Koos Hagen – Tijdelijk geen bereik

De onherstelbaar verbeterde wereld van een utopist

door Levity Peters

De twintigste eeuw was de eeuw van Utopia. De eeuw van de wereldverbeteraars, van talloze ‘ismen’: socialisme, anarchisme, kubisme, fascisme, futurisme, enz. En van de ontluisteringen. Talloze ideologieën die eind negentiende eeuw gegrond waren, kwamen tot ontplooiing en vonden hun einde, zonder helemaal te verdwijnen. In een aantal gevallen: gelukkig maar. Echter, waar zouden we zijn zonder het idealisme van in elk geval enkele gedrevenen die nog steeds geloven in een betere wereld? In de poëzie kom je ze niet zo vaak meer tegen. Geen nieuwe Henriëtte Roland Holst, geen nieuwe Gorter. Over het latere werk van de laatste wordt wel beweerd dat het geen poëzie meer is, zo bedolven als zij werd onder de boodschap die Gorter wilde overbrengen.

Ik moest hieraan denken tijdens het lezen van de bundel Tijdelijk geen bereik van Koos Hagen. Hij is zo’n utopist die het niet kan laten om de mensen te herinneren aan de ellende die geweld met zich meebrengt, of aan een betere, meer harmonische manier van samenleven. Je zou hem met een besmette term ‘politiek correct’ kunnen noemen. Of hem het etiket ‘ethisch dichter’ kunnen opplakken.
Hij kan het in ieder geval niet laten ons met de neus op de aard van de werkelijkheid te duwen:

Een schreeuw

De oerknal begroef met een doodklap de stilte
of god sprak, er vielen woorden
er was licht, de aarde kwam schokkend
klaar, alles kroop rond, stond gulzig op
het grote moorden kon beginnen.
(…)

De hevigheid waarmee hij de zaken poneert, doet mij aan de expressionisten denken ten tijde van Paul van Ostaijen, die zichzelf ook een expressionist noemde. En ik moest, waarschijnlijk door de eerste regel van de volgende strofe, aan Belgische toestanden denken, het kolerieke van het Vlaams nationalisme:

(…)
Daartegenover vaandeldragers
heilige baarden, raszuivere schedels
gedreven naar geregisseerde pleinen
goed kunnende marcheren
op slag van morgenrood-heldendood
geloof-gelijk-geweld. Leve Neocratie!

Wees sterk, slijp de messen, genees
stad en dorp in een storm van vuur
verzeng alle straten in een gericht
van gestapelde boeken. Geef je bloed!
Operatie beschaving!

Laat doden bij duizenden vallen
maar noem het bevrijding
predik de vrede.

(uit: ‘Voor de leider’)

De bedoeling zal duidelijk zijn. Iedereen die de geschiedenis een beetje kent, begrijpt waar hij het over heeft. Nu denk ik dat ‘herinneren aan’ een functie is van kunst. ‘Oproepen’ is een andere. Dat laatste mis ik. Het is veel en heftige emotie, maar het werkt niet. Ik voel zijn intentie, in de zin van bedoeling, maar kon niets invoelen. Hij doet verslag van het leven, maar brengt het niet dichterbij dan het journaal dat ons dagelijks met narigheid volstouwt:

Alabama blues

Op een dag toen een jochie van zeven
het geladen geweer van de kast nam
naar het plein met het dorpsschooltje liep
en schoot op een meisje van zes

op de dag toen de vader zich meldde
als lid van de Rifle Association
een geweer met patronen kocht
het laadde en schietklaar neerlegde

op de dag toen zijn vrouw hem vroeg
iets te doen tegen alle geweld
want gisteren want vlakbij
je hoort niet anders op straat

op een dag werd uit moedertje angst
en vadertje haat geboren
het kind van de rekening

Van het probleem om zo van de poëzie af te dwalen, lijkt Koos Hagen zich goed bewust, gezien de manier waarop hij dat soms probeert op te vangen:

(…)
In de stad zijn de tuinen verdwenen
met liederlijk rondkruipend onkruid
planten woekerend buiten de paden
bloemen die lekten van geilheid

(uit: ‘Bodemloos’)

Voor hen die niet zo vertrouwd zijn met de natuur: de bloem is het geslachtsorgaan van de plant; en ja: er zijn sommige bloemen die druipen.
Dat hij als dichter meer en beter kan, blijkt als hij nog dichter bij huis blijft en ophoudt de goed bedoelende buitenstaander te zijn:

Intensive care

De engel van de zachte dood staat bij
en houdt heet beeldscherm in de gaten
jij en ik ernaast, geen tijd meer om te praten
de laatste adem blaast zich uit
maakt haar lichaam zwaar, laat leven
gaan voor eeuwigheid

nog geen uur later in de lift
zij verkleed als zomermeisje
bijt in een ronde, rode vrucht
of wij soms ook
de engel lacht

wij zakken in het gat omlaag
de nacht ligt achter ons
het is alweer vandaag

Het is niet alleen een wisselvallige bundel, maar ook een afwisselende. Er zijn twee gedichten bij kunstwerken die daarnaast zijn afgebeeld, een aantal gedichten die hij als stadsdichter heeft geschreven, jeugdherinneringen, en onder de titel: ‘Het ouwe lijk’ een gedicht geïnspireerd door ‘Het huwelijk’ van Willem Elsschot. Tijdelijk geen bereik is de bundel van een onverbeterlijke mens- en wereldverbeteraar. Met een goede luim.

*****
Koos Hagen (Zwijndrecht,1939) volgde het gymnasium te Leeuwarden, studeerde in Amsterdam en Montpellier en haalde zijn doctoraal Frans. Hij publiceerde eerder de bundel Glasscherven, rood (De Beuk 2005) en de novelle Het bed van Balzac (Gopher 2005). Begin 2010 werd hij de eerste stadsdichter van Amstelveen.

Geplaatst in Recensies.