Shrinivási – Hecht en sterk

De eenvoud van het gecompliceerde bestaan

door Levity Peters

Het was een verademing voor me om na een lange tijd van moeilijk(er) te doorgronden poëzie de gedichten te lezen van de Surinaamse dichter Shrinivási. Het is niet zo dat meer autonome, hermetische poëzie je niet kan beroeren, maar je leest die meer op je hoede, bedacht op de onbetrouwbare bodems van de taal. Het is één van de genoegens die dat soort poëzie kan schenken.
Bij de gedichten van Shrinivási is het zo dat je ze gemakkelijk leest, maar regelmatig wordt verrast door een diepere betekenislaag:

Je kunt het niet overdenken.
Een lach verraadt
iets en zijn waarom.
Maar verder kom je niet.

uit: ‘Iets en zijn waarom’

Deze gedichten hebben het vanzelfsprekende van iets dat natuurlijk is opgeweld en in harmonie leeft met al het andere bestaande. Het is geaccepteerde werkelijkheid; een boven de complexiteit, en boven het conflictmatige uit gegroeid bestaan.
Bij Shrinivási krijg je nergens het gevoel dat de gedichten belangrijk moesten zijn. Er is een vanzelfsprekend vertrouwen in de taal om datgene uit te drukken waaruit zijn wereld, uiterlijk én innerlijk bestaat. En dat blijkt met het stijgen der jaren steeds minder te zijn. Zo begon datzelfde gedicht ‘Iets en zijn waarom’:

Zie je
alles ontvalt je
de details ben je vergeten.

De boom laat
elke dag
een blad los.

Rondom de stam
versteent de grond.

Er is een beroemd filmpje van Pablo Picasso waarop hij, al op leeftijd, moeiteloos een duif op papier tovert. Wat komt er ook in deze poëzie een vakmanschap tot uitdrukking! Alleen wie met poëzie leeft, kan zo dichten, nee; ik schrijf het verkeerd: Alleen wie poëzie leeft kan zo dichten.
Wat is het toch waardoor je bij deze verzen het gevoel krijgt dat zij de essentie raken? Al heeft hij het alleen maar over een blad, een boom, versteende aarde…

Interessant voor iedereen die geïnteresseerd is in taal, zijn een aantal tweetalige gedichten. Het gedicht: ‘Met blijde stem’ bevat woorden uit drie ‘donortalen’: het Sranan, het Sarnámi, en het Papiamentu. Sommige gedichten lijken verwant aan de traditionele Indiase volkspoëzie. Zoals het volgende gedichtje dat naast het Nederlands in het Hindi-Sarnámi te lezen is:

Loop niet
op het gazon
trap niet
op de schaduw
van een kind.

De eenvoud is schijn. Shrinivási heeft onbewust, met een door levenslange ervaring gevormd automatisme, de keuze gemaakt uit de woorden, die het gedicht zijn kracht en ritme geven, die het persoonlijkheid geven, een eigen leven. Je krijgt het gevoel dat het niet anders geschreven had kunnen zijn:

Karambhog, 14.00 uur.

Zigzagt
een
blad
de
middag
in
terwijl
een
donkere vogel
zonder wiekslag
de polderweg overvliegt

en ik
verbaasd
duidelijker dan ooit
mijn hartslag
en mijn adem hoor
tussen de zwijgzame koffiebomen
waar de wind
de altoos wakkere
thans ingedommeld

Op de volgende bladzijde:

Toen realiseerde hij zich
dat de rivier
toch maar één oever had
waarop hij stond
en naar de verte keek
waarin een beeld
uit vroegere dagen
langzaam maar zeker
was opgelost
zodat er toekomst
noch verleden was
verlangen niet
en eindelijk geen verdriet

Dit gedicht gaat over essentiële zaken, maar uiterst simpel verwoord. Er is geen zekerheid over de andere oever, je ziet niets, je hebt alleen de betrouwbare onzekerheid van nu. Maar hem is het genoeg. Hij weet van de andere oever die elke rivier heeft, maar dat hij hem niet kan zien, verontrust hem niet. Hij leeft in het nu. Verlangens uit vroeger dagen zijn opgelost, vragen over de toekomst zijn irrelevant, hij is vrij.
Het is heel simpel allemaal; maar uit dit korte gedichtje blijkt opnieuw wat voor een prachtige dichter Shrinivási is: het gedicht bevat geen woord teveel; het is filosofisch, maar er wordt niet gefilosofeerd; het is anekdotisch, maar overstijgt de anekdotiek; het is niet beeldend, maar wat roept het niet op!

Wanneer een bioloog een bepaald dier wil tonen, bijvoorbeeld een vlinder, dan zal hij daarvoor het mooiste exemplaar zoeken, dat waarin alle eigenschappen op hun best vertegenwoordigd zijn.
Natuurlijk staan er ook zwakkere gedichten in deze bundel, maar die mindere worden weggevaagd door het aantal bijzondere gedichten die hij bevat. Tot slot dus nog één schoonheid, een Shrinivási:

                               voor de scholieren van Nickerie

Een bruine zandweg
scholieren, twee
babbelen
fietsen
binnen de brasa
van de milde morgenzon

Verdwijnen
om de bocht…

De bruine zandweg
draagt hun jeugdig spoor
hun luide lach
hun taal en wensen
en toekomstig leven

Shrinivási is een dichter die het leven liefheeft, en dat weet over te brengen. Eenvoudig en groots.

***
Shrinivási is het pseudoniem van Martinus H. Lutchman (1926). Veel publiceerde hij in eigen beheer, maar in 1984 verscheen van hem bij In de Knipscheer onder de titel Een weinig van het Andere een bloemlezing uit zijn werk. In 1991 verscheen in Suriname de bundel Sangam, bekroond met de driejaarlijkse Literatuurprijs van Suriname 1989-­1991.
Hecht en sterk wordt 11 t/m 20 februari 2013 in Suriname gepresenteerd.
De bundel werd van een uitgebreid nawoord voorzien door Geert Koefoed, die eind zestiger jaren Nederlands gaf aan de Kweekschool te Paramaribo, daarna tot 2000 docent Algemene Taalwetenschap was aan de UU en altijd nauw betrokken bleef bij de taalsituatie en de literatuur van Suriname.

Geplaatst in Recensies.