Jan Glas – Dubbel Glas

Jaloers op de taal van Glas

door Wilma van den Akker

Soms is een recensent een jaloerse dichter. Zijn gedichten zijn niet door de eerste of tweede ronde gekomen van Turings Nationale Gedichtenwedstrijd, of hij snapt echt niet waarom er wel papier is besteed aan de pennenvruchten van een andere dichter en niet aan de zijne. Met Dubbel Glas van de dichter Jan Glas in mijn handen ben ik stikjaloers. Het stevige boekwerkje met foto’s en gedichten voelt lekker aan en heeft een heldere vormgeving. Een bundel om vaak in je handen te nemen. Het meest jaloers ben ik op de taal: het Nedersaksisch. Voor de westerlingen: het Gronings is een vorm van Nedersaksisch, zie: http://nds-nl.wikipedia.org/wiki/Nedersaksies_woordenboek.
De sobere klanken van het Gronings zingen van zichzelf. Die taal, of dat dialect – daar mag om gestreden worden – krijg je mee bij je geboorte en anders heb je pech. Eerder besprak ik de Nederlandstalige bundel Als was zij mijn vrouw van dezelfde dichter. Daar was helemaal niets mis mee, maar Dubbel Glas heeft die táál. Voor ABN-sprekers is die toal goed te volgen, met af en toe een beetje hulp van het Nedersaksisch woordenboek. Ik zou dit graag eens willen horen voordragen:

Scheut wodder (zodderdag)

Schut-geut-put-but-scheut-hut,
schoonders op biggel. Boonders

op riggel van asbestschut. Röt
ien put, deksel tegen schut,

schutbest an diggelen. Mud
eerappels, hoonder ien hut.

Wasbest eerappels ien emmer,
biggel wodder deur geut ien put.

Regels op riggel. Put hangt
ien lucht. Scheut wodder ien hut,

hoonder op regel. Assemmer leeg,
slodder en brud, schut ien heeg.

Schoon tegels, boonders, geut en
riggel. Regels leegd ien put.

Het Nedersaksisch én het eronder geplaatste Groningse woordenboek schieten hier ruim te kort. Ondanks dat lees en hoor ik hier het krachtige ritme van een boer of boerenvrouw, die hard aan het werk is op het erf. Naast de klank maakt het weglaten van lidwoorden van het Gronings sterke taal. Zelfs als die wordt gefloten en zelfs voor wie er niks van verstaat:

Kunsteg (fragment)

[…]

Ien n stuk of wat toalen kin Appeltje vingerfluiten.
Eerst wat in t Fraans en inderdoad  t is slim Fraans.
t Zulfde deuntje in t Italioans,
ien t Duuts en joa verdomd en wát mooi!

Mor t fluiten ien t Grunnegs is t mooist
en loopt t smuist van apmoal, viendt elk altied
– ook dij der haildaal niks van verstoan.

‘Dat komt omdat ik zowat gain lidwoorden
huf te fluiten,’ zegt Appeltje en hai let Siamees
oetgebraaid zien nadde vingers ofslikken.

Glas verstaat de kunst om sfeer op te roepen. Hij doet dat met rake woorden zonder opsmuk, zoals in de laatste strofe van ‘Zundagsrust’ .

Zundagsrust

Wie haren ons aigen veurroad woorden
en wizzen van elk woord
woar t veur was,

wie zetten ze stief tegen mekoar:
tussen de woorden
haren je niks te vertellen,

daar heerste onverbiddelk
de zundagsrust.

Soavends gingen de gerdienen van
voor de oorlog dicht.

Ik kan wel blijven citeren uit dit fijne boekwerkje. Ik heb nog niet eens ‘Het getal hondje’ genoemd, uit de gelijknamige bundel, die ook in Dubbel Glas is opgenomen. Nooit eerder las ik zo’n originele definitie van gemis.

Het getal hondje (fragment)

[…]

Gemis
is te meten, dat onderzuik heb ik nou
zo goud as ofrond.
Der monnen allain nog ander getallen kommen.

Bieveurbeeld het getal hondje
dat n aanloop nimt om gras te worden.

‘Niet jaloers zijn,’ zeg ik tegen mezelf, ‘geniet maar gewoon van Dubbel Glas.’ Dat kan ik iedereen aanraden. Vooruit, nog eentje, dan. Van een dichter met een neus voor het kleine.


Balconscene

Blui van sterremos geurt
donker en swoar.

Ik doek geregeld mit neus
ien t gekriebel.

t Daipe zuit ligt dicht
tegen stinken aan.

Noa regen: wee en swoul,
as oet n mond.

 

Geplaatst in Recensies en getagd met .