Lambert Wierenga – Zo werkt poëzie! Techniek en thematiek in 60 moderne nederlandse gedichten

Poëzie werkt!

door Joop Leibbrand

In zijn inleiding bij Zo werkt poëzie! Techniek en thematiek in 60 moderne nederlandse gedichten memoreert Lambert Wierenga allereerst de boeiende en bloeiende gedichtencultuur die Nederland kent, maar hij wijst direct ook op de reputatie van ontoegankelijkheid die poëzie vaak met zich meedraagt. Onverdiend, stelt hij en daarom wil hij, gedreven door zijn bewondering voor het lef, de originaliteit, de ambachtelijke en artistieke vaardig­heid, de gevarieerde techniek en de vitale thematiek waar moderne gedichten blijk van geven, deze via beschrijvingen, toelichtingen, analyses en interpretaties toegankelijk maken voor de velen die zelden of nooit gedichten lezen.
Dat is heel veel tegelijk, maar Wierenga maakt deze ambitie meer dan waar.

In zijn gedichtenkeuze trekt Wierenga zich van de ‘canon’ niets aan, dus treffen we naast grotere namen zonder onderscheid ook cabaretier Jeroen van Merwijk aan, kinderboekenschrijver Edward van de Vendel en iemand als de volstrekt onbekende, zomaar van het internet geplukte Dagmar. Wierenga wil bruikbare teksten aanpakken en geen literatuurgeschiedenis schrijven en vandaar ook dat hij slechts de meest summiere bio- en bibliografische bijzonderheden verstrekt.
De besprekingen zijn gerangschikt rond acht thema’s: identiteit, liefde, melancholie, herinnering, eenzaamheid, mysterie, dood, observeren, en daarin komen gedichten van in totaal 46 dichters aan de orde, van als oudste Achterberg (1905-1962) tot als jongste Joep Kuiper (1981). Van De Coninck, Enquist, Heytze, Kopland, Rawie, J.M.W. Scheltema, Vrouwkje Tuinman en Vroomkoning worden twee gedichten behandeld, van Hester Knibbe, Hagar Peeters en Marjoleine de Vos drie. Een lijst met de verklaring van de opgenomen technische termen completeert het boek.

In zijn analyses gaat Wierenga grondig te werk. Goed lezen is steeds de basis, en daarna volgt het nauwkeurig observeren, het ontcijferen en analyseren, alles met als doel het verkennen van een geconcentreerde taalconstructie, van een ‘idee’ in z’n unieke raadselachtige toonzetting, zoals hij het zelf zegt.

Kees Fens schreef ooit: ‘Het vers wint het van de door ons bedachte mogelijkheden aan betekenis. Dat is de grootheid van alle literatuur en van de studie ervan. De woorden die met het gedicht samenvallen zullen wij nooit vinden. De zin van lezen is zoeken. Niet naar antwoorden maar naar vragen.’
Wierenga bewijst in iedere bespreking opnieuw die vragen te kunnen stellen en er dan ook nog de antwoorden bij te kunnen leveren. Hij maakt zodoende de als motto gebruikte uitspraak van Yves Bonnefoy, dat poëzie een intensivering van onze verhouding tot de mensen en de wereld is, meer dan waar.

Wie wil weten hoe Wierenga in de poëzie-analyses die hij in Zo werkt poëzie! verzamelde, concreet te werk gaat, kan daarvan op de website klassiekegedichten.net een uitstekende indruk krijgen. Van de zestig besprekingen die hij in zijn boek opnam – de auteur spreekt zelf van leesoefeningen -, stonden er elf eerder in de reeks Meander Klassiekers.

****
Dr. Lambert Wierenga (1934) was voor onderzoek en onderwijs in de literatuurwetenschap en de Franse literatuur verbonden aan de Rijksuniversiteit te Groningen. Hij heeft op het gebied van taal en godsdienst een groot aantal publicaties op zijn naam staan. Enkele daarvan zijn:
…de pen van een die vaardig schrijft… (1997). Verklaring van de bijbel als literair kunstwerk.
Jona, een psychodrama (1999).
Verhalen als bewijzen (2001). Strategieën van narratieve retoriek in Johannes.
Job. Het leed, het vuil en de laster (2004). Een literatuurwetenschappelijke studie over de prozasecties aan begin en einde van dit bijbelboek.
Je gevoel voor woorden. Woorden voor je gevoel (2005). Over wat je aan gedichten kunt hebben.
De bijbel: een lees- en schrijfgeschiedenis (2010). Literaire recycling en bijbel.

Geplaatst in Recensies.