Herman Fierens – Met enkelband

Vruchtbare grond

door Kees Godefrooij

Voor Lydie

Samen de gangen door, elk naar zijn klas,
een maandagochtend twintig over negen,
de winterjassen stinken naar de regen,
ik vraag terloops of hoe je weekend was.

Het antwoord dat ik in je ogen las
en dat ik al zo dikwijls had gekregen
als je lippen plichtsvervullend zwegen,
was de reden waarom je niet genas:

ik wist hoe diep je bitterheid al zat
maar niet dat ze je lijf had aangevreten
tot waar je koppigheid geen kans meer had
om zich nog vaak met haar te kunnen meten.

Alleen die van je hielden konden weten
dat je, koppig, altijd jezelf vergat.

Een prachtig, hartverscheurend sonnet, helemaal volgens de regels van de kunst, op een schoonheidsfoutje na in regel 7, waar een lettergreep ontbreekt. Maar hier lezen we overheen en bovendien is het makkelijk te repareren.

De poëzie van Herman Fierens prikt als het ongeschoren aangezicht van een wilde man die met zijn kaken over blanke muzenbillen wrijft. Zijn taal gaat gehuld in de sarcofaag van het verlangen. Lees de volgende regels, alle afkomstig uit verschillende gedichten in de bundel Met enkelband:
– ‘en kijken door de nutteloze ramen / hoe het morgen wordt’;
– ‘zij zou de moedervorm van / een belofte kunnen zijn’;
– ‘een gedicht op zoek naar inkt’;
– ‘die droge Weltschmerz oproept, gekweld / door ironie, niet zo geschikt voor woorden / dus, tenzij die kleurrijk kunnen liegen.’

Het zijn stuk voor stuk fraaie vondsten. Wat kan ik er meer over zeggen? Hier wordt taal gebezigd op het scherp van de snede. Deze gedichten zijn de moeite waard omdat ze iets kostbaars onthullen, iets wat normaal gesproken onder een dikke laag stof verborgen blijft. Ze maken gewag van een vermoeden. Ik zal u, waarde lezer met nog een aantal verzen verblijden en er verder het zwijgen toedoen.

Je huivert even

Je huivert even als je
je zijn lichaam en vooral zijn mond
herinnert, die op een zondagmiddag
na de koffie. Niet eens een jaar geleden,
plots heel wijd openviel
alsof hij wou gaan zingen.

Je glimlach tast de grond af
binnen de rechthoek
tussen het genummerde houten kruis
en de chrysanten aan je voeten.

Misschien heeft soms een wandelaar
dit lief, dit beetje gras.

 

7 (fetisj)

Kom, verklaar me de wereld
met je lichaam,
verklaar mij met jezelf,
bezondig je, zonder woordverlies,
aan mij
versier me met de ogen
waarin nog niemand heeft gekeken,
jij kent het klappen van de zweep.

Kom, ik mors ons toe
om voor wat onafwendbaar is
vruchtbare grond te worden.

Met Enkelband telt 63 vrije verzen en een sonnet, en is na twee inleidende gedichten onderverdeeld in drie afdelingen.

***
Herman Fierens (Lokeren 1941) publiceerde eerder Brumaire (1969), De weg door het binnenland (2002) en Zwemmers in het tegenlicht (2007).

Geplaatst in Recensies.