermooie maniak; hij was gewoon
Om alle vrouwen in zijn zaak een loer
Te draaien: hij verkocht ze groente, schoon

Van buiten, maar van binnen enkel schimmel.
O, niet alleen die vrouwen gaf hij dat
Maar ook de doetjes en de boerenpummels,
Kortom, aan wie hij maar een hekel had.

Je lachte. Hij bemerkte je plezier
En knipoogde. Hij zag een kameraad
In je, zoveel was zeker. Een kwartier
Daarna stond je met rotte lof op straat.

***
Corrie Joosten is docent letterkunde aan de NHL-hogeschool. Zij is een van de auteurs van het Basisboek literatuur en schreef eerder mee aan de literatuurmethode Metropool.
Coen Peppelenbos (1964) is docent aan dezelfde Hogeschool en recensent voor de Leeuwarder Courant. Tot maart 2009 was hij hoofdredacteur van het literair tijdschrift Tzum, dat hij in 1998 oprichtte. Hij is co-auteur van drie verschillende literatuurmethodes voor het middelbaar en hoger onderwijs en stelde in 2008 de bloemlezing Ergens halverwege zweven samen uit het werk van A. Marja. Hij schreef verder o.a. de roman Victorie (2008) en publiceerde de dichtbundels Sing Sing (2007) en Vallende mannen (2010).

Geplaatst in Recensies.