(Golvenkrant)

Golven

De jury van de Meander Poëziewedstrijd met als thema Golven was verrast door het grote aantal inzendingen.  Maar liefst 293 gedichten werden ingezonden door evenzoveel personen. Een heel mooi aantal, als u het ons vraagt. Ook werd zowel jong als oud vertegenwoordigd onder de deelnemers. Alle inzendingen zijn anoniem beoordeeld.
In deze krant publiceren we de drie winnende gedichten en geven we twee eervolle vermeldingen. We danken alle inzenders.

De jury bestond uit: Loren Brouwers, Mirthe Smeets, Elly Woltjes en juryvoorzitter Jelmer van Lenteren.
De eerste prijswinnaar wint € 75,-, de tweede prijswinnaar € 50,- en de derde prijswinnaar € 25,-.

1e prijs

Ellen van de Corput  (1988)

Tate Britain

We volgen de nummers en de lijnen
tot in de ruimte waar een schaap
op sterk water leeft.

Er hangen vlinders met spijkers aan de muur
en hun vleugels zijn blauw als de zee.

Zo is er meer in de wereld dat ik niet begrijp.
In elke kamer zijn er mensen die foto’s nemen
van een schilderij.

We blijven staan waar Ophelia ligt
tussen het golven van bloemen en het groen.

Hij zegt dat het zo net een sprookje is, maar ik
ben dichterbij het water. Ik wijs naar de vrouw
die zonder haar camera niet weet

hoe ze moet kijken en ontvouw een nu niet
meer op te vouwen plattegrond. Dit museum

heeft nog zeker vijfenveertig kamers.
Wanneer je me over de drempel schuift
is er niets dat je herkent.

2e prijs

Barbara Beckers (1982)

Een mottenvanger, ben je, niet bang
lijfjes hard op tafels neer te drukken, pulver
in het blad te wrijven. Een verzamelaar,
één die niet streeft naar volkomenheid.

Iemand die het liefst ergens tussen gaat zitten,
binnen en buiten, mens en hond. Je likt de poten
naast het bord, de staart krult in je schoot,
je wiegt de tong in slaap.

Iemand die golven breekt om maar
iets te breken. De scheefgegroeide
botjes sleep je met je mee.
Je hebt je sporen verdiend.

Een dakhaas. En als alles raast, de ruiten
trillen, ben je iemand die vliegensvlug
haar koffers pakt, geen handen meer op
deurstijlen legt, niet nog even omkijkt

maar gewoon verdwijnt, wat achterblijft
is nooit van jou geweest. Een koekoek.

3e prijs

Maarten Buser (1991)

Jonge onderzoekers

Alleen haar moeder zit nog tegenover me
We stellen de theorie op. Ze zegt nooit
‘metafoor’, ze zegt ‘model’. Eb en vloed
zijn volgens haar het verkeerde model:
‘Als je de zee eindelijk in een fles hebt zitten,
denk maar niet dat die er nog uit wil stromen’

Eervolle vermelding

Marieke Rijneveld  (1991)

Watermatras

het hielp dat de rolstoel zonder ons de overkant niet zou halen
een hulpbehoevende als behanglijm tussen twee zwetende lijven
zo ruik ik niet, zei je nog, althans niet van mijzelf
we hielden ieder een handvat vast en maakten ruzie wie mocht
duwen, ik ruik ook anders, meestal veel zoeter, riep ik

toen je achter de wielen aanrende van die hoge berg af
er was een klap, niet hard of zacht en ook niet dat het
ineens donker was, we groeven een graf in het zand en brachten
iedere zondag een bloempot als het geen vloed was
op het watermatras

Eervolle vermelding

Marloes Robijn (1985)

Laure

Laure roert haar vinnen
in tweedehands licht.
Haar schaduw is langer dan
het vergeefs uitgekamde haar.
Ze neuriet naar de mannen,
wil de zinkende lippen iets geven
om op te drukken, dicht
het blauw rood.
Ze spuugt witte kopjes op het water
dat altijd danst, zich laat overreden
door de goedlachse schitteringen
die het zichzelf toewerpt. Het hapt,
wast zich en wijst met een kromme vinger
naar boven.
Laure weet best wat haar haren puntig maakt,
wie haar tanden bekalkt met treur.
Ze weet alleen niet wat het betekent
op een stoel te zitten, niet te blazen
met de woorden in haar wangen.
Geef haar een glas water
in plaats van een hele rivier.

Informatie over eerder door Meander georganiseerde wedstrijden is te vinden op: meanderwedstrijd.info.

Geplaatst in Krant.